blog

    Gelders Plussenbeleid

    Gelders Plussenbeleid

    In navolging van de provincie Noord-Brabant (op basis van de Verordening ruimte 2014) en de provincie Groningen (vooralsnog op basis van een convenant) gaat ook de provincie Gelderland duurzaamheidsregels voor veehouderijen in de ruimtelijke ordening introduceren. De besluitvorming door Provinciale Staten staat gepland voor 14 december 2016. Wat weten we nu al?

    Onder de noemer ‘Gelders Plussenbeleid’ is een systeem uitgedacht dat erop neerkomt dat uitbreidingen van veehouderijen boven de 1,5 hectare nog slechts mogelijk zijn als de boer aanvullende investeringen doet op het gebied van de ruimtelijke kwaliteit, het milieu en het dierenwelzijn. Verder wordt een goede dialoog met de omgeving en de gemeente verplicht gesteld. 

    Het valt op dat ook dierenwelzijn in de systematiek is opgenomen, terwijl de vereiste ruimtelijke relevantie bij dit onderwerp in principe ontbreekt (zie hierover nader mijn blog ‘Duurzaamheidsregels in de ruimtelijke ordening‘). Verder wordt in de op dit moment bekende informatie over het Gelders Plussenbeleid ook gerefereerd aan normen vanwege zoönosen. Het gebrek aan voldoende precieze wetenschappelijke inzichten maakt echter dat aan het omgevingsrecht slechts een aanvullende rol toekomt bij de beoordeling van de gezondheidseffecten voor mensen van het houden van dieren, (zie hierover nader mijn artikel ‘Gezondheidsrisico’s van veehouderijen‘, TO mei 2014, nr. 1, p. 17 e.v. ). Kortom: juridisch gezien kent het Gelders Plussensysteem enkele voetangels en klemmen. 

    Gemeenten krijgen in beginsel 10 jaar de tijd om de bestemmingsplannen aan te passen. Plannen die ouder zijn dan 10 jaar moeten echter al binnen 2 jaar worden aangepast. De actualisatie van de Gelderse Omgevingsvisie en Omgevingsverordening waarin het Gelders Plussensysteem wordt vervat wordt naar verwachting van 19 augustus 2016 tot en met 30 september 2016 ter inzage gelegd. Gemeenten en veehouders doen er verstandig aan om de stukken kritisch te bestuderen en (indien nodig) tijdig zienswijzen in te dienen.