blog

    Blokkeert hinder door coronageluid de aanleg van een hoogspanningsverbinding?

    Paul HerderPublicatiedatum: 3 november 2015
    Blokkeert hinder door coronageluid de aanleg van een hoogspanningsverbinding?

    Op percelen die worden gebruikt door een pensionstal en manege is een (bovengrondse) hoogspanningsverbinding voorzien. De beheerder van de pensionstal/manege probeert te voorkomen dat de hoogspanningsverbinding wordt gerealiseerd. Hij vreest gevaarlijke situaties voor de paarden. Zo zou een bij een hoogspanningsverbinding onverwacht ‘coronageluid’ kunnen optreden. Dit onverwachte geluid kan volgens de beheerder leiden tot stress bij paarden en dat kan leiden tot gevaarlijke situaties. Kan de beheerder iets ondernemen tegen de komst van de hoogspanningsverbinding?

    Wat is coronageluid?

    Een hoogspanningsverbinding kan op verschillende manieren geluid veroorzaken. Bij harde wind kan een hoogspanningsverbinding allereerst geluid veroorzaken door het gieren van de wind. Daarnaast kan een hoogspanningsverbinding zogenaamd ‘coronageluid’ veroorzaken. Corona is een ontlading die geluid kan produceren. Dit geluid is vooral te horen bij vochtig weer zoals mist. Doordat stroom onderweg op de geleider een oneffenheid tegenkomt treedt de corona op. Het geluid dat dit teweeg brengt betreft een krakend, knetterend of knisperend geluid.

    Gedoogplicht

    Voor de aanleg van de hoogspanningsverbinding is de toestemming vereist van de grondeigenaar en/of grondgebruiker. Indien TenneT geen toestemming krijgt voor de aanleg van de hoogspanningsverbinding kan de minister een gedoogplicht opleggen. Dit houdt in dat de grondeigenaar en/of gebruiker de plicht krijgt opgelegd tot het gedogen van de aanleg van de hoogspanningsverbinding. De beheerder van de pensionstal/manege weigert toestemming voor de aanleg van de hoogspanningsverbinding. De minister heeft daarom de gedoogplicht opgelegd.

    In beroep tegen de gedoogplicht

    Tegen het besluit tot het opleggen van de gedoogplicht stelt de beheerder beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In beroep voert de beheerder aan, dat de inbreuk op het gebruik van de gronden dusdanig zwaar is dat geen gedoogplicht kan worden opgelegd. De gronden zijn volgens de beheerder niet meer te gebruiken voor het beweiden met paarden. Coronageluid kan schrikreacties bij paarden teweeg brengen. Het opleggen van een gedoogplicht is daarom niet op zijn plaats. Voor een dergelijke zware inbreuk op het gebruik dienen de percelen te worden onteigend. Een onteigeningsprocedure leent zich eerder voor een dergelijke zware inbreuk aangezien de onteigeningsprocedure met zwaardere waarborgen (uit de grondwet) voor de burger is omkleed.

    Oordeel Raad van State

    De minister bepleit het beroep ongegrond te verklaren omdat er geen sprake is van een zware inbreuk. De minister beweert dat de percelen nog steeds gebruikt kunnen worden voor het beweiden met paarden. De percelen liggen immers vlak bij een snelweg zodat de paarden gewend zijn aan verkeerslawaai en bovendien zijn er meer maneges die vlakbij hoogspanningsleidingen liggen die hun bedrijf gewoon voortzetten, zo stelt de minister. De Raad van State gaat hier echter niet in mee. De Raad van State overweegt dat het geluid afkomstig van wegverkeer naar zijn aard verschilt van coronageluid. Hierbij komt dat de beheerder drie deskundigen heeft ingeschakeld die allen verklaren dat de gronden niet meer gebruikt kunnen worden voor het weiden van paarden. Gelet op deze omstandigheden had de minister niet zonder nadere motivering de gedoogplicht op kunnen leggen. De Raad van State vernietigt de gedoogplicht.

    Hoe nu verder?

    De minister heeft kort weergegeven drie keuzes. De minister kan opnieuw proberen minnelijk de vereiste toestemming te krijgen van de grondeigenaar en/of grondgebruiker. Lukt dit niet dan kan de minister met een betere motivering de gedoogplicht opnieuw opleggen of onteigenen. Daarbij zal zowel bij de gedoogplicht als bij onteigening de voorgeschreven procedure moeten worden gevolgd zodat het enige tijd kan duren voordat de hoogspanningsverbinding ook daadwerkelijk kan worden aangelegd. Hoe dan ook, de grondeigenaar of grondgebruiker heeft na de vernietiging van de gedoogplicht een aanmerkelijke betere onderhandelingspositie.