blog

    Wijziging Warmtewet op komst

    Marieke Thijssen
    Marieke ThijssenPublicatiedatum: 19 september 2014

    In de nieuwsbrief van 22 april 2014 informeerden wij je over de gevolgen die de Warmtewet voor de verhuurder heeft. De Warmtewet is inwerking getreden op 1 januari 2014. Inmiddels heeft minister Kamp aangekondigd dat de Warmtewet gewijzigd wordt.

    Warmtewet

    De Warmtewet beoogt bepaalde verbruikers van warmte te beschermen tegen de monopoliepositie die bepaalde leveranciers van warmte hebben. Onder warmte verstaat de Warmtewet in dat verband ‘warm water of tapwater bestemd voor ruimteverwarming, sanitaire doeleinden en huishoudelijk gebruik’ (artikel 1 sub d Warmtewet). Onder verbruikers verstaat de Warmtewet, kort gezegd, zelfstandige huishoudens en verbruikers in het midden- en kleinbedrijf waaraan warmte geleverd wordt via stadsverwarming, blokverwarming of via warmte-koudeopslag (artikel 1 sub g en e Warmtewet). De leverancier is degene die via een warmtenet warmte levert aan verbruikers (artikel 1 sub h en e Warmtewet). De leverancier kan een verhuurder van woonruimte of van bedrijfsruimte zijn, zoals van een winkelcentrum of een bedrijfsverzamelgebouw. Op de leverancier van warmte rust op grond van de Warmtewet een groot aantal verplichtingen, waaronder de verplichting om voor de levering van warmte niet meer dan de door de Autoriteit Consument en Markt (ACM) vastgestelde maximumprijs in rekening te brengen, de verplichting om te melden bij de ACM en de verplichting om een leveringsovereenkomst aan te gaan met de verbruiker, waarvan de inhoud dient te voldoen aan het bepaalde in de Warmtewet. Meer over de verplichtingen van de leverancier lees je in de nieuwsbrief van 22 april 2014.

    Aanleiding wijzigingen

    De minister heeft in zijn brief aan de Tweede Kamer van 7 juli 2014 aangekondigd dat de Warmtewet gewijzigd wordt. De aanleiding daarvoor zijn naar zijn eigen zeggen een aantal praktische knelpunten bij de uitvoering van de Warmtewet.

    Voorgestelde wijzigingen

    De minister heeft (onder andere) de volgende wijzigingen aangekondigd:

    • een aantal begrippen in de Warmtewet wordt verduidelijkt. Het betreft in ieder geval het begrip ‘warmtewisselaar’. De onduidelijkheid daarvan levert problemen op, omdat de leverancier de kosten daarvan bij de verbruiker in rekening mag brengen. Het begrip ‘storing’ wordt verduidelijkt door een beleidsregel van de ACM. In die beleidsregel wordt niet alleen vastgesteld wat een storing is, maar ook hoe vastgesteld wordt wanneer een storing heeft plaats gevonden, hoe lang die heeft geduurd en wie daar de dupe van is geworden;
    • de Warmtewet is niet langer van toepassing op verenigingen van eigenaren. De toepassing van de Warmtewet daarop levert problemen op doordat appartementseigenaren per saldo hun eigen leverancier zijn;
    • een beperkt aantal correctiefactoren bij de verdeling van de kosten van warmte wordt alsnog in de Warmtewet opgenomen.

    De minister heeft in zijn brief ook aangekondigd dat de Warmtewet op een aantal punten niet wordt gewijzigd. Zo wordt aan de basisprincipes van de Warmtewet niet getornd. Het gaat daarbij onder andere om het ‘niet meer dan anders’-principe waarop de maximumprijs is gebaseerd die leveranciers in rekening mogen brengen. De minister heeft voorts aangegeven dat de Warmtewet van toepassing is en blijft op degenen die bij blokverwarming op grond van de Warmtewet als leverancier aangemerkt moeten worden en op verhuurders van commercieel vastgoed, zoals winkelcentra en bedrijfsverzamelgebouwen.

    Conclusie

    De minister heeft in zijn brief aan de Tweede Kamer aangegeven dat het wetsvoorstel tot wijziging van de Warmtewet naar verwachting in het voorjaar van 2015 bij de Tweede Kamer wordt ingediend. Uiteraard informeren wij je als het zover is. Tot die tijd geldt de Warmtewet zoals die nu van kracht is.