blog

    Wijziging van ondergeschikte aard

    Publicatiedatum: 11 maart 2016

    In de uitspraak van 2 maart 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:554) van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: “de Afdeling“) komt de vraag aan de orde of in een bouwplan aangebrachte wijzigingen van ondergeschikte aard zijn.

    Essentie

    Het is mogelijk om na de indiening van een aanvraag om omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen (artikel 2.1 lid 1 aanhef en onder a van de Wabo) wijzigingen aan te brengen in het bouwplan, mits het gaat om wijzigingen van ondergeschikte aard. Wanneer een wijziging ertoe leidt dat op het bouwplan alsnog de kruimelgevallenregeling van toepassing is in plaats van de uitgebreide afwijkprocedure, dan maakt dit niet dat er geen sprake meer is van een wijziging van ondergeschikte aard en hoeft er geen geheel nieuwe aanvraag ingediend te worden.

    Nader bekeken

    Het college van burgemeester en wethouders (hierna: “het college“) heeft aan Novadic-Kentron een omgevingsvergunning verleend voor het gedeeltelijk verbouwen van een gebouw op het terrein van het psychiatrisch centrum Jan Wier te Tilburg ten behoeve van de vestiging van een medische heroïne-unit.

    Deze medische heroïne-unit is in strijd met het ter plaatse vigerende bestemmingsplan en om deze reden heeft het college een kruimelomgevingsvergunning als bedoeld in art. 2.12 lid 1 aanhef en onder a, onder 2, van de Wabo verleend voor het afwijken van het bestemmingsplan.

    In het bouwplan zijn wijzigingen aangebracht. Deze wijzigingen bestaan uit de aanpassing van een gevel, in die zin dat wordt afgezien van het plaatsen van ramen en een deur, een gewijzigde indeling van het gebouw en toevoeging van vier parkeerplaatsen.

    Het bevoegd gezag is volgens vaste jurisprudentie (o.a. ECLI:NL:RVS:2012:BV7253) gerechtigd en soms zelfs verplicht, om de indiener van een aanvraag van een omgevingsvergunning om te bouwen de gelegenheid te bieden zijn aanvraag zodanig te wijzigen of aan te vullen dat geconstateerde beletselen voor vergunningverlening worden weggenomen. Het moet dan gaan om wijzigingen van ondergeschikte aard waarvoor volgens de jurisprudentie van de Afdeling geen nieuwe bouwaanvraag is vereist (onder meer ECLI:NL:RVS:2008:BG6435).

    Appellante betoogt dat de aangebrachte wijzigingen in het bouwplan waarvoor omgevingsvergunning is aangevraagd niet van ondergeschikte aard zijn, zodat deze niet hadden kunnen worden betrokken bij het nemen van het in beroep bestreden besluit.

    De Afdeling volgt appellante niet en overweegt het volgende:

    De rechtbank heeft terecht overwogen dat het in relatie tot het totale bouwplan om, in bouwtechnisch en stedenbouwkundig opzicht, beperkte wijzigingen gaat. Ook de uiterlijke verschijningsvorm van het gebouw wijzigt niet in relevante zin. De rechtbank is, gelet hierop, terecht tot het oordeel gekomen dat het om wijzigingen van ondergeschikte aard gaat. Dat, zoals [appellante] aanvoert, de aanpassing van de gevel ertoe heeft geleid dat op het bouwplan alsnog artikel 4 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht – en daarmee sub 2° in plaats van sub 3° van artikel 2.12, eerste lid, onder a, van de Wabo – van toepassing werd, maakt dit niet anders. Dit past binnen de hiervoor genoemde vaste jurisprudentie, die is bedoeld om de mogelijkheid te bieden beletselen voor vergunningverlening weg te nemen, zonder dat een geheel nieuwe aanvraag moet worden ingediend.