blog

    Handhaving verbod pelsdierhouderij

    Paul HerderPublicatiedatum: 19 februari 2016
    Handhaving verbod pelsdierhouderij

    Op 15 januari 2013 is de Wet verbod pelsdierhouderij in werking getreden. Deze wet verbiedt het houden en doden van pelsdieren. Onder meer de Nederlandse Federatie van Edelpelsdierenhouders (NFE) heeft het verbod bij de rechter bestreden. Na uitspraken van de rechtbank en het gerechtshof ligt de zaak inmiddels bij de Hoge Raad. De buitenwerkingstelling door de rechtbank is door het gerechtshof ongedaan gemaakt. Ondanks dat de Hoge Raad nog een oordeel over het verbod moet geven, heeft staatssecretaris Van Dam aangekondigd voorbereidingen te treffen voor handhaving van het verbod. Hoe gaat dit in zijn werk?

    Verbod buiten werking en weer in werking

    Door de rechtbank is de Wet verbod pelsdierhouderij buiten werking gesteld. De pelsdierhouders voerden bij de rechtbank aan dat de wet een te zware inbreuk is op hun eigendomsrecht. De rechtbank ging hierin mee en stelde het wettelijk verbod buiten werking. De Staat heeft direct hoger beroep aangetekend. In hoger beroep oordeelde het gerechtshof Den Haag dat de inbreuk op het eigendomsrecht van de pelsdierhouders proportioneel is. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank. Daarmee heeft het verbod weer werking gekregen. Of het verbod definitief stand zal houden zal de procedure bij de Hoge Raad uitwijzen.

    Handhaving van het verbod

    Door het arrest van het gerechtshof is de Wet verbod pelsdierhouderij weer gewoon van kracht. Dit betekent dat het vanaf 15 januari 2013 verboden is nieuwe pelsdierhouderijen op te richten en bestaande pelsdierhouderijen uit te breiden. Onder bepaalde omstandigheden kan ook een overname van een bestaande pelsdierhouderij verboden zijn. De staatssecretaris geeft daarnaast aan dat ook indien een omgevingsvergunning is verkregen voor een nieuwe pelsdierhouderij of een uitbreiding het verbod geldt. Indien wordt vastgesteld dat het verbod is overtreden volgt handhaving. Overtreding van het verbod is een economisch delict. Handhaving van het verbod ligt derhalve in handen van het Openbaar Ministerie (OM). De staatssecretaris geeft aan dat het OM gedurende de procedure bij de Hoge Raad overtreders zal opsporen en proces verbaal zal opmaken. Pas nadat de Hoge Raad arrest heeft gewezen, zal het OM de overtreders bij de strafrechter vervolgen.

    Bestuursrechtelijke handhaving

    Naast de handhaving door het OM, wil de staatssecretaris ook bestuursrechtelijke handhaving mogelijk maken. Hiervoor moet de wet worden gewijzigd. De staatssecretaris heeft inmiddels een wetsvoorstel in voorbereiding. Na de wetswijziging kan de pelsdierhouder door middel van een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom worden gedwongen het aantal pelsdieren terug te brengen naar het maximale toegestane aantal. Deze vorm van handhaving kan worden toegepast naast de strafrechtelijke handhaving. Dit betekent dat de pelsdierhouder naast een strafrechtelijke veroordeling, een last onder dwangsom opgelegd kan krijgen. Zo’n tweesporenaanpak is wettelijk toegestaan. Of het allemaal zo ver komt zal  afhangen van de uitkomst van de procedure bij de Hoge Raad.