blog

    Het wetsvoorstel fosfaatrechten melkvee: handhaving en rechtsbescherming (het wetsvoorstel in 6 delen: deel 6)

    Peter Goumans
    Peter GoumansPublicatiedatum: 27 september 2016
    Het wetsvoorstel fosfaatrechten melkvee: handhaving en rechtsbescherming (het wetsvoorstel in 6 delen: deel 6)

    Handhaving

    Het wetsvoorstel fosfaatrechten melkvee zal bij inwerkingtreding volledig opgaan in de Meststoffenwet. Voor handhaving van dit onderdeel van de wet behoeft dan ook geen aparte systematiek te worden opgetuigd. Strafrechtelijke handhaving vindt plaats via de Wet op de economische delicten net als bij varkens- en pluimveerechten. Ook de zwaarte van de straffen sluit daarbij aan. Het toezicht op naleving van de wettelijke verplichtingen en de opsporing van strafbare feiten wordt uitgevoerd door de NVWA. Kortom niets nieuws onder de zon. Dit ligt iets anders in situaties waarin een dagplafond wordt opgelegd. Dat zal bestuursrechtelijk worden gehandhaafd. Daartoe kan een last onder dwangsom worden opgelegd. 

    Rechtsbescherming

    Het wetsvoorstel vormt de basis voor verschillende besluiten zoals de toekenning van fosfaatrechten, de reactie op de melding dat een beëindigd bedrijf is overgenomen en het verzoek als knelgeval te worden aangemerkt. Tegen deze besluiten staat bezwaar en vervolgens beroep open op het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Alleen in het geval een bestuurlijke boete wordt opgelegd geldt rechtspraak in twee feitelijke instanties. De staatssecretaris hanteert dus het uitgangspunt van beroep in eerste en enige instantie op het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Waarom is hiervoor gekozen? Allereerst omdat de Meststoffenwet hierin al voorziet. Maar ook omdat in de procedures die worden verwacht vaak dezelfde beroepsgronden zullen worden geformuleerd, maar vooral ook omdat een korte procedure volgens de staatssecretaris het grote voordeel biedt dat de melkveebedrijven snel duidelijkheid hebben over de omvang van het fosfaatrecht. Daar is wat voor te zeggen. 

    De Raad voor de rechtspraak heeft een grove schatting gemaakt van het aantal te verwachten procedures als gevolg van de introductie van fosfaatrechten: 260. Dat lijkt mij (mede gelet op ervaringen uit het verleden) een zeer voorzichtige benadering. Zeker waar de knelgevallenregeling uiterst beperkt is, de knelgevallenregeling aanleiding geeft tot interpretatiegeschillen en de naleving van de regeling – zoals de staatssecretaris dat zelf omschrijft – niet vanzelfsprekend zal zijn. Zeker niet uitgesloten is bovendien dat ook de civiele rechter wordt benaderd, zoals eerder de varkenshouders en de pelsdierhouders dat hebben gedaan. 

    Hoe verder?

    De definitieve vorm van het stelsel van fosfaatrechten wordt pas na het parlementaire proces duidelijk. De politiek kan nog boetseren aan het wetsvoorstel en de scherpe kanten daarvan afhalen. Er liggen nog de nodige aandachtspunten. De mogelijkheid op bedrijfsspecifieke omstandigheden (fosfaatefficiëntie) te sturen wordt niet direct geboden, de grondgebonden en biologische bedrijven worden niet ontzien, de knelgevallenregeling gaat voorbij aan bedrijven die onomkeerbare financiële verplichtingen zijn aangegaan en de leaseregeling is niet reëel. Op het gebied van kwaliteit van regelgeving valt er dus nog winst te boeken. We gaan het zien. Ik blijf je informeren.