blog

    Beëindiging duurovereenkomst kabels en leidingen

    Marieke Thijssen
    Marieke ThijssenPublicatiedatum: 9 juli 2014

    Veel gemeenten hebben in het verleden overeenkomsten gesloten met kabel- en leidingexploitanten over de aanleg en instandhouding van kabels en leidingen in gemeentegronden. Inmiddels is de gas- en elektriciteitsmarkt geprivatiseerd. Gemeenten besluiten in dat kader steeds vaker bestaande duurovereenkomsten met kabel- en leidingexploitanten op te zeggen en een en ander via een publiekrechtelijke verordening te regelen. De Hoge Raad heeft in het arrest De Ronde Venen/SNU en Stedin (HR 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ9854) geoordeeld dat gemeenten dergelijke duurovereenkomsten in beginsel op kunnen zeggen. In een (niet gepubliceerde) uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant, locatie ‘s-Hertogenbosch van 1 juli 2014 is deze rechtsregel nogmaals bevestigd.

    In het arrest De Ronde Venen/SNU en Stedin had de gemeente De Ronde Venen in het verleden overeenkomsten gesloten met betrekking tot de aanleg, instandhouding en verlegging van kabels en leidingen. De overeenkomsten voorzagen niet in de betaling van een vergoeding aan de gemeente voor het mogen aanleggen en in stand houden van kabels en leidingen. Daarnaast kwamen (een deel van) eventuele verleggingskosten voor rekening van de gemeente. Op enig moment heeft de gemeente een publiekrechtelijke verordening vastgesteld waarin de voor alle nutsbedrijven geldende voorwaarden zijn opgenomen in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en leidingen in gemeentegrond. Met het oog daarop heeft de gemeente de bestaande overeenkomsten met de kabel- en leidingexploitanten opgezegd. De Hoge Raad heeft zich uitgelaten over de vraag of de gemeente deze overeenkomsten kon opzeggen.

    De Hoge Raad heeft overwogen dat sprake is van een voor onbepaalde tijd aangegane duurovereenkomst. Of en onder welke voorwaarden een dergelijke overeenkomst opzegbaar is, wordt bepaald door de inhoud van die overeenkomst en de toepasselijke wettelijke bepalingen.

    Indien de overeenkomst en wet niet voorzien in een regeling voor opzegging, geldt dat de overeenkomst in beginsel opzegbaar is. De eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval meebrengen dat opzegging slechts mogelijk is indien een voldoende zwaarwegende grond voor de opzegging bestaat (HR 3 december 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA3821, NJ 2000/120). Uit diezelfde eisen kan, eveneens in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval, voortvloeien dat een bepaalde opzegtermijn in acht moet worden genomen of dat de opzegging gepaard moet gaan met het aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding.

    De Hoge Raad overwoog voorts dat, voor zover de opzegging rechtsgeldig zou zijn, de verhouding tussen partijen voortaan geregeld wordt door de publiekrechtelijke verordening. In de nieuwe regeling zijn de kabel- en leidingexploitanten nog altijd geen vergoeding verschuldigd voor het mogen hebben van kabels en leidingen in gemeentegrond. Alleen de regeling voor de kosten van verplaatsing wijzigt. Dat de nieuwe regeling op dat punt nadeliger is voor de kabel- en leidingexploitanten dan de contractuele regeling, betekent niet dat redelijkheid en billijkheid met zich meebrengen dat de gemeente enkel bij een voldoende zwaarwegend belang tot opzegging kan overgaan.

    De gemeente hoefde ook geen langere opzegtermijn in acht te nemen of schadevergoeding aan te bieden, aangezien niet is gebleken dat de kabel- en leidingexploitanten bepaalde investeringen hebben gedaan die nog moeten worden terugverdiend, of dat zij in hun bedrijfsvoering geen rekening hebben gehouden, en hebben kunnen houden, met eventuele omvangrijke kosten van verlegging in de toekomst, of dat zij anderszins tijd of kosten kwijt te zijn met de omschakeling naar de nieuwe situatie die door de opzegging ontstaat.

    De gemeente kon de overeenkomsten gelet op het voorgaande opzeggen.

    In de hiervoor aangehaalde uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant, herhaalt de voorzieningenrechter de overwegingen van de Hoge Raad uit het arrest De Ronde Venen/SNU en Stedin. Gemeenten kunnen duurovereenkomsten met kabel- en leidingexploitanten in beginsel gewoon opzeggen.

    Daarnaast bevestigt de voorzieningenrechter het uitgangspunt van de wet dat overeenkomsten op verschillende wijzen kunnen eindigen, bijvoorbeeld door opzegging, ontbinding of vernietiging. Voor zover de overeenkomst met de kabel- en leidingexploitant ontbinding en vernietiging van de overeenkomst uitsluit, betekent dat niet dat ook de mogelijkheid tot opzegging is uitgesloten. Dit is een andere vorm van beëindiging die partijen nog altijd ter beschikking staat.

    Kortom, gemeenten kunnen een publiekrechtelijke verordening vaststellen en de bestaande duurovereenkomsten met kabel- en leidingexploitanten in beginsel beëindigen. pagina 3

    Voor meer informatie over de verlegging van kabels en leidingen en de vraag wie de kosten daarvan draagt verwijzen wij je naar het artikel ‘Verplaatsen van kabels en leidingen’ (gepubliceerd op www.binnenlandsbestuur.nl).