blog

    Dierenwelzijn: wijzigingen op komst

    Peter Goumans
    Peter GoumansPublicatiedatum: 3 juni 2016
    Dierenwelzijn: wijzigingen op komst

    Staatssecretaris Van Dam bereidt wijzigingen voor van het Besluit diergeneeskundigen en het Besluit houders van dieren. Deze beide besluiten bevatten uitvoeringsregels van de Wet dieren. De voorgestelde wijzigingen hangen samen met de beleidsbrief dierenwelzijn van 4 oktober 2013, waarin het Kabinet uitspreekt dat dierenwelzijn een integraal onderdeel is van een duurzame veehouderij. Het gaat om wijzigingen ten aanzien van ingrepen, doden, het gebruik van correctiemiddelen, het lichtregime in de konijnenhouderij, de spleetbreedte van roostervloeren in varkensstallen, voorzieningen in testbedrijven in de legpluimveehouderij en natuurlijk ook technische aanpassingen. Van Dam heeft ontwerpbesluiten voorbereid en die aan de Tweede Kamer voorgelegd (Kamerbrief van 1 juni 2016). Daarna wordt de Afdeling advisering van de Raad van State nog om advies gevraagd. Alhoewel er dus nog geen sprake is van definitieve regelgeving loont het zich de moeite om de belangrijkste wijzigingen in kaart te brengen.

    Ingrepen

    Het Besluit diergeneeskundigen bevat (onder meer) regels voor lichamelijke ingrepen bij dieren. De Wet dieren heeft de intrinsieke waarde van het dier als uitgangspunt. Lichamelijke ingrepen bij dieren worden in de uitvoeringsregelgeving geregeld volgens het nee-tenzijprincipe. In het ontwerp-besluit zijn de volgende wijzigingen voorzien: een verbod op het aanbrengen van een neusring bij fokberen, het toestaan van het onthoornen van geitenlammeren op kinderboerderijen (net als bij geitenlammeren voor de melkproductie), en het verbod op vriesbranden (koudmerken) van runderen. Deze wijzigingen hebben in de praktijk een beperkte strekking. De neusring bij fokberen wordt in de praktijk weinig meer gebruikt, voor het vriesbranden zijn voldoende alternatieven en het onthoornen van geitenlammeren op kinderboerderijen is vanwege het veiligheidsrisico voor jonge kinderen zeer goed begrijpelijk. Voor de veehouderij hebben de voorgestelde wijzigingen dus geringe impact.

    Besluit houders van dieren

    De wijzigingen die het Besluit houders van dieren betreffen zijn ingrijpender. Ik geef een overzicht van de belangrijkste veranderingen. De elektronische halsband voor honden zal worden verboden. Er komt wel een uitzonderingsregeling voor deskundigen in bepaalde trainings- en gebruikssituaties. Electronische afrasteringen voor het afzetten van percelen blijven wel toegestaan. Verboden wordt ook het vastbinden of aanlijnen van dieren met een voorwerp waarmee door scherpe uitsteeksel pijn kan worden toegebracht. Voor slachtkonijnen is de speenleeftijd (scheidingsleeftijd) bepaald op 4 weken, mits de dieren daarna nog 2 weken op het geboortebedrijf blijven. Die leeftijd wordt 5 weken als dieren op een ander bedrijf worden afgemest. Konijnen moeten worden gehouden in een dag- en nachtritme dat inhoudt dat het minimaal 8 uur licht en 8 uur donker moet zijn. Na de licht- en donkerperiode wordt een schemerperiode van minimaal één uur ingelast. Voor betonnen roostervloeren voor vleesvarkens gaat een maximale spleetbreedte gelden van 18 mm. Voor niet-betonnen roostervloeren blijft de norm van 20 mm gelden. Overgangsrecht voorziet er in dat vloeren niet onmiddellijk behoeven te worden vervangen. Bij vervanging of verbouwing moet de nieuwe spleetbreedte worden toegepast. Door een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven zijn kippen die worden gehouden voor het testen voor de fokkerij onder de regels voor het houden van legkippen komen te vallen. Om een passende testomgeving te kunnen creëren worden er voor testbedrijven uitzonderingen geformuleerd.

    Doden van dieren

    De wijzigingen zien dus op verschillende soorten bedrijven en houderij-activiteiten. Dit lijkt overzienbaar. Ruime aandacht is er in het voorstel van Van Dam ook voor het doden van dieren op houderijbedrijven. Het Besluit houders van dieren kent al regels die bij het doden van dieren moeten worden nageleefd. Bovendien biedt dit besluit een basis voor nadere uitvoeringsregels. Die grondslag ziet op de benodigde kennis en vaardigheden voor het doden van dieren. Daaraan worden nu regels toegevoegd met betrekking tot de te hanteren methoden vooral voor kleinere diersoorten en jonge dieren. Invulling van deze regels vindt nu nog niet plaats.