blog

    Besluitbegrip - reactie op een ingebrekestelling

    Publicatiedatum: 26 februari 2016

    Met deze nieuwsbrief maken wij je attent op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ‘de Afdeling’) van 17 februari 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:409). In deze uitspraak komt de vraag aan de orde of de reactie op een ingebrekestelling een besluit is als bedoeld in art. 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: ‘Awb’).

    Essentie

    Een brief waarin het college zich op het standpunt stelt dat een ingebrekestelling prematuur is en zich dus in feite op het standpunt stelt dat het geen dwangsom heeft verbeurd, behelst een publiekrechtelijke rechtshandeling en is dus een besluit als bedoeld in art. 1:3, eerste lid, van de Awb.

    Nader bekeken

    Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen een beslissing van het college op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. Vervolgens heeft appellant het college in gebreke gesteld wegens het uitblijven van een beslissing op het door hem gemaakte bezwaar.

    Bij brief heeft het college aan appellant medegedeeld dat de beslissing op een door hem gemaakt bezwaar met zes weken wordt verdaagd en dat de door hem ingediende ingebrekestelling prematuur is en daarom niet in behandeling zal worden genomen. Appellant betoogt dat de mededeling van het college dat de ingebrekestelling prematuur is en derhalve niet in behandeling zal worden genomen, een beschikking is als bedoeld in art. 4:18 van de Awb en dat die mededeling in zoverre een besluit is waartegen bezwaar of beroep openstaat.

    In de uitspraak van de Afdeling van 16 april 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:1290) heeft de Afdeling overwogen dat het bestuursorgaan de beschikking ter vaststelling van de verschuldigdheid en hoogte van de dwangsom uit eigen beweging dient vast te stellen en een ingebrekestelling geen aanvraag is in de zin van art. 4:17, eerste lid, van de Awb.

    De Afdeling oordeelt dat uit de uitspraak van 16 april 2014 niet blijkt dat de reactie op een ingebrekestelling geen besluit is in de zin van art. 1:3, eerste lid, van de Awb. De brief van het college behelst in dit geval een publiekrechtelijke rechtshandeling, die bestaat uit het oordeel van het college dat het geen dwangsom heeft verbeurd wegens het uitblijven van een beslissing. De brief van het college is dan ook een besluit als bedoeld in art. 1:3, eerste lid, van de Awb.