blog

    De MSB coöperatie: het juridisch paard van Troje?

    Judith Schröder
    Judith SchröderPublicatiedatum: 27 februari 2015

    Door de maatschap in te ruilen voor een coöperatie als rechtsvorm voor het Medisch Specialistisch Bedrijf (“MSB”) per 1 januari jl. heeft de medisch specialist vaak onvoorzien en onbedoeld juridische aspecten aan boord gehaald die niet geregeld zijn of niet gewenst maar niet “weg te contracteren” zijn. Het alternatief, de (super) maatschap, is flexibeler in te richten dan coöperatie en kent bepaalde juridische nadelen niet.

    Integrale bekostiging; aanleiding MSB en structuurwijziging

    Sinds 1 januari 2015 is de integrale bekostiging in de ziekenhuis zorg ingevoerd. Het honorariumbudget voor de vrijgevestigde medisch specialisten is hierdoor samengevoegd met het totale kostenbudget van het ziekenhuis. Sinds de aankondiging hiervan is driftig nagedacht over nieuwe samenwerkingsmodellen waarbij de keuze voor een samenwerkingsmodel in de vorm van een MSB als tegenhanger van de medisch specialist in loondienst de grote overhand had. Binnen het MSB viel er ook nog te kiezen; een maatschap of coöperatie waarbij de persoonlijke holding BV van de medisch specialist als lid participeert in de coöperatie; veelal met gelijktijdige beëindiging van de bestaande maatschappen Massaal werd gekozen voor de MSB coöperatie. Maar waarom eigenlijk? Het veelgehoorde argument in de aanloop naar 1 januari jl. dat het fiscaal ondernemerschap met een coöperatie en daarmee het verlaten van IB ondernemerschap “zekerder” zou zijn, gaat niet op; de Belastingdienst voert een materiële toetsing uit of sprake is van ondernemerschap; de (rechts)vorm is niet leidend maar de inhoud.

    MSB Coöperatie versus maatschap

    Vaak is onvoldoende nagedacht over het feit dat (de vennootschap van) een medisch specialist in zijn hoedanigheid van lid van coöperatie in een keurslijf wordt geperst van wettelijke rechten en verplichtingen. Bovendien blijken er niet of nauwelijks onderlinge afspraken te zijn gemaakt die operationele zaken regelen. Zo zijn vaak veel vakgroepen ondergebracht onder één coöperatie. Is er in de overeenkomst met en tussen leden wel voldoende gewaarborgd dat de leden van de betreffende vakgroep een beslissende stem hebben bij beslissingen over de eigen vakgroep? Of zijn zij hierbij afhankelijk van het bestuur van de coöperatie die meerdere vakgroepen aanstuurt en die budgetverantwoordelijk voor alle vakgroepen is? Is men ermee bekend dat er door 10% van de leden van de coöperatie een enquête bij de Ondernemingskamer kan worden verzocht waaronder onmiddellijke voorzieningen als zoals

    schorsing van het bestuur of rechten van (mede) leden? Bij een MSB maatschap staat de contractsvrijheid voorop en zijn er meer mogelijkheden om onderlinge afspraken te maken. Bovendien zijn er geen noemenswaardige wettelijke rechten en verplichtingen die onaangenaam om de hoek komen kijken. Kortom: de maatschap is zo beroerd nog niet. Nu voor de fiscaliteit niet de juridische vorm maar de inhoud van de invulling van het samenwerkingsverband van het MSB bovendien leidend is en voor aansprakelijkheid het onderscheid ook nauwelijks verschil maakt valt zonder goede reden en inrichting van de coöperatie de keuze voor een coöperatie niet snel te rechtvaardigen.

    Deelneming in ziekenhuis

    Zeker nu de tendens onomkeerbaar lijkt dat medisch specialisten zelf als aandeelhouders of certificaathouders van een aandelen in een BV gaan deelnemen in zorgaanbieders is bewustwording van de juridische aspecten van aandeelhouderschap/certificaathouderschap bij een BV essentieel om direct een juiste keuze en goede afspraken te maken. Een voorbeeld: bij het Rode Kruis Ziekenhuis verkregen medisch specialisten certificaten van aandelen in een Stichting Administratiekantoor. De mededingingsautoriteit ACM oordeelde onlangs dat er in de gekozen constructie vooralsnog geen mededingingsrechtelijk probleem is maar dat dat op termijn in de praktijk anders zou kunnen zijn wanneer er stemovereenkomsten tussen de specialisten (als certificaat- of aandeelhouders) ontstaan, waardoor zij een blokkerende stem verkrijgen (klik hier voor de informele zienswijze van ACM).

    Conclusie

    Het is goed dat als gevolg van de nieuwe bekostigingsstructuur nagedacht wordt over nieuwe vormen van samenwerking tussen medische specialisten (en het ziekenhuis). Deze ontwikkelingen vergen van medisch specialisten dat zij ook wegwijs worden in juridische vraagstukken. Het is belangrijk om een gefundeerde keuze uit de mogelijkheden te maken zodat wordt aangesloten op de wensen en behoeften uit de praktijk.