blog

    De opbrengst van windenergie: een vrucht van de gepachte zaak?

    De opbrengst van windenergie: een vrucht van de gepachte zaak?

    De ontwikkelingen op gebied van duurzame energie zijn volop aan de gang. Hierdoor ontstaan ook de nodige geschillen. Afgelopen jaar zijn er meerdere geschillen beslecht waarbij de contracten over duurzame energieprojecten onderwerp van geschil zijn.

    Zo ook de kwestie tussen meerdere broers en zussen die overeenstemming hadden over het plaatsen van windmolens op landerijen. Deze landerijen waren aan één broer verpacht, maar contractueel was geen bepaling over de verdeling van de opbrengst van windmolens opgenomen.

    Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat in dat geval de opbrengst van een windturbine op het gepachte in beginsel in gelijke delen aan de pachter en de verpachter toekomen. In deze blog ga ik verder op deze casus in.

    De feiten

    De kinderen zijn opgegroeid op de boerderij in de Emmapolder. Eén van de zoons had de landerijen sinds 1980 in gebruik van zijn vader. Met ingang van 1 november 1994 pachtte hij de landerijen.

    Los daarvan is op 28 december 1994 een overeenkomst door vader gesloten met (de rechtsvoorganger van) Essent tot verhuur van een deel van de landerijen voor windmolens.

    Na het overlijden van vader krijgt moeder het vruchtgebruik van zijn nalatenschap gelegateerd en zijn de kinderen, waaronder de pachter erfgenaam.

    Op 10 november 1995 verlenen moeder en de kinderen een recht van opstal aan (de rechtsvoorganger van) Essent. Op de percelen van het gezin zijn drie windmolens gerealiseerd die onderdeel uitmaakten van het Windpark Emmapolder.

    Vergoeding gebruik grond

    De exploitant van het windpark keerde een vergoeding voor het gebruik van de gronden voor de plaatsing van de windmolens uit aan de Stichting Windpark Emmapolder (SWE). SWE heeft deze vergoedingen van de rechthebbenden gecedeerd gekregen. Vervolgens heeft SWE deze vergoeding verdeeld over de eigenaars, gebruikers en pachters.

    De verdeling kwam neer op een vergoeding van 89,9% aan de pachter (zoon) en 10,1% aan moeder. Op grond van het vruchtgebruik van het eigendomsrecht van de landerijen.

    Nieuwe windmolen, nieuwe afspraken

    Toen er plannen kwamen voor grotere windmolens in het windpark, op andere locaties binnen het parkgebied, is op 29 juni 2006 een overeenkomst gesloten. Tussen Millenergy als exploitant en 26 grondeigenaren, gebruikers en pachters, alsmede SWE. Deze overeenkomst voorziet in een opstalvergoeding, die uitgekeerd wordt aan SWE.

    De specifiek gerechtigden moesten onderling overeenstemming bereiken over de verdeling van die vergoeding. Tot die tijd behoudt SWE de gelden onder zich.

    Discussie over verdeling

    In 2008 zijn er een opstalrecht en erfdienstbaarheden gevestigd ten gunste van Millenergy, waarna één grote windmolen is opgericht. Ondertussen is moeder onder bewind gesteld en uiteindelijk in 2013 overleden, waarna de kinderen tot erfgenamen zijn benoemd.

    De vergoedingen voor de windmolen is gestald op de depotrekening van SWE. De kinderen zijn onderling niet uit de verdeling gekomen. Hiertoe is vervolgens een procedure gestart door de kinderen.

    Oordeel rechtbank

    De rechtbank heeft bij vonnis van 3 december 2014 overwogen dat de opbrengsten uit het Millenergypark moeten worden aangemerkt als een gemeenschap. Moeder was vruchtgebruikster krachtens een ouderlijke boedelverdeling en gerechtigd tot het volle eigenaarsdeel van de opbrengsten. De opbrengsten moeten volgens de rechtbank verdeeld worden met inachtneming van de redelijkheid en billijkheid ex artikel 6:2 BW.

    Na benoeming van een deskundige en het uitbrengen van een deskundigenbericht heeft de rechtbank een verdeling van 70% aan pachter en 30% aan de grondeigenaar als redelijk en billijk geacht.

    Alle kinderen zijn in hoger beroep gegaan.

    Oordeel Gerechtshof

    De pachter betoogt in hoger beroep dat wind een vrucht is van de gepachte zaak in de zin van artikel 7:316 BW. Als pachter heeft hij recht op de integrale opbrengst van windenergie geoogst boven de door hem gepachte grond.

    Het gerechtshof oordeelt dat artikel 7:316 BW ziet op de voortbrengselen van de landbouw die op de gepachte grond wordt uitgeoefend. De wind die over de velden waait is geen voortbrengsel van de landbouw.

    Doorwerking eerdere afspraken

    Ook de gemaakte afspraken over de plaatsing van de eerste drie kleinere windmolens hebben geen doorwerking voor de nieuwe (grotere) windmolen. Allereerst omdat er sprake is van verschillende entiteiten die de windparken exploiteren (Essent en Millenergy).

    Ten tweede gaat het enerzijds om drie kleinere windmolens en anderzijds om één grotere windmolen met een andere uitwerking op de omliggende landbouwgrond met een andere, veel hogere, vergoeding.

    Bovendien is met het ontmantelen van de drie kleine windmolens een einde gekomen aan de tussen vader en zoon destijds gemaakte afspraken over de verdeling. Deze afspraken binden de erfgenamen (kinderen) niet ten aanzien van de opbrengsten van het Millenergypark.

    Leemte in de overeenkomst

    Het gerechtshof oordeelt dat er sprake is van een leemte in de overeenkomst. Deze moet worden ingevuld/aangevuld aan de hand van de redelijkheid en billijkheid.

    Het gerechtshof neemt vervolgens tot uitgangspunt dat de netto voordelen die uit de (vrijwillige) plaatsing van een windmolen op de verpachte landerijen voortvloeien in beginsel in gelijke delen aan de pachter en verpachten toekomen.

    Dit, omdat partijen geen nadere afspraken daarover hebben gemaakt. Beide partijen hebben immers elkaars medewerking nodig om de plaatsing mogelijk te maken. De nadelen die uit de plaatsing voortvloeien dienen daarbij te worden gecompenseerd.

    Het gerechtshof komt uit op een percentage van 55% voor de pachter en 45 % voor de verpachter.

    Conclusie

    Er is sprake van leemte als er niets is geregeld in de overeenkomst over de verdeelsleutel met betrekking tot de opbrengst van de aanwezige windmolens. Deze leemte in de overeenkomst moet de rechter aanvullen aan de hand van de redelijkheid en billijkheid.

    Of er sprake is van een leemte en dus over een onderdeel van de overeenkomst geen wilsovereenstemming bestaat, dient beantwoord te worden aan de hand van de Haviltex-maatstaf.

    De zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer aan de bepalingen van die overeenkomst mochten toekennen en op hetgeen zij, mede gelet op de maatschappelijke kring waartoe zij behoren en de rechtskennis die van hen kan worden gevergd, in dat opzicht van elkaar mochten verwachten.

    Vragen?

    Het contracteren over duurzame energieprojecten gebeurt veelal in een vroeg stadium van het proces. Het is van belang dat daarbij nagedacht wordt over zaken die mogelijk pas bij de daadwerkelijke exploitatie of zelfs beëindiging van de exploitatie aan de orde zijn.

    Heb je vragen over het vastleggen van die afspraken of de uitleg van overeenkomsten? Neem dan contact op met José Jochemsen-Vernooij.