blog

    Maatlat Duurzame Veehouderij

    Paul Bodden
    Paul BoddenPublicatiedatum: 21 januari 2015

    In haar uitspraak van vandaag met betrekking tot het bestemmingsplan voor het buitengebied van de gemeente Reusel-De Mierden heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: “de Afdeling“) een belangrijk oordeel geveld over regels voor een duurzame veehouderij (AbRS 21 januari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:84).

    Essentie

    In de ‘Maatlat Duurzame Veehouderij’ (MDV) van het bestemmingsplan werden gedetailleerde eisen gesteld ten aanzien van de volgende aspecten: ammoniakemissie, bedrijf en omgeving, brandveiligheid, diergezondheid, dierenwelzijn, energie en fijnstof. De Afdeling oordeelt dat deze regels ook betrekking hebben op niet ruimtelijk relevante aspecten en voorts (te) gedetailleerd zijn. De betreffende wijzigingsvoorwaarde die verwijst naar de MDV is daarom in strijd met een goede ruimtelijke ordening, aldus de Afdeling.

    Nader bekeken

    In de literatuur is reeds eerder gesteld dat duurzaamheidsregels in strijd met de Wet ruimtelijke ordening kunnen zijn (zie hierover onder andere Paul Bodden, De Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij; een zorgvuldig bestuurlijk instrument?, Agr.r. 2013, p. 369 e.v.). De uitspraak van vandaag kan grote gevolgen hebben voor duurzaamheidsscores zoals de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij en het Groninger Verdienmodel.

    De relevante rechtsoverweging luidt als volgt:

    “7.1. De raad stelt zich op het standpunt dat de MDV op objectieve wijze kan worden toegepast om de duurzaamheid van een uitbreiding van een intensieve veehouderij te toetsen. Hierdoor kan

    volgens de raad een verbetering van het woon- en leefklimaat van omwonenden worden bewerkstelligd.

    7.2. Op pagina 57 van de plantoelichting staat dat iedere ontwikkeling zoveel mogelijk duurzaam moet zijn. Dit heeft betrekking op aspecten in de bedrijfsvoering ten aanzien van dierenwelzijn, gebruik van antibiotica, maar ook energiegebruik. In het bestemmingsplan is hiertoe een verwijzing opgenomen naar de MDV, waarmee dergelijke aspecten bij de ontwikkeling worden gewaarborgd, zo staat in de plantoelichting.

    7.3. In de MDV worden vanuit het oogpunt van duurzaamheid eisen gesteld aan stallen voor het houden van diverse soorten vee. Een stal die voldoet aan de criteria van de MDV heeft een lagere milieubelasting dan een stal die niet daaraan voldoet. Ook kan een veehouder die een stal bouwt die voldoet aan de criteria van de MDV in aanmerking komen voor fiscale voordelen. In de MDV worden gedetailleerde eisen gesteld ten aanzien van de volgende aspecten: ammoniakemissie, bedrijf en omgeving, brandveiligheid, diergezondheid, dierenwelzijn, energie en fijnstof.

    7.4. [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] stellen terecht dat de voorwaarden die in de MDV worden gesteld ook betrekking hebben op aspecten die niet ruimtelijk relevant zijn, zoals, bij wijze van voorbeeld, de voorwaarden ten aanzien van het energieverbruik en de omgevingsgerichtheid zoals daarin omschreven. Daarnaast bestaat de MDV uit een zeer groot aantal, zeer gedetailleerde voorwaarden waaraan stallen moeten voldoen. De MDV leent zich daarom niet voor de door de raad gekozen toepassing via een wijzigingsvoorwaarde. Gelet op het voorgaande is artikel 10, lid 10.6.11, onder j, van de planregels in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Het betoog slaagt.