blog

    Flexplekken, vaste ligplaatsen of wachtrijen?

    Peter Goumans
    Peter GoumansPublicatiedatum: 2 mei 2016
    Flexplekken, vaste ligplaatsen of wachtrijen?

    Een melkveehouder en de staatssecretaris van economische raakten vorig jaar met elkaar in conflict over de vraag of elke koe in een ligboxenstal een ligplaats moet hebben. In de stallen van de melkveehouder was sprake van een forse overbezetting. De staatssecretaris greep in. Die actie bleek echter niet succesvol. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven zette er een flinke streep door. Artikel 1.2 van de Wet dieren en artikel 1.6 lid 2 van het Besluit houders van dieren boden volgens de rechter geen deugdelijke grondslag voor handhaving. De uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven leidde tot Kamervragen. De staatssecretaris antwoordde (Kamerbrief van 31 maart 2016) dat hij niet van plan was om de wet aan te passen. Volgens hem geeft de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven voldoende aanknopingspunten om in toekomstige gevallen te kunnen ingrijpen. Volgens de staatssecretaris zou de bepaling dat een dier voldoende ruimte wordt gelaten voor zijn fysiologische en ethologische behoeften alsnog met voldoende bewijs op basis van wetenschappelijke literatuur kunnen worden onderbouwd. Concreter werd de staatssecretaris niet. Maar opnieuw ingrijpen gaat de staatssecretaris niet uit de weg.

    NVWA staat weer op de stoep

    Kort geleden meldde de NVWA zich weer op het bedrijf van de veehouder. Volgens de NVWA was de huisvestingssituatie ongewijzigd en waren de stallen overvol. Per ligplaats zouden er een aantal koeien staan te wachten totdat zij konden gaan liggen. Van de driehonderd koeien neemt de NVWA er 200 in beslag, meldt Melkvee.nl. Het dierenwelzijn en de diergezondheid zouden daartoe dwingen. Het debat wordt kennelijk dus breder getrokken dan alleen de vraag of er voldoende ligplaatsen zijn.

    Dierenwelzijn volop in de schijnwerpers

    Dierenwelzijn is een hot item. De kranten maken melding van incidenten waarbij sprake is van ernstige verwaarlozing van dieren en zelfs van dode dieren in stallen. In zijn brief aan de Tweede Kamer van 22 april heeft de staatssecretaris uitgebreid verslag gedaan van de stand van zaken op het gebied van dierenwelzijn. En inmiddels overweegt de staatssecretaris een meldingsplicht voor erfbetreders over dierverwaarlozing. Niet ter discussie staat dat dierenwelzijn van groot belang is. Dat vindt de consument, de veehouder, het bedrijfsleven, de politiek en de overheid. De staatssecretaris geeft in zijn brief van 22 april zijn eigen visie. De nadruk moet van kwantiteit naar kwaliteit bewegen en dierenwelzijn behoort te worden verankerd als integraal onderdeel van de veehouderij. Daarbij hoort ook een eerlijke prijs. Alleen via samenwerking valt dat doel te bereiken.

    Terug naar het front

    In de door de staatssecretaris geschetste aanpak past een nederlaag bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven niet. Dat doet overigens het imago van de sector ook geen goed. Opnieuw op pad dus. De wetgeving bepaalt echter nog steeds niet hoeveel ligplaatsen er voor de aanwezige koeien moeten zijn. Zou er ondertussen een wetenschappelijke onderbouwing beschikbaar zijn van het gewenste aantal ligplaatsen? Dat geloof ik niet. Dan hadden die gegevens ook wel gepresenteerd kunnen worden in de procedure bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Een andere wettelijke grondslag dus? Een nieuwe nederlaag kan de staatssecretaris zich niet permitteren. De afloop houd je van mij tegoed.