blog

    Belanghebbendebegrip

    Tycho Lam
    Tycho LamPublicatiedatum: 3 augustus 2016

    In de uitspraak van 27 juli 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2098) van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: “de Afdeling“) wordt ingegaan op de vraag wie kan worden aangemerkt als belanghebbende bij niet tijdig beslissen. 

    Essentie

    Als belanghebbende bij het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag voor een vergunning worden in beginsel degenen aangemerkt die belanghebbende zouden zijn bij het reële besluit. 

    Degene die de weigering van een vergunning nastreeft, die strekt tot legalisering van een bestaande situatie, heeft belang bij de behandeling van zijn beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op die aanvraag. 

    Nader bekeken

    ENCI B.V. Vestiging Maastricht (hierna: “ENCI“) heeft een aanvraag ingediend voor een Nbw-vergunning voor het voortzetten van de bestaande bedrijfsactiviteit. Het college heeft een ontwerpbesluit strekkende tot verlening van de vergunning vastgesteld. SES heeft hiertegen zienswijze ingediend. Het college heeft geen besluit genomen in vervolg op het ter inzage gelegde ontwerpbesluit. Om deze reden heeft SES het college in gebreke gesteld. 

    Vervolgens stelt SES beroep in, dat erop is gericht dat het college alsnog een besluit neemt op de aangevraagde Nbw-vergunning. 

    Het college stelt dat SES niet-ontvankelijk is, omdat SES geen belang heeft bij een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op aanvraag van ENCI. Uit uitspraken van de Afdeling leidt het college af dat alleen degene die een wijziging van de juridische situatie nastreeft een belang heeft bij het nemen van een besluit en niet degene, zoals SES, die een afwijzing van de aanvraag beoogt (ECLI:NL:RVS:2010:BO3501 en ECLI:NL:RVS:2012:BW4566). Voorts leidt het college uit de Circulaire Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen af dat alleen de aanvrager van een beschikking kan worden aangemerkt als belanghebbende bij een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. 

    De Afdeling oordeelt als volgt: 

    “3.2. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 21 maart 2013, ECLI:NL:RVS:2013: BZ7462) is het antwoord op de vraag of een (rechts)persoon belanghebbende is bij het niet tijdig nemen van een besluit niet afhankelijk van de belangen waarin deze mogelijk wenst te worden beschermd in het kader van het nog te nemen reële besluit. Als belanghebbende bij het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag voor een vergunning worden in beginsel degenen aangemerkt die belanghebbende zouden zijn bij het reële besluit. Aangezien SES belanghebbende zou zijn bij een aan ENCI te verlenen Nbw-vergunning is zij tevens belanghebbende bij het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag voor een Nbw-vergunning van ENCI.

    3.3. De Afdeling overweegt voorts dat zij anders dan volgt uit de uitspraken van 10 november 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO3501, en 2 mei 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW4566, thans van oordeel is dat degene die de weigering van een vergunningaanvraag nastreeft, die strekt tot legalisering van een bestaande situatie, belang heeft bij de behandeling van zijn beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op die aanvraag (vergelijk de uitspraak van 24 oktober 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY1061).

    SES, die beëindiging van de bedrijfsactiviteiten van ENCI nastreeft heeft derhalve belang bij de behandeling van haar beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag die strekt tot legalisering van de bestaande bedrijfsactiviteiten. Door de terinzagelegging van het ontwerp-besluit strekkende tot verlening van de vergunning wordt er, omdat er concreet zicht op legalisering bestaat, niet handhavend opgetreden. SES wenst rechtsmiddelen aan te wenden tegen de verlening van de vergunning om te bewerkstelligen dat dat besluit wordt vernietigd en de vergunning wordt geweigerd, waarna er handhavend moet worden opgetreden. Reeds hierom heeft SES een belang bij de beoordeling van haar beroep.

    3.4. Het onder 3.2 en 3.3 overwogene betekent voorts dat het standpunt van het college dat de brief van 14 maart 2016 geen ingebrekestelling is omdat SES niet belanghebbend is niet kan worden gevolgd.”

    Een ander interessant aspect van de uitspraak om uit te lichten, heeft betrekking op het relativiteitsvereiste als bedoeld in art. 8:69a van de Awb. Het college stelt dat het relativiteitsvereiste eraan in de weg staat dat het beroep van SES gegrond wordt verklaard. De wettelijke beslistermijn strekt volgens het college uitsluitend ter behartiging van de belangen van de aanvrager.. 

    De Afdeling oordeelt als volgt: 

    “4.3. De in de Nbw 1998 en Awb opgenomen bepalingen over de termijnen waarbinnen het bestuursorgaan een besluit dient te nemen, strekken ertoe te waarborgen dat belanghebbenden binnen de in het desbetreffende geval geldende termijn worden geïnformeerd over de besluitvorming, en bij voorkeur over de inhoud daarvan (vergelijk HR 25 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:969). De Afdeling is van oordeel dat de gestelde schending van de beslistermijn in het kader van de toepassing van artikel 8:69a van de Awb niet los kan worden gezien van het beschermingsbereik van de inhoud van de normen die ten grondslag liggen aan het alsnog te nemen besluit ten aanzien waarvan SES eventueel rechtsmiddelen wil instellen.

    Het belang van SES is onder andere gericht op het behoud en herstel van de natuur, op en om de Sint Pietersberg, met inbegrip van de groeve, de zogenaamde overgangszone en het industrieterrein van ENCI, in het Jekerdal en in, op en om de Cannerberg. De bepalingen van de Nbw 1998 hebben met name ten doel om het algemeen belang van bescherming van natuur en landschap te beschermen. Nu de statutaire belangen van SES betrekking hebben op de bescherming van natuurwaarden kan niet worden geoordeeld dat de betrokken normen van de Nbw 1998 kennelijk niet strekken tot bescherming van haar belang. Gelet hierop staat het relativiteitsvereiste in dit geval niet in de weg aan de vernietiging van het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om een Nbwvergunning van ENCI.”