blog

    Alterra rapport Vogelrichtlijngebieden onderuit

    Renske van DreumelPublicatiedatum: 29 juli 2016
    Alterra rapport Vogelrichtlijngebieden onderuit

    Bij de beoordeling van aanvragen om Natuurbeschermingswetvergunning die zijn ingediend alvorens de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) wordt vaak gebruik gemaakt van het Alterra rapport 2359. Op 20 juli en op 27 juli (201504768/1/R2 en 201500871/1/R2) heeft de Afdeling uitspraken gedaan over het gebruik hiervan.

    Alterra rapport

    De effecten van vóór de PAS aangevraagde projecten/andere handelingen, op leefgebieden van aangewezen vogelsoorten in Vogelrichtlijngebieden, worden vaak beoordeeld aan de hand van het Alterra rapport 2359. 

    De Afdeling overweegt nu in voornoemde uitspraken dat voor de beoordeling van de effecten van stikstofdepositie op leefgebieden van aangewezen vogelsoorten, niet kan worden volstaan met een verwijzing naar het Alterra rapport. Hoe zit dit?

    Negatieve effecten niet uitgesloten 

    In voornoemde uitspraken werd verwezen naar het Alterra rapport 2359, zonder depositieberekeningen van de effecten van de aangevraagde activiteiten op de leefgebieden van aangewezen vogelsoorten. Het was daarom onduidelijk of de aangevraagde activiteiten tot een toename van stikstofdepositie op de leefgebieden van de vogels zullen leiden.

    Volgens Gedeputeerde Staten blijkt uit het Alterra rapport dat beheermaatregelen voorkomen dat het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen voor de vogels door een eventuele toename van stikstofdepositie door de aangevraagde activiteiten in gevaar wordt gebracht. Dit ziet de Afdeling anders. 

    De Afdeling overweegt dat in het Alterra rapport enkel is onderzocht met welke maatregelen de slechte staat van instandhouding van de vogelsoorten gemitigeerd kunnen worden, zonder dat daarbij de aangevraagde activiteiten zijn betrokken. Hierdoor is niet duidelijk of met de beheermaatregelen de negatieve effecten van de aangevraagde activiteiten in voldoende mate voorkomen zullen worden. De Afdeling concludeert dan ook dat niet een verwijzing naar het Alterra rapport niet verzekert  dat de aangevraagde activiteiten de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zullen aantasten. 

    Wat te doen?

    Lopende aanvragen (ingediend alvorens de PAS) zullen nader moeten worden onderbouwd. Een verwijzing naar het Alterra rapport volstaat niet (meer). Bijvoorbeeld kan worden aangetoond dat er door middel van mitigerende maatregelen (zoals externe saldering) geen toename is van de stikstofdepositie (mits dit past binnen het overgangsrecht van de PAS). 

    Ook zou ecologisch onderbouwd kunnen worden dat geen sprake is van een aantasting van de natuurlijke kenmerken. Lastig daarbij is dat van veel habitattypen, die het leefgebied van aangewezen vogels vormen, de kritische depositiewaarden worden overschreden. Hierdoor kan een eventuele toename van de stikstofdepositie gevolgen hebben voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen. 

    In sommige gevallen zal een nieuwe aanvraag uitkomst kunnen bieden, zodat deze wordt beoordeeld op grond van de PAS.