blog

    Één pony in strijd met het bestemmingsplan, acht paarden niet

    Peter Goumans
    Peter GoumansPublicatiedatum: 2 juni 2016
    Één pony in strijd met het bestemmingsplan, acht paarden niet

    Verreweg het merendeel van de paarden en pony’s in Nederland wordt in het buitengebied gehouden. Het houden van paarden is immers een grondgebonden activiteit. Stoeterijen,  africhtingsbedrijven en wedstrijdstallen zijn daarom aan het buitengebied verbonden. Maneges zijn vaak in kernrandgebieden gesitueerd, omdat zij zich richten op klanten uit dorp of stad die niet zelf een paard kunnen houden. Toch worden in stedelijke gebieden meer paarden en pony’s gehouden dan menigeen voor mogelijk houdt. Veelal gaat het dan om particulieren die een enkel paard of pony houden. Hobbymatig dus. Het houden van paarden of pony’s in de woonomgeving geeft regelmatig aanleiding tot geschillen. Veelal in de handhavingssfeer vanwege de overlast die kan samenhangen met het houden van paarden kort op de woning of tuin van buren. Maar soms ook omdat een vergunning wordt gevraagd voor de bouw van een stal voor de paarden of pony’s. Op 25 mei 2016 deed de Raad van State uitspraak in 2 procedures over dit onderwerp.

    Interpretatie bestemmingsregeling

    Veelal geldt een woon- en tuinbestemming voor situaties waarin in woonkernen paarden en pony’s worden gehouden. Een expliciete regeling ten aanzien van het houden van dieren ontbreekt meestal in deze bestemmingsregelingen. De vraag of het gebruik van gronden bij een woning voor het houden van paarden of pony’s is toegestaan, moet in zo’n geval worden beantwoord aan de hand van de ruimtelijke uitstraling die het houden van paarden of pony’s gezien zijn aard, intensiteit en omvang heeft. Die lijn heeft de Raad van State al in 2012 uitgezet.

    Dit criterium leidt er toe dat soms het houden van 1 pony al in strijd is met het geldende bestemmingsplan en in een ander geval het houden van 8 paarden niet. De interpretatie van nagenoeg gelijke bestemmingsregelingen kan dus zeer verschillend uitpakken. Dat volgt uit de beide uitspraken van de Raad van State van 25 mei 2016. Laten we die beide situaties eens onder de loep nemen.

    Handhaving in Leiden

    Burgemeester en wethouders van Leiden schreven een particulier aan om te stoppen met het stallen en weiden van 1 pony vanwege strijd met de geldende woonbestemming. De Raad van State onderschrijft dat het weiden en stallen van de pony niet valt te rijmen met de geldende bestemming. Daarbij speelt een rol dat sprake is van een woonwijk, het perceel ingeklemd ligt tussen woningen en het houden van een pony zich niet verhoudt tot de stedelijke omgeving. Anders gezegd: een pony hoort niet thuis in een wijk van een grote stad als Leiden. Het besluit van burgemeester en wethouder van Leiden blijft dus in stand. De pony moet weg.

    Verbouwen oude stal in Bernheze

    In de gemeente Bernheze had een vergelijkbare discussie een heel andere uitkomst. Voor zijn hobby wilde een particulier een voormalige rundveestal verbouwen om acht paarden te kunnen stallen. Een buurman verzette zich tegen vergunningverlening. Voor het voormalige bedrijf gold nog een agrarische bestemming. Evident was echter dat sprake was van het hobbymatig houden van paarden. In de kern ging het om de vraag of het bouwplan past in het bestemmingsplan. Alleen dan kon de gevraagde vergunning worden verleend. Bij de beantwoording van deze vraag hanteert de Raad van State exact hetzelfde toetsingscriterium als in de zaak Leiden. De ruimtelijke uitstraling van de voorgenomen paardenhouderij is doorslaggevend. De Raad van State kent in dit geval gewicht toe aan het feit dat sprake is van een hobby en dat het perceel in het buitengebied ligt. Het karakter van de omgeving is dus erg relevant. Onder die omstandigheden is het houden van paarden bij een woning niet in strijd met het bestemmingsplan.

    Toetsingsformule

    De Raad van State hanteert dus een heldere toetsingsformule bij beantwoording van de vraag of het houden van paarden en pony’s bij een woning kan worden toegestaan. De ruimtelijke uitstraling is doorslaggevend. En die uitstraling hangt af van de omstandigheden van het geval.