blog

    De Wet geurhinder en veehouderij: geen rustig bezit

    Paul Bodden
    Paul BoddenPublicatiedatum: 26 oktober 2015
    De Wet geurhinder en veehouderij: geen rustig bezit

    Geurhinder afkomstig van dierenverblijven wordt sinds 1 januari 2007 beoordeeld op basis van de Wet geurhinder en veehouderij, de Regeling geurhinder en veehouderij en het programma V-Stacks. Samen met de hierover gevormde jurisprudentie, is sprake van een duidelijk kader. Als het aan de bestuurlijke werkgroep Evaluatie regelgeving geurhinder door veehouderijen ligt, gaat dit systeem spoedig op de schop.

    Op dit moment kan bijvoorbeeld een varkenshouder ingeval van een overbelaste geursituatie toch uitbreiden, mits hij (kort samengevat) emissiereducerende voorzieningen toepast. De emissiewinst die daarmee wordt behaald, mag voor de helft worden opgevuld (meer dieren) en komt voor de andere helft ten gunste van het milieu. Als het aan de werkgroep ligt, verdwijnt deze zogeheten ‘50/50-regel’.

    Verder is het momenteel zo dat de cumulatieve geurhinder bij de toetsing van een aanvraag om omgevingsvergunning milieu geen rol speelt. In de ruimtelijke ordening dient de cumulatieve situatie wel in ogenschouw te worden genomen. De werkgroep beveelt aan dit onderscheid te laten verdwijnen en voortaan in alle gevallen de cumulatieve effecten te beoordelen.

    Ook het onderscheid in normstelling tussen concentratiegebieden en niet-concentratiegebieden wordt door de werkgroep ter discussie gesteld.

    De emissiefactoren gaan – als het aan de werkgroep ligt – eveneens op de schop. Er moet meer rekening worden gehouden met seizoensinvloeden, windstille perioden, specifieke atmosferische omstandigheden in de nacht, piekbelastingen, de productiecyclus (vooral bij vleeskuikens) en verschillen tussen diersoorten, aldus de werkgroep.

    Het vorenstaande is zo maar een greep uit de ideeën van de werkgroep. Eén ding lijkt zeker: het huidige systeem gaat vrij drastisch op de schop. Zeker als met de invoering van de Omgevingswet ook nog eens een verschuiving van bevoegdheden gaat plaatsvinden.

    De veehouder die wenst uit te breiden en dat op grond van de huidige wet- en regelgeving voor geurhinder afkomstig van dierenverblijven nog kan, doet er verstandig aan te (laten) onderzoeken of hij zijn rechten op korte termijn nog veilig kan stellen.