blog

    Het wetsvoorstel fosfaatrechten melkvee: Tweede Kamer aan zet (het wetsvoorstel in 6 delen, deel 1)

    Peter Goumans
    Peter GoumansPublicatiedatum: 15 september 2016
    Het wetsvoorstel fosfaatrechten melkvee: Tweede Kamer aan zet (het wetsvoorstel in 6 delen, deel 1)

    Bij brief van 8 september 2016 heeft staatssecretaris Van Dam het wetsvoorstel fosfaatrechten melkvee aan de Tweede Kamer aangeboden. Dat was iets later dan aangekondigd. Op 15 juli 2016 heeft de Afdeling wetgeving van de Raad van State een advies uitgebracht over het wetsvoorstel. De Raad van State adviseerde het wetsvoorstel naar de Tweede Kamer te sturen, maar vond op onderdelen wel een nadere motivering of aanpassing nodig. Met name adviseerde de Raad van State in te gaan op een aantal aspecten van eigendomsbescherming. Uit het nader rapport van 2 september blijkt dat de staatssecretaris het voorstel heeft gewijzigd en de motivering heeft aangevuld. Dat verklaart de vertraging. Alhoewel de Tweede Kamer (en daarna ook nog de Eerste Kamer)  nog een oordeel moet vellen over het wetsvoorstel is het absoluut de moeite waard daar eens goed in te duiken. In een aantal opeenvolgende blogs neem ik het wetsvoorstel door.

    Het stelsel van fosfaatrechten

    Staatssecretaris Van Dam houdt onverkort vast aan het standpunt dat invoering van een stelsel van fosfaatrechten noodzakelijk is om ervoor te zorgen dat de fosfaatproductie onder het nationale plafond komt. De invoering van dier- of melkrechten ziet staatssecretaris Van Dam niet als afdoende oplossing. In zijn ogen kan met het stelsel van fosfaatrechten de fosfaatproductie efficiënt en doelmatig beneden het mestproductieplafond worden gebracht. Daarmee kan behoud van de derogatie (de toestemming om extra mest aan te wenden) worden veilig gesteld.  Het eerder aangekondigde stelsel van fosfaatrechten krijgt nu concreet invulling. Dat is overigens niet volledig het geval. De regeling van de generieke afroming wordt doorgeschoven naar een Algemene Maatregel van Bestuur. En dat geldt ook voor de mogelijkheid om varkens-, pluimvee- en fosfaatrechten uit te wisselen (ontschotting).

    Kernbepaling

    Centraal in het wetsvoorstel staat het verbod (artikel 21b lid 1 Meststoffenwet) om met melkvee meer mest te produceren dan het op het bedrijf rustende fosfaatrecht. Het gaat hier om een jaarplafond. Om dit verbod te kunnen handhaven kent het wetsvoorstel ook de mogelijkheid om aan bedrijven een dagplafond op te leggen (artikel 22a). Dat kan alleen als van een overtreding is gebleken. Een besluit tot oplegging van een dagplafond is vatbaar voor toetsing door de bestuursrechter (College van Beroep voor het bedrijfsleven).

    Toekenning van fosfaatrechten

    De omvang van het fosfaatrecht volgt uit artikel 23 lid 3: fosfaatrechten worden toegekend aan de hand van het op 2 juli 2015 aantal gehouden stuks melkvee en de op de gemiddelde melkproductie per koe gebaseerde forfaitaire fosfaatexcretie en de forfaitaire fosfaatexcretie voor jongvee. De voorgestelde wettelijke regeling heeft enkel een bereik tot dieren die nodig zijn voor de productie van melkvee. Dat zijn samengevat de melk- en kalfkoeien en het ter vervanging daarvan gehouden jongvee. Het aantal dieren wordt afgeleid uit de registratie daarvan volgens de I&R-regels. Groei na 2 juli 2015 wordt niet omgezet in fosfaatrechten. Ook bedrijven die na 2 juli 2015 zijn gestopt krijgen geen rechten. Fosfaatrechten worden uitsluitend toegekend als het bedrijf op de datum van inwerkingtreding van het wetsvoorstel (waarschijnlijk 1 januari 2017) bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland nog geregistreerd staat.

    Fosfaatrechten worden toegekend aan de feitelijke houder van de dieren. Of hij eigenaar is, is niet relevant. Houder is degene die de dieren in zijn stal houdt, weidt en verzorgt. De melkveehouder die zijn jongvee heeft uitgeschaard of voor de opfok heeft uitbesteed, krijgt geen fosfaatrechten toebedeeld. Het wetsvoorstel geeft (bestuursrechtelijk) duidelijkheid, maar veroordeelt de eigenaar en de opfokker wel tot elkaar. De opfokker heeft de fosfaatrechten nodig om zijn stal te kunnen blijven gebruiken en de eigenaar heeft de opfokker nodig om jongvee ter vervanging van zijn melkkoeien te kunnen laten opfokken. Civielrechtelijk zouden de verhoudingen anders kunnen liggen afhankelijk van de afspraken die partijen hebben gemaakt. Ook in pachtverhoudingen kan hierover strijd ontstaan. En neem maar van mij aan: dat gaat gebeuren.

    De volgende keer

    Om de fosfaatproductie onder het mestplafond te brengen is een generieke afroming voorzien. Die treft grondgebonden en biologische bedrijven extra. Daarover de volgende keer.