blog

    Het wetsvoorstel fosfaatrechten melkvee: gevolgen voor varkens- en pluimveebedrijven (het wetsvoorstel in 6 delen, deel 5)

    Peter Goumans
    Peter GoumansPublicatiedatum: 26 september 2016
    Het wetsvoorstel fosfaatrechten melkvee: gevolgen voor varkens- en pluimveebedrijven (het wetsvoorstel in 6 delen, deel 5)

    Aan de derogatiebeschikking voor Nederland heeft de Europese Commissie de voorwaarde verbonden dat de mestproductie het feitelijke productieniveau van 2002 niet mag overschrijden. Voor fosfaat gaat het dan om 172,9 miljoen kg. De melkvee-, varkens- en pluimveesector zijn sectorplafonds overeengekomen. Als die sectorplafonds niet worden overschreden is geborgd dat ook het nationale plafond niet wordt overschreden. In 2015 heeft niet alleen de melkveehouderij haar plafond overschreden, dat geldt ook voor de andere sectoren (Kamerstuk 33 979, nr. 140).  Die overschrijdingen hebben een beperkte omvang (1% voor de varkenshouderij en 3,3% voor de pluimveehouderij).

    Generieke korting naast afroming bij overdracht

    De Meststoffenwet (artikel 32) voorziet nu enkel in de mogelijkheid om bij AMvB varkens- en pluimveerechten af te romen bij overdracht (handelstransacties). Daaraan is de grens van 25% verbonden. De staatssecretaris is van mening dat dat instrument te kort schiet wanneer het nationale mestplafond (mede) door de varkens- en/of pluimveehouderij wordt overschreden. Het wettelijk instrumentarium moet daarom worden uitgebreid. Het wetsvoorstel fosfaatrechten melkvee maakt het mogelijk bij AMvB te bepalen dat ook varkens- en pluimveerechten generiek worden afgeroomd (artikel 33b).

    Lijkt de generieke afroming voor de melkveesector onontkoombaar, toepassing voor de varkens- en pluimveehouderijsectoren lijkt nog niet aan de orde. De staatssecretaris is in overleg met beide sectoren over de te treffen maatregelen. Als gevolg van marktontwikkelingen is de verwachting dat de pluimveehouderij in 2016 een lagere mestproductie zal hebben dan in 2015. Voor de varkenshouderij geldt dat de staatssecretaris vast stelt dat die sector haar verantwoordelijkheid neemt met het onder andere het actieplan vitalisering varkenshouderij.

    Of de fosfaatproductie van de varkens- en pluimveehouderij in 2016 weer onder het sectorplafond uitkomt zal in 2017 duidelijk worden. Waar staatssecretaris Van Dam het definitieve afromingspercentage voor de melkveehouderij per 1 juli 2017 zal doorvoeren, bepaalt hij op dat moment ook of voor de varkens- en pluimveehouderij aanvullende maatregelen nodig zijn. De varkens- en pluimveehouderijsectoren hebben het dus nog volledig in eigen hand om een generieke korting te voorkomen.

    Geen bezwaar en beroep tegen afromingspercentage

    Voor alle sectoren geldt dus dat het wetsvoorstel de generieke korting niet rechtstreeks mogelijk maakt. De generieke korting kan pas worden doorgevoerd als een AMvB dat mogelijk maakt. Op dat moment wordt ook pas duidelijk hoe hoog het kortingspercentage uitvalt. Tegen de vaststelling van het kortingspercentage staat overigens geen bezwaar en beroep open. Omdat het kortingspercentage in regelgeving is vervat is er geen sprake van een aan een individueel bedrijf gerichte beslissing.

    De laatste blog

    Handhaving en rechtsbescherming zijn in mijn blogs over het wetsvoorstel fosfaatrechten melkveehouderij nog niet aan de orde geweest. Daar sluit ik in mijn laatste blog mee af.