blog

    Ladder duurzame verstedelijking – bestaand stedelijk gebied

    Luuk Gerritsen
    Luuk GerritsenPublicatiedatum: 4 mei 2015

    Opnieuw heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) een uitspraak gedaan waarin de ladder duurzame verstedelijk als bedoeld in artikel 3.1.6 lid 2 Besluit ruimtelijke ordening (hierna: “het Bro”) aan de orde komt (AbRS 29 april 2015, (ECLI:NLRVS:2015:1340). De vraag die (onder andere) voorligt is of geval sprake is van bestaand stedelijk gebied (tweede trede van de ladder).

    Essentie

    Het bestemmingsplan maakt de realisatie mogelijk van 97 woningen op onbebouwd gebied dat in het voorgaande bestemmingsplan een agrarische bestemming heeft die bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca niet mogelijk maakt. Ook kan het gebied op grond van het voorheen geldende bestemmingsplan niet worden beschouwd als bij een bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Het gebied wordt overeenkomstig de agrarische bestemming gebruikt. De Afdeling oordeelt dat het plangebied niet kwalificeert als bestaand stedelijk gebied zoals bedoeld in artikel 1.1.1 lid 1 aanhef en onder h van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: “het Bro”). Interessant is dat de Afdeling betekenis lijkt toe te kennen aan de bouwmogelijkheden op grond van het vorige bestemmingsplan.

    Nader bekeken

    Het bestemmingsplan maakt een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk: de realisatie van 97 woningen. Ter discussie staat (onder andere) of het plangebied moet worden aangemerkt als bestaand stedelijk gebied.

    In artikel 1.1.1 lid 1 aanhef en onder h Bro wordt bestaand stedelijk gebied als volgt gedefinieerd:

    “bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur”.

    Deze definitie is van belang voor de reikwijdte van artikel 3.1.6 lid 2 onder b Bro, de tweede trede van de ladder. De tekst hiervan luidt als volgt:

    “indien uit de beschrijving, bedoeld in onderdeel a, blijkt dat sprake is van een actuele regionale behoefte, wordt beschreven in hoeverre in die behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan worden voorzien door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins.”

    De raad stelt dat de situering van het plangebied, aansluitend aan bebouwing en omgeven door een doorgaande weg, de aanduiding van het plangebied in de Verordening Ruimte 2014 als bestaand stedelijk gebied en de vermelding van het gebied in de Structuurvisie Plus als inbreidingslocatie omstandigheden zijn die tot gevolg hebben dat het plangebied kan worden aangemerkt als bestaand stedelijk gebied.

    De Afdeling deelt dit standpunt niet en oordeelt dat het plangebied niet voldoet aan de hierboven aangehaalde definitie. Dit betekent dat voor de toepassing van artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro ervan moet worden uitgegaan dat het plangebied een nieuw beslag legt op de ruimte. De Afdeling overweegt vervolgens dat de raad dit bij zijn beoordeling van de mogelijkheden om binnen het bestaand stedelijk gebied van de regio te kunnen voorzien in de gewenste woningbouw door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins, heeft miskend. Met andere woorden: de tweede trede van de ladder is niet juist toegepast.

    Interessant aan deze uitspraak is dat de Afdeling in haar overwegingen de bebouwingsmogelijkheden op grond van het vorige bestemmingsplan betrekt. Uit deze uitspraak lijkt dan ook, in lijn met de uitspraak van de Afdeling van 22 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1224 (zie onze nieuwsbrief van 24 april 2015), te volgen dat (óók) voor de vraag of sprake is van bestaand stedelijk gebied, de bebouwingsmogelijkheden op grond van het oude bestemmingsplan relevant zijn, in die zin dat een onbebouwd terrein toch als bestaand stedelijk gebied kwalificeert, indien ter plaatse op grond van het bestemmingsplan wel bebouwing (ten behoeve een stedelijke ontwikkeling) was toegestaan. Zekerheid biedt deze uitspraak op dit punt evenwel nog niet. Wij blijven de jurisprudentie in de gaten houden!