blog

    Geen mitigatie maar "direct gevolg uitvoering project" en fasering

    Publicatiedatum: 28 januari 2015

    Met deze nieuwsbrief maken wij jou attent op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: “de Afdeling”) van 24 december 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:4672). Aan de orde is de Natuurbeschermingswetvergunning (hierna: Nbw-vergunning) voor de aanleg en het gebruik van bedrijventerrein De Kolk en de aanleg en het gebruik van de oostelijke rondweg.

    Essentie

    Bij de beoordeling van de Nbw-vergunning is onder meer rekening gehouden met een afname van stikstofemissie door beëindiging van een agrarisch bedrijf (aan de Oosteinderweg 103). Dit agrarisch bedrijf is gelegen op de gronden waar de tweede fase van het bedrijventerrein De Kolk is gepland. De gemeente zal het agrarisch bedrijf voor de realisering van de tweede fase van het bedrijventerrein aankopen of onteigenen. De Afdeling overweegt dat de afname van stikstofdepositie als gevolg van de beëindiging van het agrarisch bedrijf ter plaatse (aan de Oosteinderweg 103) geen mitigerende maatregel is. Volgens de Afdeling is dit het geval omdat het agrarisch bedrijf is gevestigd op de gronden van het toekomstig bedrijventerrein. De Afdeling kwalificeert de afname van stikstofdepositie niet als mitigatie maar als “een rechtstreeks, onlosmakelijk gevolg van de uitvoering van het project“.

    Voorts overweegt de Afdeling dat bij de beoordeling van de Nbw-vergunning moet worden onderzocht wat de mogelijke gevolgen zijn van de verschillende aanleg- en uitvoeringsfases van een project. Zo had de stikstofdepositie moeten worden onderzocht in de situatie dat de rondweg en het bedrijventerrein in de eerste fase zijn gerealiseerd, maar het agrarisch bedrijf (aan de Oosteinderweg 103) nog wordt geëxploiteerd. Dit is van belang aangezien het agrarisch bedrijf is gevestigd in het gebied van de tweede fase van het bedrijventerrein.

    Nader bekeken

    De Afdeling overweegt het volgende:

    “9.10. Voor de beoordeling van een project dienen alle rechtstreeks met het project samenhangende gevolgen beoordeeld te worden. De afname van stikstofdepositie als gevolg van de beëindiging van het agrarisch bedrijf aan de Oosteinderweg 103 is in dit geval een rechtstreeks, onlosmakelijk gevolg van de uitvoering van het project. Het agrarisch bedrijf is immers gevestigd op de gronden van het toekomstig bedrijventerrein waarvoor de onderhavige vergunning is aangevraagd. De beëindiging van het agrarisch bedrijf is daarom niet aan te merken als een mitigerende maatregel.

    (…)

    11.5. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 3 maart 2010, in zaak nr. 200807605/1/R1) dient een onderzoek naar de gevolgen van een project mede betrekking te hebben op de aanleg- en uitvoeringsfase als in die fase negatieve gevolgen niet zijn uit te sluiten. [appellant] en anderen wijzen er terecht op dat bij de geplande gefaseerde aanleg van het bedrijventerrein een situatie kan ontstaan waarin de rondweg is aangelegd, de eerste fase van het bedrijventerrein is gerealiseerd en het agrarisch bedrijf dat in de tweede fase van het bedrijventerrein is gevestigd nog wordt geëxploiteerd. In de passende beoordeling is de stikstofdepositie in die situatie niet onderzocht, terwijl op voorhand niet kan worden uitgesloten dat die situatie een hogere stikstofdepositie veroorzaakt dan de situatie waarin de rondweg en het bedrijventerrein geheel zijn gerealiseerd en de agrarische bedrijven zijn beëindigd. Overigens bevestigen de berekeningen die in opdracht van de gemeente alsnog zijn gemaakt dat tijdens de uitvoeringsfase van het project een situatie kan ontstaan waarin de stikstofdepositie hoger is dan waarvan in de passende beoordeling is uitgegaan. (…)”.