blog

    Bij afstand 620 meter geen bescherming van belang Natura 2000

    Teun VerstappenPublicatiedatum: 28 mei 2015

    In beroep tegen bestemmingsplannen voeren appellanten regelmatig aan dat een nieuw toegestane ontwikkeling gevolgen heeft voor een nabijgelegen Natura 2000-gebied. Dat stelt de Raad van State voor de vraag of het inroepen van bescherming van een Natura 2000-gebied wel een belang van de betrokken appellant is. In een beroepsprocedure tegen het bestemmingsplan “Buitengebied Zederik” komen (onder meer) omwonenden op tegen de vergroting van een agrarisch bouwvlak. Zij voeren aan dat de gemeenteraad onderzoek had moeten doen naar de gevolgen voor het nabijgelegen Natura 2000-gebied “De Zouweboezem”. In de uitspraak van 13 mei 2015 (zaaknummer 201307872/1) oordeelt de Raad van State hierover. De Raad van State overweegt dat geen duidelijke verwevenheid bestaat van de individuele belangen van de omwonenden (bij het behoud van een goede kwaliteit van hun directe leefomgeving) met het algemene belang dat de Natuurbeschermingswet 1998 beoogt te beschermen. Artikel 8:69a Algemene wet bestuursrecht (relativiteitsvereiste) staat daarom aan vernietiging van het bestemmingsplan in de weg. De Raad van State komt tot deze conclusie vanwege twee omstandigheden. Ten eerste omdat het Natura 2000-gebied op ongeveer 620 m van het bouwvlak en de betrokken woningen ligt. Voorts omdat het Natura 2000-gebied wordt gescheiden van het bouwvlak en de woningen door de Rijksweg A27. Reeds eerder verschenen er uitspraken over het relativiteitsvereiste. Zo overwoog de Raad van State in de uitspraak van 16 april 2014 (zaaknummer 201304647/1), dat de Natuurbeschermingswet 1998 kennelijk niet strekte tot de bescherming van de belangen van appellanten die op meer dan 800 meter van het betrokken Natura 2000-gebied woonden.