blog

    Het stinkt in de snackbar

    Peter Goumans
    Peter GoumansPublicatiedatum: 1 april 2016
    Het stinkt in de snackbar

    De raad van de gemeente Ermelo besloot bij de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan een al jaren bestaande snackbar positief te bestemmen. Voor de snackbar was door burgemeester en wethouders in 1996 een bouwvergunning verleend. Daarin zag de raad aanleiding om de bestaande situatie in het bestemmingsplan vast te leggen. Een vleeskalverenhouder zag daarin bezwaar. Volgens hem gold de snackbar als een geurgevoelig object en zou zijn bedrijf op slot worden gezet door een positieve bestemming van de snackbar. Bij de snackbar werd namelijk de toegestane geurnorm overschreden. De vleeskalverenhouder koos er voor om de planregeling ter beoordeling aan de Raad van State voor te leggen. In beroep stelt hij zich op het standpunt dat (1) de snackbar een geurgevoelig object is, (2) sprake is van een overbelaste situatie en zijn bedrijfsvoering door een positieve bestemming wordt belemmerd en (3) dat bij de snackbar geen goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd.

    Geurgevoelig in de zin van de Wet geurhinder en veehouderij?

    De Raad van State (uitspraak van 23 maart 2016) toetst allereerst –  aan de hand van de Wet geurhinder en veehouderij (artikel 1) – of een snackbar een geurgevoelig object is. Die vraag wordt bevestigend beantwoord. Daarbij neemt de Raad van State in ogenschouw dat sprake is van een gebouw dat met vergunning is gerealiseerd en wordt benut voor langdurig menselijk verblijf. De vleeskalverenhouder had dit dus juist gezien. Dat betekent echter niet dat de vleeskalverenhouder in het gelijk wordt gesteld. Van het tegendeel is sprake. Het door de raad vastgestelde bestemmingsplan regelt immers enkel de bestaande situatie. Omdat de snackbar al jaren – op basis van een bouwvergunning – aanwezig was, leidt de planregeling niet tot verdere beperkingen. Anders gezegd: de vleeskalverenhouder is te laat met zijn actie. Hij had moeten ageren tegen de bouwvergunning.

    Aanvaardbaar leefklimaat

    Dan ligt er nog de vraag of bij de snackbar wel een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Ter zitting erkende de raad dat de maximaal toegestane geurbelasting bij de snackbar werd overschreden. Tussen partijen staat dus vast dat sprake is van een overbelaste situatie. Dat maakt echter niet dat geen sprake kan zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Al in 2009 heeft de Raad van State uitgemaakt dat als de voor een veehouderij toepasselijke individuele geurnorm op grond van de Wet geurhinder en veehouderij wordt overschreden, dat niet automatisch betekent dat geen sprake is van een niet aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De raad moet bij de vaststelling van het bestemmingsplan inzichtelijk maken hoe dit zit. Dat had de raad van Ermelo gedaan. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan overwoog de raad namelijk dat wel degelijk sprake is van een aanvaardbaar leefklimaat, omdat de snackbar al lange tijd legaal aanwezig is en de geurbelasting in het betrokken gebied gemiddeld hoger ligt dan elders in het buitengebied. Daar komt de raad mee weg. De planregeling blijft in stand. Ongetwijfeld zal bij de vleeskalverenhouder de vraag opkomen hoe het kan dat de geurnorm wel voor hem geldt en niet voor de snackbarhouder. En toch is dat zo.