blog

    Koken op koeienpoep

    Koken op koeienpoep

    Op 21 november 2015 besteedde het NOS Journaal aandacht aan boer Jaap Jan Ras op Goeree-Overflakkee. Met de titel ‘Koken op koeienpoep’ werd het item ingeleid. Naast zijn stal voor 300 melkkoeien staat een splinternieuwe biogasinstallatie. De mest van de koeien wordt automatisch een groot aantal keren per dag de mestopslag ingeschoven. Door de mest snel af te voeren kan het (schadelijke) methaangas worden omgezet in aardgas. Het tekort dat ontstaat door het dichtdraaien van de gaskraan in Groningen, zou deels kunnen worden gecompenseerd door initiatieven als deze. Ras heeft een monovergister. Er worden geen andere producten aan de vergister toegevoegd (enkel mest). De investering is gigantisch (650.000 euro enkel voor de aanschaf van de installatie), maar Ras kan een beroep doen op de Stimuleringsregeling Duurzame Energie (SDE+), waardoor het kennelijk toch rendabel is.

    Biomassa levert een belangrijke bijdrage aan de verduurzaming van onze energievoorziening, aldus Minister Kamp in zijn brief van 7 december 2015 aan de Tweede Kamer. De SDE+-regeling stimuleert boeren om biogas te gaan produceren. Bovendien wordt met ingang van 1 januari 2016 het omgevingsrechtelijk kader eenvoudiger. Monovergisting van mest wordt onder de werking van het Activiteitenbesluit milieubeheer gebracht (algemene regels in plaats van vergunningplicht). De drempel is ruim gelegd: 25.000 kubieke meter per jaar (zijnde de mest van ongeveer 6 bedrijven met 200 melkkoeien). Verder maakt het niet uit of de mest van de eigen veehouderij of van andere veehouderijen komt.

    Met de SDE+-regeling (een financiële prikkel) en de vereenvoudiging per 1 januari a.s. van het omgevingsrechtelijk kader, lijkt Nederland een eind op stoom te zijn met de verduurzaming van de energievoorziening. Toch is daarmee niet gezegd dat veel boeren een initiatief als dat van Ras kunnen ontplooien. De enorme investering kan slechts worden terugverdiend, indien ook mest afkomstig van andere bedrijven kan worden verwerkt. En laat dat nu voor vele regionale en lokale overheden, bezien vanuit de goede ruimtelijke ordening, net een brug te ver zijn. Zo is de provincie Noord-Brabant van oordeel dat bewerking van mest afkomstig van het bedrijf van een andere boer niet zonder meer mag worden toegestaan in een bestemmingsplan (zo blijkt bijvoorbeeld uit de uitspraak van de Raad van State van 28 augustus 2015 met betrekking tot het bestemmingsplan ‘Buitengebied fase II 2013’ van de gemeente Oirschot). Ook veel gemeenten zijn terughoudend op het moment dat mest wordt aangevoerd en de capaciteit van de installatie toeneemt. Men vreest voor te veel aan- en afvoerbewegingen en risico’s op de insleep van ziekten.

    Zo blijkt de ruimtelijke ordening nogal eens in de weg te staan aan prachtige duurzaamheidsinitiatieven. Gezien de doestellingen waaraan de partners van het nationale Energieakkoord zich hebben gecommitteerd (14% hernieuwbare energie in 2020 en 16% in 2023) en gezien de tijdens de recente Klimaattop in Parijs gemaakte afspraken zal ook in de ruimtelijke ordening moeten worden gezocht naar mogelijkheden om initiatieven tot verduurzaming te faciliteren.