blog

    Parkeren en bestemmingsplan – dynamische verwijzing naar beleidsregels

    Tycho Lam
    Tycho LamPublicatiedatum: 24 september 2015

    Eind november 2014 is de grondslag in de Woningwet voor de stedenbouwkundige voorschriften in de bouwverordening vervallen. Hierin waren veelal de gemeentelijke regels omtrent parkeren opgenomen. Sindsdien moeten gemeenten – afgezien van een overgangsregeling – het beleid omtrent parkeren via het bestemmingsplan verwezenlijken, dit op grond van artikel 3.1.2. lid 2 onder a van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: “Bro“). In een uitspraak van 9 september legt de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State uit hoe dat vormgegeven kan worden (ECLI:NL:RVS:2015:2837).

    Essentie

    Het parkeren kan in het bestemmingsplan worden geregeld door in een bestemmingsplanregel neer te leggen dat:

    • Bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen, de regel geldt dat voldoende parkeergelegenheid voor auto’s (en fietsen) wordt gerealiseerd;
    • ‘Voldoende’ betekent dat wordt voldaan aan de normen in de beleidsregels in een parkeernota;
    • Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijziging (dynamische verwijzing).

    Nader bekeken

    Met het vervallen van de grondslag is tevens een overgangsregeling getroffen, die er kort gezegd op neerkomt dat er gedurende een overgangsperiode (tot 1 juli 2018) nog gebruik gemaakt mag worden van de stedenbouwkundige voorschriften in de bouwverordening. Voor bestemmingsplannen die zijn of worden vastgesteld na 29 november 2014 geldt het nieuwe recht. Parkeren moet bij die gelegenheid in het (nieuwe) bestemmingsplan geregeld worden.

    Het onderhavige bestemmingsplan is vastgesteld op 30 oktober 2014, maar uit de uitspraak blijkt dat de raad heeft beoogd om het parkeren te regelen met gebruikmaking van artikel 3.1.2 lid 2 Bro. Naar het oordeel van de Afdeling was de betreffende planregel echter onvoldoende duidelijk. De Afdeling overweegt als volgt:

    Voor zover de raad met artikel 8 van de planregels heeft beoogd met gebruikmaking van artikel 3.1.2, tweede lid, van het Bro, een planregel te formuleren die ertoe leidt dat bij de aanvraag voor de omgevingsvergunning voor bouwen zal worden getoetst aan het gemeentelijk parkeerbeleid en de daarbij behorende parkeernormen, overweegt de Afdeling als volgt. Uit de planregels volgt niet dat bij de invulling van het begrip ‘voldoende parkeergelegenheid’ in artikel 8 aan dit beleid dient te worden getoetst. Voorts is – anders dan artikel 3.1.2, tweede lid, onder a, van het Bro voorschrijft – in de planregel niet aangegeven op de uitoefening van welke bevoegdheid artikel 8 van de planregels betrekking heeft. Gelet hierop biedt artikel 8, van de planregels onvoldoende waarborg om te worden gehanteerd als toetsingsnorm bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning. De parkeerkwestie kan in zoverre met gebruikmaking van artikel 3.1.2, tweede lid, onder a, van het Bro, in het bestemmingsplan worden geregeld door in een bestemmingsplanregel neer te leggen dat bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen, de regel geldt dat voldoende parkeergelegenheid voor auto’s en fietsen wordt gerealiseerd; dat voldoende betekent dat wordt voldaan aan de normen in de beleidsregels die zijn neergelegd in de “Nota Parkeernormen Fiets en Auto” die als bijlage 1 bij de parkeernota “Stallen en Parkeren 2013” hoort, en dat indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijziging.“.

    Uit de overweging van de Afdeling volgt duidelijk dat een zogenoemde “dynamische verwijzing” is toegestaan, in ieder geval wat betreft parkeren. Als de beleidsinzichten met betrekking tot parkeren gedurende de looptijd van het bestemmingsplan wijzigen en dit in de parkeernota wordt vastgelegd, kan er in het vervolg bij aanvragen om omgevingsvergunning voor bouwen aan dit nieuwe beleid worden getoetst.

    Wij vragen ons af of deze uitspraak ook betekenis zal hebben voor andere onderwerpen dan parkeren. De tekst van artikel 3.1.2 lid 2 Bro beperkt zich immers niet alleen tot parkeren.