blog

    Echtscheiding en de schenking of erfenis met uitsluitingsclausule: Alertheid geboden!

    Bij echtscheiding leiden de tijdens het huwelijk ontvangen schenkingen en/of erfenissen vaak tot discussie en geschillen tussen de scheidende echtgenoten. Die schenkingen en erfenissen zijn in de regel van ouders afkomstig. De praktijk wijst uit dat de ouders onvoldoende alert zijn op de tekst van de uitsluitingsclausule en dat het gehuwde kind het onder uitsluiting ontvangen bedrag gebruikt voor gemeenschappelijke doeleinden zonder daarover afspraken te maken met zijn/haar echtgenoot. De geschillen in geval van echtscheiding gaan dan over de vraag wat onder de uitsluitingsclausule valt, of een vergoedingsaanspraak bestaat als het bedrag is opgegaan in de huishouding en hoe groot de vergoedingsaanspraak is als het uitgesloten bedrag in een gemeenschappelijk goed is geïnvesteerd.

    Hierna volgen enkele voorbeelden uit de praktijk waaruit blijkt dat de jurisprudentie over deze kwesties heel wisselend is. Ook de wet biedt niet veel zekerheid. Ter voorkoming van problemen en discussie vindt u onder deze nieuwsbrief een aantal TIPS.

    Tekst uitsluitingsclausule

    De uitspraken van het gerechtshof in Arnhem van 12 november 2013 (ECLI:NL:GHARL:2013:8528) en van het gerechtshof in Den Bosch van 17 januari 2013 (ECLI: NL GHSHE 2013: BY9016) bewijzen het belang van een duidelijke tekst van de uitsluitingsclausule.

    Het hof in Arnhem moest oordelen over de volgende kwestie:

    Moeder verkoopt haar huis aan haar in gemeenschap van goederen gehuwde kind. In de notariële leveringsakte staat dat de koopprijs is betaald. Aansluitend passeert de notaris een tweede akte waarin de koopprijs wordt omgezet in een overeenkomst van geldlening en waarin moeder die geldschuld kwijtscheldt. Daarbij bepaalt moeder dat die schenking (de kwijtschelding van de lening) niet valt in de gemeenschap van goederen van het kind. Het kind en de echtgenoot gaan scheiden en strijden over de vraag of het huis wel of niet in de gemeenschap van goederen valt.

    Het hof oordeelde dat het huis wel tot de gemeenschap behoorde omdat niet duidelijk was dat de uitsluitingsclausule in de tweede akte ook zag op het huis Daarnaast speelde een rol dat de echtgenoot in het geheel niet op de hoogte was van de transacties.

    Het hof in Den Bosch oordeelde in een gelijkluidend geval dat het huis niet tot de gemeenschap behoorde omdat de koop en levering van het huis, de geldlening én de kwijtschelding in één akte was geregeld en de uitsluitingsclausule bovendien expliciet bepaalde dat niet alleen het kwijtgescholden bedrag maar ook al hetgeen daarvoor in de plaats kwam, niet zou vallen in een gemeenschap.

    Verbruikte schenkingen/erfenissen

    De Gerechtshoven in Arnhem en Den Haag oordelen dat er bij echtscheiding een vergoedingsaanspraak is ter hoogte van het geschonken bedrag ongeacht of het bedrag bij echtscheiding nog aanwezig is of is verbruikt. Het gerechtshof in Den Bosch daarentegen oordeelde dat er geen vergoedingsrecht is als het door de begiftigde vrijwillig is besteed aan de huishouding. Dit verschil in uitspraken is opmerkelijk en komt de rechtszekerheid niet ten goede. Bij deze beslissingen spelen ook de eisen van redelijkheid en billijkheid een rol en mede daardoor is het in de praktijk niet goed te voorspellen of een vergoedingsaanspraak van een verbruikte schenking of erfenis bij een rechter kans van slagen heeft.

    Geïnvesteerde schenkingen/erfenissen

    Niet ter discussie staat dat uitgesloten schenkingen of erfenissen die aantoonbaar zijn geïnvesteerd in een gemeenschappelijk goed (bijvoorbeeld een huis) bij echtscheiding moeten worden gerestitueerd. Wel is vaak een geschilpunt of dat een nominaal vergoedingsrecht is of dat de waardeontwikkeling van het goed de hoogte van de aanspraak bepaalt (dat kan positief maar ook negatief zijn). Voor ontvangen schenkingen en erfenissen tot 1 januari 2012 geldt in de regel de nominaliteitsleer en dat kan tot onredelijke uitkomsten leiden als bijvoorbeeld sprake is van waardedaling van het goed waarin het uitgesloten bedrag is geïnvesteerd. Voor schenkingen en erfenissen die na 1 januari 2012 zijn ontvangen, is artikel 1:87 BW van toepassing. Op grond daarvan is soms de evenredigheidsleer en soms de nominaliteitsleer van toepassing, afhankelijk van de aard van het geschonken goed. Voornoemd wetsartikel is echter ingewikkeld en in de praktijk moeilijk uitvoerbaar. Het is gelukkig regelend recht en echtgenoten kunnen dus anders afspreken. Gezien de wisselende en elkaar tegensprekende jurisprudentie is het heel verstandig om dat ook te doen.

    TIPS
    Het opvolgen van de hierna vermelde tips voorkomt (een deel van de) discussie bij echtscheiding. Met name nu het (dit jaar) fiscaal aantrekkelijk is om onder voorwaarden grotere bedragen aan kinderen te schenken, is alertheid geboden.

    • De uitsluitingsclausule moet bij de schenking of in het testament worden vermeld; een latere uitsluitingsclausule heeft geen waarde!
    • Bedenk dat ook kwijtschelding van een schuld een schenking kan zijn en dat ook dan een uitsluitingsclausule moet worden opgenomen.
    • De tekst van de uitsluitingsclausule moet passen bij datgene wat uitgesloten moet blijven. Neem dus geen genoegen met een standaard tekst van de notaris.
    • Zorg ervoor dat het uitgesloten bedrag op een aparte rekening ten name van het gehuwde kind wordt gestort en niet vermengt met gemeenschappelijk geld.
    • Zorg voor een deugdelijke en schriftelijke vastlegging van de besteding van het uitgesloten bedrag.
    • Zorg ervoor dat de echtgenoten schriftelijk vastleggen of sprake is van een vergoedingsaanspraak en of die nominaal of naar evenredigheid van de waardeontwikkeling is.