blog

    Internationale handelskoop van dieren en het Weens koopverdrag

    José Jochemsen-Vernooij
    José Jochemsen-Vernooij Publicatiedatum: 19 januari 2021 Laatste update: 20 januari 2021
    Internationale handelskoop van dieren en het Weens koopverdrag

    Regelmatig worden er in Nederland koopovereenkomsten gesloten met buitenlandse partijen. Zo ook voor dieren waarmee de koper in eigen land wenst te fokken.

    Belangrijk hierbij is dat bij een internationale handelskoop het Weens Koopverdrag van toepassing is. Beide partijen moeten dan wel gevestigd zijn in een Verdragsstaat. De vraag is echter of dat ook aan de orde is bij de koop van dieren? Dieren zijn toch geen zaken?

    In deze blog bespreek ik een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarbij een koper uit Belarus, via een handelaar uit Litouwen, 600 fokschapen in Nederland kocht. Een deel van de schapen blijkt een zeer besmettelijke ziekte te hebben. De schapen mogen Belarus niet in en de noodzakelijke gezondheidsverklaring wordt geweigerd. Gevolg: de koper ontbindt de koopovereenkomst en eist de koopprijs terug.

    Dieren zijn geen zaken

    Dieren zijn sinds 1 juli 2016 geen zaken meer (zie artikel 3:2a BW). Het Weens Koopverdrag geldt weliswaar enkel voor roerende zaken (artikel 2 sub A). Echter, in artikel 3:2a lid 2 BW is bepaald dat de bepalingen met betrekking tot zaken in beginsel ook gelden voor dieren. Bij een geschil over een internationale handelskoop van dieren tussen twee partijen uit Verdragsstaten moet het Weens Koopverdrag worden toegepast.

    Casus

    De handelaar heeft 600 schapen gekocht van de Nederlandse Schapen- en Geitenfokkersorganisatie (NSFO), de organisatie van schapenfokkers. Partijen hebben drie koopovereenkomsten gesloten. De schapen zouden namelijk in drie koppels geleverd worden. Hiervoor moesten de schapen enkele weken in quarantaine en moest een gezondheidsverklaring worden afgegeven.

    Op de dag van het transport zijn de schapen gekeurd door een Nederlandse dierenarts van de NVWA en door een Belarussische veterinair inspecteur. De Belarussische inspecteur constateerde bij 19 schapen orf (ecthyma), een besmettelijke ziekte. De ingeschakelde Belarussische autoriteiten hebben de invoer van de schapen in Belarus verboden. Waarop de koper heeft geweigerd de schapen alsnog af te nemen. Partijen belanden in een juridische strijd waarbij het uiteindelijk aankomt op de afspraken die zij gemaakt hebben over de levering van de schapen.

    Levering van gezonde schapen of terugbetaling van de koopprijs

    De koper uit Belarus stelt dat de schapen niet voldeden aan de koopovereenkomst. Hij sommeert NSFO schapen te leveren die aan de koopovereenkomst voldoen. Zo niet, dan moet de koopprijs worden terugbetaald.

    Oordeel rechtbank

    In eerste aanleg heeft de rechtbank geoordeeld dat orf een onschuldige ziekte is. Een Nederlandse NVWA dierenarts had de schapen goedgekeurd voor de export, maar partijen zijn geen garantie overeengekomen voor de import in Belarus. De rechtbank oordeelt dat de koper de schapen had moeten afnemen. Door dit te weigeren is zij in schuldeisersverzuim geraakt en was zij niet gerechtigd de koopovereenkomst te ontbinden. NSFO wordt in het gelijk gesteld, zodat de koper alsnog de schade dient te vergoeden.

    Hoger beroep

    De koper is het niet eens met het oordeel van de rechtbank en komt in hoger beroep. Het gerechtshof oordeelt dat er sprake is van een internationale handelskoop van dieren waarop het Weens Koopverdrag van toepassing is. Aan de hand daarvan staat het gerechtshof stil bij wat partijen zijn overeengekomen over de koop van de schapen en het transport naar Belarus.

    Gestelde voorwaarden door partijen

    In de koopovereenkomst is bepaald waaraan de schapen moeten voldoen en dat de schapen bestemd waren voor levering naar Belarus. De kwaliteit van schapen is expliciet besproken. De schapen moeten voldoen aan de eenvormige veterinair-sanitaire voorwaarden voor de import in o.m. Belarus. Daarin staat orf niet als ziekte genoemd. Echter, in de koopovereenkomst is ook vastgelegd dat de schapen moesten worden geleverd met een veterinair gezondheidscertificaat, afgegeven door een Nederlandse dierenarts

    Quarantaine en klinisch gezond (dus vrij van ziektes)

    Uit wet- en regelgeving over veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer van schapen en geiten volgt dat dieren met ziekteverschijnselen niet mogen worden getransporteerd. Er zijn geen aanwijzingen dat voor orf in dit kader een uitzondering geldt.

    In dit kader is relevant, in combinatie met de overige omstandigheden, dat het gerechtshof het ontbreken van het gezondheidscertificaat wel degelijk relevant acht.

    Voorwaarden uit koopovereenkomst

    Wellicht is orf een minder ernstige ziekte dan koper stelt, maar partijen zijn overeengekomen dat de schapen aan twee voorwaarden moesten voldoen.

    1. De schapen mochten niet een ziekte hebben als bedoeld in de hiervoor aangehaalde wet- en regelgeving, én
    1. er moest een gezondheidscertificaat voor zijn afgegeven.

    Aan de eerste voorwaarde is voldaan. Orf wordt niet als ziekte genoemd in voornoemde wet- en regelgeving. Het gaat mis voor NSFO op de tweede voorwaarde. Voor de schapen is geen gezondheidscertificaat afgegeven, terwijl het wel nodig was voor het transport.

    Garantie bedingen door koper

    Met betrekking tot de tweede voorwaarde, levering van schapen met een gezondheidscertificaat, oordeelt het gerechtshof dat in dat kader niet verwacht hoeft te worden dat de koper een garantie moet bedingen indien zij de import in Belarus had willen veiligstellen. Partijen waren al expliciet overeengekomen dat de schapen onder meer met een ‘veterinary certificate’ moest worden geleverd. Dat biedt de koper in principe de zekerheid dat alleen gezonde schapen aan haar geleverd konden worden, waarmee ook het voor haar rekening komende transportrisico voldoende was gedekt.

    Tekortkoming die ontbinding rechtvaardigde

    Doordat NSFO vervolgens heeft geweigerd andere – gezonde – schapen te leveren, terwijl koper haar daartoe wel de gelegenheid heeft geboden, oordeelt het gerechtshof dat er sprake is van een wezenlijke tekortkoming als bedoeld in artikel 49 lid 1 onder a van het Weens Koopverdrag. Deze wezenlijke tekortkoming van NFSO rechtvaardigt een ontbinding. Het gevolg daarvan is dat de door koper gedane aanbetaling op de voet van artikel 81 lid 2 van het Weens Koopverdrag moet worden terugbetaald door NSFO.

    Contracteren over dieren

    Ook bij de verkoop van dieren is het van belang dat partijen schriftelijk de gemaakte afspraken goed vastleggen. Denk daarbij aan het doel waarvoor de dieren worden gekocht, maar ook bepaalde verwachtingen die er over en weer zijn. In dit geval kon door de voorwaarden van een gezondheidsverklaring succesvol onderbouwt worden dat partijen afgesproken hadden dat gezonde dieren geleverd zouden worden. Dat bepaalde ziektes expliciet worden genoemd, maakt nog niet dat andere ziektes daarbuiten vallen.

    Heb je vragen over internationale handelsovereenkomsten, het Weens Koopverdrag met betrekking tot levende have, neem dan contact met mij op.

    Mag ik je op de hoogte houden?

    Schrijf je in voor onze blog updates

    Mark Perlot