blog

    Fosfaatrechten en staatssteun

    Fosfaatrechten en staatssteun

    Peter Goumans is in een aantal blogs ingegaan op de problematiek rondom het wetsvoorstel fosfaatrechten. Op 13 oktober heeft staatssecretaris Van Dam dat wetsvoorstel allerijl gewijzigd. Aanleiding is dat de Europese Commissie meent dat het stelsel van fosfaatrechten dat het wetsvoorstel creëert ongeoorloofde staatssteun inhoudt. Peter Goumans heeft de wijzigingen in het wetsvoorstel al toegelicht en becommentarieerd. De vraag die resteert is hoe een maatregel die de melkveehouders ervaren als last in plaats van steun desondanks ongeoorloofde staatssteun kan inhouden. Die vraag beantwoord ik in deze blog. 

    Doel van het stelsel van fosfaatrechten

    Het stelsel van fosfaatrechten moet tot een daling van de fosfaatproductie door melkvee in Nederland leiden omdat het voor Nederland door de EU vastgestelde plafond wordt overschreden. Dat plafond bedraagt 172,9 (en voor melkvee 84,9) miljoen kilo fosfaat. Zolang meer fosfaat wordt geproduceerd dan dat plafond riskeert Nederland een ingebrekestelling (wegens overtreding van de derogatiebeschikking uit hoofde van de Nitraatrichtlijn) en dat wil de staatssecretaris voorkomen. 

    Maatregelen van het stelsel van fosfaatrechten

    Het wetsvoorstel dringt de fosfaatproductie terug door 2 maatregelen:

    1. een generieke korting van fosfaatrechten: er worden minder fosfaatrechten uitgegeven dan noodzakelijk voor de huidige melkveestapel;

    2. 10% van de verhandelde fosfaatrechten wordt afgeroomd door bij elke verkoop van fosfaatrechten 10% in een door het ministerie van EZ beheerde fosfaatbank te parkeren.

    Deze maatregelen in combinatie met een verbod op fosfaatproductie door melkvee zonder fosfaatrechten moet leiden tot de beoogde daling.

    Waarom omvat het wetsvoorstel staatssteun?

    De voorvraag is wat staatssteun inhoudt. (Ongeoorloofde) Staatssteun is door de overheid verleende steun aan een onderneming die daardoor een niet marktconform voordeel krijgt ten opzichte van andere ondernemers en waardoor de handel tussen lidstaten ongunstig kan worden beïnvloed. Denk aan subsidies, garantstellingen onder soepele voorwaarden, leningen beneden de marktrente en verkopen of aankopen tegen een niet marktconforme prijs. Doordat het wetsvoorstel voorziet in het gratis toekennen van fosfaatrechten oordeelt de Europese Commissie dat er sprake is van steun. Die fosfaatrechten worden immers verhandelbaar en gaan dus een economische waarde krijgen. Die waarde komt in het vermogen van de melkveehouders zonder dat zij daarvoor een marktprijs hoeven te betalen. Dat is staatssteun volgens de Europese Commissie.

    Waarom is die staatssteun ongeoorloofd?

    Niet elke vorm van staatssteun is ongeoorloofd. Soms kan steun geoorloofd zijn omdat zij een wenselijk ontwikkeling stimuleert. De Europese Commissie meent dat de uitgifte van fosfaatrechten ongeoorloofd is niet omdat de beoogde daling van fosfaatproductie geen wenselijke ontwikkeling zou zijn, maar omdat Nederland niet voldoet aan de regels waaronder een steunmaatregel kan worden toegestaan. Nederland voldoet niet aan alle richtsnoeren van de Europese Commissie (zoals opgenomen in de Mededeling richtsnoeren staatssteun ten behoeve van milieubescherming en energie 2014-2020 [Pb. EU 2014/C 200/01]). Het wetsvoorstel voorzag er vóór de wijziging in dat de fosfaatrechten werden uitgegeven op een moment (01-01-2017) dat Nederland niet voldeed aan de geldende EU normen van het fosfaatproductieplafond. In die situatie mag geen staatssteun worden verleend. Daarnaast voorzag het wetsvoorstel erin dat Nederland aan de EU normen zou gaan voldoen door middel van het stelsel van fosfaatrechten. Steun is echter pas geoorloofd indien de daarmee te bereiken milieudoelstellingen verder gaan dan die van de geldende EU normen.

    Wijzigingen van het wetsvoorstel

    Aan het eerste bezwaar komt de staatssecretaris tegemoet door de verhandelbaarheid van fosfaatrechten uit te stellen totdat de reductie tot het fosfaatproductieplafond is bereikt. Dat plafond wordt bereikt door met de generieke korting te komen tot precies dat plafond. Aan het tweede bezwaar wordt tegemoet gekomen door de afroming van 10% bij verhandeling van fosfaatrechten. Daardoor worden milieudoelstellingen beneden het geldende plafond bereikt.

    Wat betekenen de wijzigingen voor de melkveehouders?

    Doordat de fosfaatrechten pas per 01-01-2018 worden uitgegeven en verhandelbaar worden, betekent dat een uitstel van een jaar. Het verbod om zonder fosfaatrechten fosfaat te produceren wordt immers ook pas per 01-01-2018 van kracht. Uitstel van een onwelgevallige maatregel is doorgaans goed nieuws. Echter, doordat de generieke korting er per 01-01-2018 direct toe moet leiden dat het fosfaatproductieplafond niet meer wordt overschreden, zal het stelsel van fosfaatrechten haar schaduw diep vooruit werpen over 2017.