blog

    De rechter beantwoordt twee vragen over pré-PAS besluiten: 1. Is er nog procesbelang na PAS-melding en 2. na wijziging bevoegd gezag?

    De rechter beantwoordt twee vragen over pré-PAS besluiten: 1. Is er nog procesbelang na PAS-melding en 2. na wijziging bevoegd gezag?

    Stel, vóór de inwerkingtreding van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) is je een Natuurbeschermingswetvergunning geweigerd. Je gaat in beroep. Na de inwerkingtreding van de PAS heb je plotsklaps geen Natuurbeschermingswetvergunning meer nodig. Je kunt volstaan met het doen van een melding. Heb je dan nog belang bij de lopende procedure? Je vindt van wel omdat je allerminst blij bent met de rechtsonzekerheid rond de melding, maar wat is het oordeel van de rechter?

    En hoe zit het als de PAS heeft gezorgd voor een wijziging van het bevoegd gezag? Als voorbeeld: je had vóór de PAS twee Natuurbeschermingswetvergunningen nodig van twee verschillende provincies. Na de PAS is er nog maar één provincie bevoegd. Hoe is de situatie als er een procedure loopt tegen de provincie die niet meer bevoegd is?

    Van oude weigering naar PAS melding

    Op 2 maart 2016 deed de Raad van State in twee zaken uitspraak over het procesbelang in dit soort zaken. In de eerste zaak was een weigering van een Natuurbeschermingswetvergunning aan de orde. Na de inwerkingtreding van de PAS was voor de aangevraagde situatie geen vergunning meer nodig. Volstaan kon worden met een melding. Die melding had de veehouder op 2 juli 2015 gedaan. Desondanks zette de veehouder de beroepsprocedure door. Hij was namelijk van mening dat een melding op grond van de PAS niet dezelfde rechtszekerheid biedt als een vergunning.

    Die gedachte is niet vreemd. Zeker niet tegen de achtergrond van de uitspraak van de Raad van State van 6 november 2015 dat een melding op grond van de PAS geen besluit is. Anders gezegd: aan een melding kunnen geen rechten worden ontleend. Zie hiervoor mijn blog “Melding PAS is geen besluit” van 10 november 2015. Het is bovendien de vraag wat je aan een melding hebt in het geval de PAS onderuit zou gaan. Toch beslist de Raad van State  dat de veehouder geen belang meer heeft bij de beroepsprocedure. De veehouder kan in beroep immers niet bereiken dat de aangevraagde vergunning alsnog aan hem wordt verleend. De PAS is nu geldend recht en gelet daarop is er geen vergunningplicht meer.

    Van twee bevoegde provincies naar één bevoegd gezag

    In de tweede zaak had de provincie Utrecht nog voor de inwerkingtreding van de PAS een Natuurbeschermingswetvergunning verleend voor het wijzigen en uitbreiden van een veehouderij. Tegen dat besluit volgde beroep. Volgens de provincie Utrecht bestond daarbij geen belang meer, omdat op grond van de PAS inmiddels de provincie Gelderland bevoegd gezag was. De aangevraagde situatie zou namelijk vooral voor de Gelderse Natura 2000-gebieden effect kunnen hebben. Op de Natura 2000-gebieden in Utrecht was hooguit een veel geringer effect mogelijk. De provincie Gelderland had voor de aangevraagde situatie al een onherroepelijke Natuurbeschermingswetvergunning verleend. Volgens de Raad van State laat dit onverlet dat toch voor de gevolgen op Utrechtse Natura 2000-gebieden een Natuurbeschermingsvergunning nodig kan zijn en dat de wijziging/uitbreiding van de veehouderij zonder deze vergunning niet mag worden gerealiseerd.

    Ik meen dat deze conclusie op zijn plaats is. De provincie Gelderland had immers alleen een vergunning verleend voor de effecten op Natura 2000-gebieden op haar grondgebied. Voor de beoordeling van de effecten op de Utrechtse gebieden was de provincie Gelderland niet bevoegd en had dus ook geen toetsing plaatsgevonden. Dat zou alleen anders zijn als sprake was geweest van een Natura 2000-gebied dat deels in Utrecht en deels in Gelderland zou hebben gelegen (een provincie-overschrijdend Natura 2000-gebied). In dat geval had de provincie Gelderland de effecten op het in Utrecht gelegen gedeelte moeten beoordelen.

    Een pré-PAS vergunning converteert dus niet automatisch naar een post-PAS vergunning. Het is maar dat je het weet.