blog

    Verplaatsing van kabels en leidingen, kan dat zomaar?

    Anne van Wijk-Driessen
    Anne van Wijk-DriessenPublicatiedatum: 26 juli 2012

    In vrijwel elk openbaar gebied van een gemeente liggen kabels en leidingen, bijvoorbeeld voor gas, water en elektra. Een gemeente kan er belang bij hebben dat de kabels en leidingen in dit openbare gebied worden verlegd.  De vraag rijst dan hoe een gemeente dit kan bewerkstelligen en wie de kosten van deze verlegging dient te dragen.

    Allereerst dient een gemeente vast te stellen wie de eigenaar is van de kabels en leidingen in haar  perceel. De hoofdregel is dat de eigenaar van de grond eigenaar is van alles wat zich daarop en daarin bevindt. Dit wordt ‘natrekking’ genoemd. De gemeente is dus in beginsel ook eigenaar van de kabels en leidingen, die zich in haar perceel bevinden. In 2007 is de wet door de wetgever echter aangepast. Sindsdien behoort de eigendom van een net, bestaande uit een of meer kabels of leidingen, dat in, op of boven de grond van een ander is aangelegd, toe aan de bevoegde aanlegger van dat net (artikel 5:20 lid 2 BW). Deze nieuwe regeling is ook van toepassing op netten die vóór 2007 zijn aangelegd (artikel 155 lid 1 Overgangswet Nieuw Burgerlijk Wetboek). Op deze wijze wordt voorkomen dat de eigendom van kabels of leidingen van een net door middel van natrekking bij een grondeigenaar komt te liggen.

    Er is sprake van een bevoegde aanlegger wanneer er toestemming was om de kabels en leidingen aan te leggen. Deze toestemming kan in verschillende vormen bestaan. Er kan een zakelijk recht zijn gevestigd, zoals een opstalrecht, een erfpachtrecht of een erfdienstbaarheid. Daarnaast kan de toestemming zijn vastgelegd in een overeenkomst of door middel van een kwalitatieve verplichting. Tot slot kan de toestemming publiekrechtelijk van aard zijn. Op de gemeente kan bijvoorbeeld een verplichting rusten om kabels en leidingen te gedogen op grond van de Belemmeringenwet Privaatrecht. Daarnaast kan de gemeente een vergunning hebben verleend, in geval van kabels of leidingen in de openbare ruimte.

    Sinds 2010  kan degene, die zich op 1 februari 2007 als eigenaar van een net gedroeg, daarnaast de aanleg van het net in de openbare registers inschrijven en dat net als een eigenaar overdragen en bezwaren (artikel 155a Overgangswet Nieuw Burgerlijk Wetboek).

    De gemeente is niet zonder meer gerechtigd om zelf tot verlegging van kabels en leidingen over te gaan. Indien de gemeente dat wel zou doen, kan zij een inbreuk maken op het eigendomsrecht van de aanlegger. Indien de gemeente heeft vastgesteld wie de bevoegde aanlegger is, is het dan ook het meest praktisch dat zij in overleg treedt met de bevoegde aanlegger over de verlegging  van de kabels en leidingen. Indien partijen geen overeenstemming bereiken over de verlegging  van de kabels en leidingen, zal moeten worden nagegaan of de gemeente überhaupt kan verlangen dat de aanlegger de kabels en leidingen verlegt en of de gemeente in dat geval een vergoeding dient te betalen aan de aanlegger. Hiervoor dient te worden onderzocht waarop de toestemming om de kabels en leidingen aan te leggen is gebaseerd en of bij die toestemming iets is bepaald over de (gedwongen) verlegging van de kabels en leidingen en de vergoeding die dan verschuldigd is.

     

    Voor de vraag of de gemeente een vergoeding verschuldigd is, kan van belang zijn hoe lang de kabels en leidingen al in de grond liggen. Als verlegging  van de kabels en leidingen binnen het normaal maatschappelijk risico van de aanlegger valt, komen deze kosten voor rekening van de aanlegger. Dat de kabels en leidingen een keer verlegd zullen moeten worden, is naarmate de tijd verstrijkt meer voorzienbaar voor de aanlegger, waardoor de gemeente naar evenredigheid minder zal hoeven bijdragen in de kosten van de verlegging. Bij het vaststellen van de hoogte van het bedrag dat de gemeente dient bij te dragen aan de verlegging van de kabels en leidingen speelt daarnaast een rol of de gemeente een vergoeding ontvangt van de aanlegger voor het dulden van de kabels en leidingen. In de jurisprudentie is bepaald dat een gemeente niet of minder hoeft bij te dragen aan de kosten van de verlegging, indien de gemeente ook geen vergoeding gekregen heeft van de bevoegde aanlegger. Verder kan er, afhankelijk van het soort kabel of leiding, een bijzondere wet bestaan waarin een en ander is geregeld, zoals bijvoorbeeld de Telecommunicatiewet.

    Indien een gemeente bestaande kabels en leidingen in de openbare ruimte wil verleggen, zal zij dus  steeds moeten onderzoeken waarop de toestemming om de kabels en leidingen aan te leggen is gebaseerd en of bij die toestemming iets is bepaald over de (gedwongen) verlegging van de kabels en leidingen en de vergoeding die dan verschuldigd is.

    Aangezien de toestemming op grond waarvan de kabels en leidingen in de grond kunnen liggen, op verschillende juridische grondslagen gebaseerd kan zijn en de hoogte van de bijdrage in de kosten van de verlegging daardoor per geval verschilt, kiezen steeds meer gemeenten er voor een algemene nadeelcompensatieregeling vast te stellen voor kabels en leidingen in de openbare ruimten die in de toekomst worden aangelegd.  In de nadeelcompensatieregeling wordt dan vastgelegd wanneer de kabels en leidingen kunnen worden verlegd en wie de kosten van de verlegging dient te dragen. Door het vaststellen van een nadeelcompensatieregeling kunnen veel tijd en kosten bespaard worden, aangezien niet telkens onderzocht hoeft te worden wat de specifieke juridische grondslag  is voor de aanwezigheid van de kabels en leidingen in de openbare ruimte en of de gemeente dient bij te dragen in de kosten van de verlegging. 

    Indien er in uw gemeente nog geen nadeelcompensatieregeling bestaat, geef ik u in overweging een dergelijke nadeelcompensatieregeling op te stellen. U zou er daarbij voor kunnen kiezen om aansluiting te zoeken bij de vergoedingensystematiek van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, zoals vastgelegd in de Overeenkomst inzake het verleggen van kabels en leidingen buiten het beheersgebied en de Nadeelcompensatieregeling verleggen kabels en leidingen in en buiten rijkswaterstaatswerken en spoorwegwerken 1999 (wetten.overheid.nl/BWBR0010461).