blog

    Wat betekent de Warmtewet voor de verhuurder?

    Marieke Thijssen
    Marieke ThijssenPublicatiedatum: 22 april 2014

    Op 1 januari 2014 is de Warmtewet in werking getreden (zie: Stb. 2013, 325, Stb. 2013, 326 en Stb. 2013, 358). De Warmtewet bevat vergaande verplichtingen voor bepaalde verhuurders.

    Wanneer geldt de Warmtewet?

    Doel van de Warmtewet is bepaalde verbruikers te beschermen tegen de monopoliepositie die bepaalde leveranciers van warmte hebben. Onder ‘warmte’ verstaat de Warmtewet in dat verband ‘warm water of tapwater bestemd voor ruimteverwarming, sanitaire doeleinden en huishoudelijk gebruik’ (artikel 1 sub d Warmtewet).

    De Warmtewet beschermt een verbruiker die ‘warmte afneemt van een warmtenet en een aansluiting heeft van maximaal 100 kilowatt’ (artikel 1 sub g Warmtewet). Dat is in de praktijk een (zelfstandig) huishouden of een verbruiker in het midden-en kleinbedrijf waaraan warmte geleverd wordt via stadsverwarming, blokverwarming of via warmte-koudeopslag. Dat betekent dat een huurder van een woonruimte of van een bedrijfsruimte verbruiker kan zijn. Van belang is niet wat de verbruiker daadwerkelijk verbruikt.

    Voor welke verhuurders geldt de Warmtewet?

    De Warmtewet bevat verplichtingen voor bepaalde leveranciers van warmte. Onder een ‘leverancier’ verstaat de Warmtewet degene die via een warmtenet warmte levert aan een verbruiker (artikel 1 sub h en e Warmtewet). Dat betekent dat een verhuurder leverancier in de zin van de Warmtewet kan zijn. Daarbij kan het gaan om een verhuurder van een woonruimte, zoals een woningcorporatie, maar ook om een verhuurder van een bedrijfsruimte, zoals een verhuurder van een winkelcentrum of van een bedrijfsverzamelgebouw.

    Welke verplichtingen bevat de Warmtewet?

    De Warmtewet bevat voor de leverancier onder andere de volgende verplichtingen:

    1. De leverancier dient een vergunning aan te vragen bij de ACM (artikel 9 Warmtewet). Dat geldt niet voor de leverancier die:
    a. warmte levert aan maximaal 10 verbruikers tegelijk; of
    b. per jaar niet meer warmte levert dan 10.000 gigajoules; of
    c. verhuurder of eigenaar is van het gebouw ten behoeve waarvan de warmte wordt geleverd, waarbij de Warmtewet onder ‘verhuurder’ (uitsluitend) verstaat een toegelaten instelling in de zin van de Woningwet of een eigenaar van ten minste 25 voor verhuur bestemde woongelegenheden (artikel 1 sub l Warmtewet).

    De leverancier die vergunningplichtig is, kan een vergunning aanvragen via een formulier op de website van de ACM (https://www.acm.nl/nl/onderwerpen/energie/warmte/vergunningen/). De vergunning wordt, kort gezegd, verleend als de leverancier in staat geacht kan worden de verplichtingen uit de Warmtewet na te komen (artikel 10 Warmtewet). De leverancier dient bij aanvang van de levering over een vergunning te beschikken. De leverancier die op 1 januari 2014 al warmte leverde, dient uiterlijk 1 januari 2016 over een vergunning te beschikken (artikel 42 Warmtewet)

    2. De leverancier (dus ook de leverancier die niet vergunningplichtig is) dient een melding te doen bij de ACM (artikel 40 Warmtewet).

    Ook dat kan de leverancier doen via een formulier dat is te downloaden via de website van de ACM (https://www.acm.nl/nl/onderwerpen/energie/warmte/meldplicht-voor-alle-warmteleveranciers/). De leverancier dient daarop onder andere aan te geven welke warmtenetten hij exploiteert. De melding dient ‘zo spoedig mogelijk’ na de inwerkingtreding van de Warmtewet te gebeuren (artikel 40 Warmtewet).

    3. De leverancier dient zorg te dragen voor ‘een betrouwbare levering van warmte tegen redelijke voorwaarden’ (artikel 2 Warmtewet).

    De Warmtewet bevat voor dat doel een groot aantal verplichtingen voor de leverancier. De verplichtingen die voor iedere leverancier gelden, zijn onder andere te vinden in artikel 2 t/m 8 Warmtewet. De verplichtingen die (daarnaast) gelden voor de vergunningplichtige leverancier staan in artikel 9 t/m 12a Warmtewet. De belangrijkste verplichtingen die voor iedere leverancier gelden, zijn:

    a. De leverancier dient één keer per jaar aan de verbruiker een volledige en voldoende gespecificeerde nota te verstrekken met betrekking tot de geleverde diensten.

    b. De leverancier dient voor de levering van warmte niet meer in rekening te brengen dan het daadwerkelijk verbruik en in ieder geval niet meer dan de maximumprijs.

    Die maximumprijs is gebaseerd op het zogenaamde ‘niet meer dan anders’-principe. Dat betekent dat die prijs niet hoger is, dan die voor levering van gas. De ACM stelt de maximumprijs jaarlijks vast. De maximumprijs is voor 2014 vastgesteld in het Besluit maximumprijs levering warmte 2014 op € 254,00, inclusief btw, + € 24,03, inclusief btw, x het aantal verbruikte gigajoule. Het besluit bevat ook de maximumprijs voor een meting (€ 24,54, inclusief btw, per meting) en voor een eenmalige aansluitbijdrage voor een onvoorziene aansluiting op een bestaand warmtenet (€ 911,78, inclusief btw, voor aansluitingen tot 25 meter en daar bovenop een bedrag van € 31,31, inclusief btw, per meter voor aansluitingen langer dan 25 meter). Het besluit is te vinden op de website van de ACM (https://www.acm.nl/nl/publicaties/publicatie/12481/Besluit-maximumprijs-levering-warmte-2014/). Het voorgaande betekent dat de verhuurder die tevens leverancier van warmte is er voor dient te zorgen dat de afspraken die hij in de huurovereenkomst met betrekking tot de servicekosten en de afrekening daarvan maakt, overeenstemmen met de verplichtingen die hij op grond van de Warmtewet heeft. Als de huurovereenkomst al loopt, kan het voorgaande betekenen dat de verhuurder minder kosten in rekening kan brengen dan hij in de huurovereenkomst is overeengekomen.

    c. De leverancier dient binnen een redelijke termijn en tegen een redelijke prijs een warmtewisselaar en een individuele meter ter beschikking te stellen.

    d. De leverancier dient in de boekhouding informatie te verstrekken over de kosten en opbrengsten van de levering van warmte.

    e. De leverancier dient een storingsregistratie bij te houden en één keer per jaar ‘op geschikte wijze’ te publiceren.

    f. De leverancier dient er voor zorg te dragen dat afsluiting en/of onderbreking van de levering van warmte redelijkerwijs voorkomen wordt.

    g. De leverancier dient een leveringsovereenkomst met de verbruiker te sluiten. Daarin dient een aantal onderwerpen geregeld te worden, zoals:

    • de ‘te leveren goederen en diensten en de kwaliteitsniveaus daarvan’ (artikel 3 Warmtewet);
    • de voorwaarden om de overeenkomst te beëindigingen;
    • de geldende vergoedingen (waaronder een vergoeding ‘bij een ernstige storing in de levering van warmte’ die bij ministeriele regeling wordt vastgesteld, artikel 3 Warmtewet);
    • toegang tot een onafhankelijke geschillencommissie;
    • op de overeenkomst dient Nederlands recht van toepassing te worden verklaard.

    De verhuurder die tevens leverancier van warmte is, kan de afspraken die hij in het kader van de leveringsovereenkomst met de verbruiker dient te maken in de huurovereenkomst vastleggen. Duidelijk is niet of en zo ja binnen welke termijn dat dient te gebeuren als de huurovereenkomst al loopt. Ook is niet duidelijk wat er gebeurt als de verbruiker weigert in te stemmen met de afspraken die de verhuurder in het kader van de leveringsovereenkomst met de verbruiker dient te maken.