blog

    Bewijs last onder dwangsom

    Tycho Lam
    Tycho LamPublicatiedatum: 8 maart 2016

    In de uitspraak van 24 februari 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:469) van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van state (hierna: “de Afdeling“) stond de vraag centraal of een foto die door een buurman is gemaakt, kan dienen als bewijs voor de stelling dat een opgelegde last onder dwangsom is overtreden.

    Essentie

    Een (ter zake) deskundige medewerker van het bevoegd gezag moet het bewijs leveren dat een last onder dwangsom is verbeurd. Foto’s gemaakt door derden kunnen niet ten grondslag liggen aan de vaststelling of een opgelegde last is overtreden.

    Nader bekeken

    Het college van burgemeester en wethouders (hierna: “het college“) had een melkrundveehouderij een last onder dwangsom opgelegd, die eruit bestond een inrit tussen woningen niet meer te gebruiken voor landbouw- en vrachtverkeer. Appellant had het college verzocht om tot invordering van de last over te gaan. Het college had dit verzoek afgewezen, omdat er geen dwangsommen waren verbeurd.

    Appellant betoogt dat de opgelegde last wel is overtreden. Bij de brief waarin appellant heeft verzocht om over te gaan tot invordering van de dwangsom heeft hij een door hem persoonlijk gemaakte foto gevoegd, waaruit volgens hem blijkt dat een vrachtwagen de inrit tussen de woningen gebruikt.

    Het feit dat de foto niet door een ter zake deskundige medewerker van het college is gemaakt, niet tijdens een controle is genomen en er geen verslag beschikbaar is, maakt volgens appellant niet dat zijn foto niet als bewijs kan dienen. Hij betoogt dat de foto als bewijsmateriaal meegenomen moet worden, omdat de aard van de last met zich brengt dat het bijna onmogelijk is dat een deskundige medewerker de overtreding constateert.

    In een eerder gewezen uitspraak oordeelde de Afdeling al dat aan een invorderingsbesluit een deugdelijk en controleerbare vaststelling van relevante feiten en omstandigheden ten grondslag dient te liggen (ECLI:NL:RVS:2013:1911). Ook noemt de Afdeling in die uitspraak voorwaarden waar het bewijs aan moet voldoen:

    Dit brengt met zich dat de waarneming van feiten en omstandigheden die leiden tot verbeurte van een dwangsom dient te worden gedaan door een ter zake deskundige medewerker van het bevoegd gezag en dat bevindingen op schrift worden gesteld. Het geschrift dient in beginsel ten minste te bevatten de plaats, het tijdstip en de datum van de waarneming, een inzichtelijke beschrijving van de gehanteerde werkwijze en een inzichtelijke beschrijving van hetgeen is waargenomen. Dit geschrift dient voorts te zijn voorzien van een ondertekening door de opsteller en een dagtekening. In het geval dat het geschrift in een digitaal systeem is opgemaakt en ondertekening ontbreekt, dient het bevoegd gezag anderszins aan te tonen op welke datum de deskundige medewerker het geschrift heeft vastgesteld.

    In een uitspraak van 27 augustus 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:3221) oordeelt de Afdeling vervolgens dat het niet volledig voldoen aan de bovenstaande voorwaarden niet in alle gevallen betekent dat een deugdelijke en controleerbare vaststelling van de relevante feiten en omstandigheden ontbreekt.

    Uit de uitspraak van 24 februari 2016 en de eerdere uitspraak van 25 november 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:3632) blijkt dat de Afdeling veel waarde hecht aan het vereiste dat de waarneming van feiten en omstandigheden door een ter zake deskundige medewerker van het bevoegd gezag moet worden gedaan. De door appellant overgelegde foto kan dan ook niet ten grondslag liggen aan de vaststelling of de opgelegde last is overtreden.