blog

    Aansprakelijkheid voor dieren: hoe zit het met schade toegebracht aan een medebezitter?

    Peter Goumans
    Peter GoumansPublicatiedatum: 4 februari 2016
    Aansprakelijkheid voor dieren: hoe zit het met schade toegebracht aan een medebezitter?

    Met betrekking tot dieren regelt het Burgerlijk Wetboek een risico-aansprakelijkheid voor de bezitter. Meestal is dat de eigenaar. De bezitter dient in te staan voor de schade die het dier veroorzaakt. Ook al valt de bezitter geen enkel verwijt te maken, hij dient de ontstane schade te vergoeden. De wetgever heeft dit welbewust zo geregeld. De grondslag voor de risico-aansprakelijkheid is (dit valt zo in de Parlementaire Geschiedenis te lezen) dat een bezitter  – meestal vanwege economisch nut of eigen genoegen – het dier houdt en daarmee voor derden gevaar schept in verband met de onberekenbare krachten die de eigen energie van het dier als levend wezen oplevert. De risico’s die verbonden zijn aan het houden van dieren brengt de wetgever dus voor rekening van de bezitter. Daar valt alles voor te zeggen. En dat maakt ook duidelijk dat de bezitter er verstandig aan doet zich tegen het risico van schade te verzekeren. Als dieren in de uitoefening van een bedrijf worden gebruikt dan regelt het Burgerlijk Wetboek dat de aansprakelijkheid ligt bij de exploitant van het bedrijf. Alhoewel de wettelijke regeling duidelijk is, kwam de rechtbank Noord-Holland recent voor een vraag te staan, waarop de wet niet meteen een antwoord geeft. Waar gaat het om?

    Echtpaar exploiteert samen een manege

    Man en vrouw exploiteren – in de vorm van een V.O.F. – samen een manege. Op de manege worden rijlessen aan kinderen en volwassenen verzorgd. Regelmatig worden er ook buitenritten georganiseerd. Binnen het bedrijf hebben man en vrouw hun taken verdeeld . Daarom is de afspraak gemaakt dat de winst volgens de verdeelsleutel 60/40 wordt verdeeld. Na een paardrijles overkomt de vrouw een ernstig ongeval. Een lespaard slaat op hol en loopt de vrouw omver. Ernstig letsel en arbeidsongeschiktheid zijn het gevolg. De vrouw stelt de (verzekeraar van haar) man aansprakelijk voor het opgelopen letsel. De vordering wordt gebaseerd op de wettelijke risico-aansprakelijkheid. De vrouw vordert naar rato van de hiervoor genoemde verdeelsleutel vergoeding van de geleden en nog te lijden schade. De verzekeraar houdt de boot af. De zaak wordt daarop voorgelegd aan de rechtbank Noord-Holland.

    Geldt de risico-aansprakelijkheid voor dieren ook jegens de medebezitter?

    De rechtbank wordt voor de vraag gesteld of de risico-aansprakelijkheid voor dieren zich ook uitstrekt tot medebezitters. De rechtbank schuift die vraag (in de vorm van prejudiciële vragen) met twee vervolgvragen door naar de Hoge Raad. De rechtbank wil ook van de Hoge Raad weten of het verschil uitmaakt of van bedrijfsmatig gebruik sprake is en als er aansprakelijkheid jegens de medebezitter is, welke verdeelsleutel dan ten aanzien de schade moet worden gehanteerd. Op 29 januari 2016 beantwoordt de Hoge Raad deze vragen (ECLI:NL:HR:2016:162).

    Antwoord Hoge Raad

    De Hoge Raad antwoordt kort maar krachtig. Er is geen risico-aansprakelijkheid jegens medebezitters. Voor bedrijfsmatige situaties is dat niet anders. Een antwoord op de vraag over de verdeelsleutel hoeft de Hoge Raad niet meer te geven. De Hoge Raad motiveert uitgebreid waarom tot dit antwoord wordt gekomen. De Hoge Raad vindt namelijk dat van de medebezitter kan worden gezegd dat hij ook voor zichzelf een gevaar in het leven heeft geroepen door dieren te houden en hij wordt geacht zich daarvan bewust te zijn. De Hoge Raad neemt tot uitgangspunt dat steeds kenbaar is dat een dier als levend wezen beschikt over onberekenbare eigen energie en daarmee mogelijk schade kan toebrengen. De mede-bezitter wordt dus niet beschermd. Dat vindt de Hoge Raad vanwege de consequenties van een andere benadering (bijvoorbeeld onvoorziene verzekeringsclaims) ook niet redelijk of maatschappelijk wenselijk.

    En nu?

    Met het antwoord van de Hoge Raad is de uitspraak van de rechtbank voorspelbaar. De vrouw zal de schade zelf moeten dragen. Situaties waarin man en vrouw medebezitter zijn van dieren doen zich veelvuldig voor. De Hoge Raad onderkent dat schade veroorzaakt door dieren regelmatig zal voorkomen en zich vaak ook voordoet in gezinsverband. De Hoge Raad vindt het voor de hand liggen om risico’s van schade af te dekken door een verzekering. Genoemd worden de ongevallen- en arbeidsongeschiktheidsverzekering. Dat is een verstandige tip.