blog

    € 30 miljoen voor verbetering van de marktsituatie van de melkvee- en varkenshouderij: druppel op een gloeiende plaat?

    € 30 miljoen voor verbetering van de marktsituatie van de melkvee- en varkenshouderij: druppel op een gloeiende plaat?

    Al enige tijd kampt de varkens- en melkveehouderij met grote marktproblemen. In september 2015 heeft de Europese Raad steun gegeven aan een pakket maatregelen dat de marktsituatie voor deze beide sectoren moet verbeteren. Voor de zuivelsector en de varkenshouderij in Nederland komt in totaal € 29,94 miljoen beschikbaar. Staatssecretaris Van Dam zet deze middelen in voor maatregelen die een structurele verbetering en innovatie in de melkveehouderij en varkenssector te weeg brengen en de marktsituatie verbeteren. Verdeling van de beschikbare middelen gebeurt via drie sporen: (1) verduurzaming van de melkveehouderij,  (2) vitalisering van de varkenshouderij en (3) stimuleren van investeringen in mestverwerking. Voor elk spoor wordt € 9,98 miljoen ingezet.

    De zuivelsector

    De middelen die beschikbaar worden gemaakt voor de zuivelsector worden gebruikt voor het uitrollen van de Kringloopwijzer, het terugdringen van Infectieuze Bovine Rhinotracheïtis (koeiengriep) en Bovine Virusdiarree en het stimuleren van weidegang en weidevogelbeheer. Via kortingen en subsidies voor melkveehouders wordt deelname gestimuleerd. Melkveehouders kunnen in aanmerking komen voor een korting van € 500,00 op de analyse van kuilvoer- en grondmonsters, een korting van € 500,00 als bijdrage in de kosten van de Gezondheidsdienst voor Dieren en een vergoeding van € 750,00 voor het volledig weiden van koeien. De koeien moeten dan wel voor het maaien van de eerste snede gras (ongeveer 15 april) de wei in. En de melkveehouder moet meewerken aan een vervolgproject waarin leerervaringen met vroege weidegang worden uitgewisseld. De uitvoering van deze maatregelen ligt bij ZuivelNL.

    De varkenshouderij

    Voor de varkenshouderij worden de vrijgemaakte middelen anders ingezet. Voor herstructurering van de varkenshouderij komt € 5 miljoen beschikbaar. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de voorstellen van de Regiegroep vitale varkenshouderij die beogen de infrastructuur van de varkenshouderij op het gebied van ruimtelijke ordening, bedrijfseconomie en marktrendement te versterken. De middelen worden ingezet om bedrijfsverplaatsingen te faciliteren als onderdeel van een integraal herstructureringsplan. Voor het structureel versterken van de marktoriëntatie en marktpositie van varkenshouders en verbetering van samenwerking in de keten komt € 4,98 miljoen beschikbaar. De regiegroep ontwikkelt hiertoe een nieuw ketenkwaliteitssysteem en rolt dat uit. Tegelijkertijd wordt de samenwerking van varkenshouders in producentengroepen en met andere ketenpartijen gestimuleerd. Deelname wordt gestimuleerd door korting op tarieven.

    Mestverwerking

    Om hoogwaardige mestverwerking en mestverwaarding in samenwerkingsverbanden van melkvee- en varkenshouders te stimuleren worden de resterende middelen ingezet via een privaat mestfonds. De gelden kunnen worden ingezet om inleggelden in mestverwerkingsinitiatieven te verdubbelen. Vereist is dat het gaat om mestverwerkingsinstallaties die een capaciteit hebben van 50.000 ton drijfmest, 80% van de verwerkte fosfaat buiten Nederland wordt afgezet en het bedrag per installatie maximaal € 1,5 miljoen bedraagt.

    Gaat het werken?

    De hiervoor beschreven middelen zullen op basis van een projectplan via een subsidiebeschikking uiterlijk 30 juni 2016 beschikbaar worden gesteld aan ZuivelNL en de Producentenorganisatie Varkenshouderij (POV). ZuivelNL en POV zijn vervolgens verantwoordelijk voor het doorsluizen van de middelen naar melkvee- en varkenshouders. In 2016 met een doorloop naar 2017 zullen de middelen dan moeten worden besteed. De middelen die beschikbaar zijn om de slechte marktpositie in de zuivel- en varkenssector te verbeteren zijn zeer bescheiden. Voor de zuivelsector worden de middelen bovendien fragmentarisch ingezet. Voor individuele bedrijven komen beperkte bedragen beschikbaar, waarvan de vraag is of die een aanzet tot deelname opleveren. Trekt een bijdrage van € 750,00 een melkveehouder over de streep om koeien weidegang te geven als zijn bedrijfsvoering daarop niet is ingericht en hij ook nog leerervaringen moet gaan delen? De bedoelingen zijn goed, maar ik twijfel. Of ben ik te somber?