blog

    Vertrouw niet blindelings op mededeling minister

    Marieke Thijssen
    Marieke ThijssenPublicatiedatum: 21 juli 2015

    Op 11 november 2014 heeft het Hof Den Haag een interessant arrest gewezen naar aanleiding van een onjuiste mededeling van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan een zorginstelling (ECLI:NL:GHDHA:2014:4598). De centrale vraag is of de zorginstelling gerechtvaardigd mocht vertrouwen op de onjuiste mededeling. Is dit het geval, dan is de Staat mogelijk aansprakelijk voor de schade die de zorginstelling heeft geleden doordat zij heeft gehandeld op basis van de mededeling.

    Casus

    De zaak heeft betrekking op een GGZ-instelling, die zich richt op de behandeling van diverse vormen van verslaving. De tarieven die zij mag hanteren zijn gereguleerd in de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg). Daarin wordt sinds 1 januari 2008 een onderscheid gemaakt tussen gebudgetteerde en niet-gebudgetteerde instellingen.

    • Bij gebudgetteerde instellingen stelt de NZa jaarlijks een bedrag aan aanvaardbare kosten vast (het budget), waaronder de kapitaallasten voor het zorgvastgoed. Ten aanzien van deze kapitaallasten kan, indien het budget daartoe ontoereikend mocht blijken, ‘nacalculatie’ plaatsvinden. Tot 2012 werden gebudgetteerde instellingen volledig gecompenseerd voor een exploitatietekort op basis van de nacalculatiemethode. Bij de nacalculatiemethode ontvangt de instelling ter compensatie van het tekort een productie-onafhankelijke kapitaallastenvergoeding. Dit betekent dat de kapitaallasten altijd gedekt zijn, ongeacht het aantal cliënten dat gebruik maakt van het vastgoed en ongeacht de (beheers- en onderhouds)kosten van het vastgoed. Sinds 1 januari 2012 worden de kosten voor zorgvastgoed deels vergoed uit de Normatieve Huisvestingscomponent (NHC) van de vergoeding die de instelling ontvangt voor de geleverde zorg. De NHC is een productiegebonden, vaste vergoeding voor de bouw en het onderhoud van zorgvastgoed, die wordt vastgesteld op basis van het aantal behandelde cliënten per verpleegdag. Sinds 2012 wordt de nacalculatiemethode afgebouwd en de NHC-vergoeding opgebouwd, zodat uiteindelijk in 2018 de nacalculatiemethode volledig is vervangen door de NHC-vergoeding.
    • Bij niet-gebudgetteerde instellingen stelt de NZa geen budget vast en vindt er geen nacalculatie plaats. Deze instellingen ontvangen van meet af aan (sinds 2008) een productie-afhankelijke vergoeding voor het zorgvastgoed.

    De instelling in kwestie is, net als alle andere curatieve GGZ-instellingen die na 31 december 2007 zijn toegetreden tot het zorgstelsel, een niet-gebudgetteerde instelling. Dit betekent dat nacalculatie niet mogelijk is.

    Op 31 december 2008 ontvangt de instelling echter een brief van de minister waarin staat dat een jaarhuur van € 406.624,- in aanmerking komt voor nacalculatie. Eind 2009 doet de instelling daarom een aanvraag bij de NZa voor nacalculatie van de kapitaallasten à € 406.624,-. De NZa komt tot de conclusie dat de passage in de brief onjuist is, omdat een niet-gebudgetteerde instelling niet in aanmerking komt voor nacalculatie. De instelling laat het er niet bij zitten en stelt in een gerechtelijke procedure dat de Staat onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door in de brief ten onrechte op te nemen dat zij voor nacalculatie in aanmerking kwam. De schade die zij daardoor heeft geleden, bestaat eruit dat de instelling, indien de passage niet in de brief had gestaan, haar kapitaallasten van de zorgverzekeraars vergoed had kunnen krijgen. Dit is voor de jaren 2009 en 2010 nu te laat.

    Rechtsvraag

    De vraag die in deze zaak centraal staat is of de instelling in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs op de mededeling van de minister mocht vertrouwen. Indien dat zo zou zijn, dan is er mogelijk plaats voor het oordeel dat het verstrekken van de onjuiste inlichtingen onrechtmatig is jegens de instelling (zie ook ECLI:NL:HR:2012:BW0219).

    Oordeel

    De rechtbank komt tot het oordeel dat de instelling op de mededeling over de nacalculatie mocht vertrouwen. Daarbij acht zij onder meer van belang de complexiteit van de regelgeving en het feit dat de onjuiste mededeling afkomstig is van het hoogste gezag, de minister. De rechtbank veroordeelt de Staat dan ook tot vergoeding van de schade. Het hof is het niet met de rechtbank eens. Volgens het hof mocht de instelling er niet gerechtvaardigd op vertrouwen dat zij aanspraak zou kunnen maken op nacalculatie. Hiertoe overweegt het hof dat van een professionele organisatie als de instelling mag worden verwacht dat zij zich vooraf goed informeert of laat informeren over de (complexe) regelgeving en de mogelijkheden om haar kapitaallasten vergoed te krijgen. De omstandigheid dat de bewuste mededeling afkomstig was van de minister maakt het voorgaande niet anders. De NZa is immers bevoegd om te beslissen over de mogelijkheid tot nacalculatie en niet de minister. Ook de omstandigheid dat de directeur van de instelling aan de NZa heeft gevraagd hoe de nacalculatie in zijn werk ging, leidt niet tot een ander oordeel. Dat wil immers niet zeggen dat de medewerker van de NZa op de hoogte was van het feit dat de instelling een niet-gebudgetteerde instelling is.

    Afsluiting

    Uit het arrest van het hof volgt dat van een professionele instelling verwacht wordt dat zij van de voor haar relevante regelgeving op de hoogte is. Ook als die regelgeving complex is en ook als zij daarover onjuist geïnformeerd wordt. Het is dus zaak dat je je als instelling juist laat informeren.