blog

    Elektronische monitoring gaat voor bestaande luchtwassers per 1 januari 2016 in

    Peter Goumans
    Peter GoumansPublicatiedatum: 25 november 2015
    Elektronische monitoring gaat voor bestaande luchtwassers per 1 januari 2016 in

    Met ingang van 1 januari 2013 stelt het Activiteitenbesluit milieubeheer eisen aan het functioneren van luchtwassers bij stallen. De algemeen werkende regels van het Activiteitenbesluit zijn bedoeld om een goede werking van de luchtwassers te waarborgen. Op die manier wordt de uitstoot van ammoniak, geur en fijnstof uit stallen beperkt. Een luchtwassysteem dat na 1 januari 2013 is opgericht moet meteen voorzien zijn van elektronische monitoring (artikel 3.125 Activiteitenbesluit). Dat houdt in dat parameters automatisch moeten worden geregistreerd en de veehouder bij afwijkingen in actie moet komen. Per installatie vergt dit een forse investering die al snel € 3.500,00 beloopt. Voor luchtwassers die gebouwd zijn vóór 1 januari 2013 geldt een uitzondering. Op grond van het overgangsrecht (artikel 6.24t Activiteitenbesluit) is tot 1 januari 2016 geen elektronische monitoring nodig. Tot 1 januari 2016 mag de monitoring handmatig gebeuren. Onder meer moeten de zuurgraad en de meterstanden wekelijks worden geregistreerd.

    Uitstelverzoek

    Vanwege de noodzakelijke investering en de crisis waarin de varkenshouderijsector verkeert hebben LTO en NVV de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu (Dijksma) gevraagd om uitstel van de elektronische monitoringsverplichting voor bestaande luchtwassers. Via handmatige registratie wordt volgens LTO en NVV al geborgd dat luchtwassers goed werken. Op grond daarvan kan waar dat nodig is ook handhavend worden opgetreden. De extra kosten worden dus niet efficiënt ingezet.

    Verzoek afgewezen

    Op dat uitstelverzoek reageert Dijksma bij brief van 20 november 2015. Dijksma geeft geen krimp. Zij gaat niet in op het verzoek van LTO en NVV. Zij wijst daarbij op onderzoeken waaruit blijkt dat luchtwassers in het verleden niet goed werkten en zelfs werden uitgezet. Dit leidde tot een hogere ammoniakemissie dan verwacht en berekend. Dijksma wijst op de noodzaak om reductie van de uitstoot van ammoniak te bewerkstelligen. Niet alleen voor omwonenden, natuur en milieu, maar zeker ook voor de veehouderijsector zelf. De emissiereductie is immers essentieel om te voldoen aan de NEC-richtlijn en de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Hieraan voegt zij toe dat er aanwijzingen zijn dat de kosten meevallen (maximaal € 3.500,00) en dat op een aantal bedrijven de elektronische monitoring al is gerealiseerd. Dijksma wil voorkomen dat de bedrijven die nog geen actie hebben ondernomen een concurrentievoordeel genieten.

    Overgangstermijn eindigt definitief per 1 januari 2016

    Uitstel is dus niet aan de orde. De overgangstermijn voor bestaande luchtwassers eindigt daarmee definitief per 1 januari 2016. Haast is dus geboden. Er is nog 1 maand te gaan. Over de precieze eisen die het Activiteitenbesluit aan luchtwassers stelt heeft Kenniscentrum Infomil een brochure (Ammoniak: Eisen aan luchtwassers in het Activiteitenbesluit) geschreven die vanaf 24 november 2015 te vinden is op www.infomil.nl. Voorkom gedoe door tijdig te voldoen aan het Activiteitenbesluit.