blog

    Melkquotum vervallen, melkveehouderij toch aan banden

    Peter Goumans
    Peter GoumansPublicatiedatum: 23 september 2015
    Melkquotum vervallen, melkveehouderij toch aan banden

    Ruim drie decennia lang is de melkproductie in Europa gereguleerd door een melkquoteringsstelsel. Op 1 april 2015 is dat stelsel vervallen. Voor de melkveehouderij ontstond daarmee perspectief op groei. Omdat de melkprijzen op een hoog niveau lagen, is een aantal melkveehouders al jaren terug uitbreiding van hun bedrijf gaan voorbereiden. Door groei van de wereldbevolking valt immers een toenemende vraag naar zuivelproducten te verwachten. Daarbij komt dat de kwaliteit van de Nederlandse zuivel hoog staat aangeschreven. Een ongebreidelde groei ontbeert echter maatschappelijk draagvlak. Een dergelijke groei wil de Staatssecretaris van Economische Zaken (Dijksma) zien te voorkomen. Wat is haar plan?

    Ongewenste gevolgen van de opheffing van het melkquotum

    De zuivelsector heeft tientallen jaren door melkquotering op slot gezeten. Voor individuele bedrijven waren er slechts ontwikkelingsmogelijkheden als quotum werd geleased of aangekocht. Daar hing natuurlijk een prijskaartje aan. Melkquotering beschermde daarentegen ook de zuivelmarkt en zorgde voor reële melkprijzen. Stoppende melkveehouders konden hun melkquotum bovendien te gelde maken. Economische kansen die door het wegvallen van het melkquotum op de internationale markt ontstaan, worden door de sector met beide handen aangegrepen. Staatssecretaris Dijksma voorzag dat groei consequenties zou hebben voor de mestproductie: meer koeien, meer melk, meer mest. Om maatschappelijk draagvlak te behouden moet er oog zijn voor diergezondheid, dierenwelzijn, milieu en aspecten als intensivering en weidegang.

    Verantwoorde groei mogelijk

    Vanwege het belang van de zuivelsector heeft de Staatssecretaris de sector ruimte gegeven voor groei. Met de Wet Verantwoorde groei melkveehouderij is een nieuw stelsel ingericht dat groei mogelijk maakt via grondgebondenheid en/of mestverwerking. Dit stelsel is op 1 januari 2015 van kracht geworden. Om het grondgebonden karakter van de melkveehouderij nog te versterken wordt per 1 januari 2016 een stelsel van grondgebonden groei van kracht. Uitgangspunt van het beleid van de Staatssecretaris is dat groei alleen kan plaatsvinden binnen het landelijk mestbeleid dat steunt op milieurandvoorwaarden die voortvloeien uit de Europese Nitraatrichtlijn. Een fosfaatproductieplafond bepaalt dat de totale fosfaatproductie in Nederland niet boven 172,9 miljoen kilogram mag groeien. Voor de melkveehouderij hebben partijen in de zuivelketen maatregelen afgesproken die ertoe leiden dat de fosfaatproductie onder 84,9 miljoen kilogram blijft.

    Extra kosten door groei

    Overschrijding van het fosfaatproductieplafond zal voor Nederland serieuze gevolgen hebben. Als Nederland niet aan de Nitraatrichtlijn voldoet, zal dat tot een ingebrekestellingsprocedure door de Europese Commissie leiden. De sector zal kosten moeten maken voor het verantwoord afvoeren van extra mestoverschot. Op jaarbasis worden die extra kosten geschat op € 100 miljoen. Melkveehouders moeten bovendien extra kosten maken om het verlies aan bemesting met dierlijke mest te compenseren met kunstmest. Voor 2014 is gebleken dat de fosfaatproductie van de melkveehouderij uitkomt op 86,1 miljoen kilogram. Dat is 1,2 miljoen kilogram boven het door de sector zelf bepaalde plafond. Voor 2015 wordt opnieuw een stijging voorzien. Voor de Staatssecretaris is het helder: productiebegrenzende maatregelen zijn onontkoombaar.

    Staatssecretaris kiest

    Om de fosfaatproductie te reguleren heeft de Staatssecretaris drie opties bedacht: dierrechten, fosfaatrechten en melkrechten (per koe of bedrijf). Uit deze mogelijkheden heeft de Staatssecretaris gekozen voor de invoering van fosfaatrechten (in aanvulling op de stelsels van verantwoorde groei en grondgebonden groei van de melkveehouderij). Voor elk bedrijf met melkvee wordt de maximaal in een kalender jaar te produceren hoeveelheid fosfaat vastgesteld. Het jaar 2014 wordt als referentiejaar gebruikt, waarbij wijzigingen tot 2 juli 2015 kunnen worden meegenomen. Niet uitgesloten is zelfs dat gerealiseerde groei moet worden teruggebracht (afroming) om weer onder het fosfaatproductieplafond te komen. Het stelsel waarvoor de Staatssecretaris heeft gekozen zal dit najaar moeten worden uitgewerkt in een wettelijke regeling. Om te zorgen voor enige flexibiliteit is toegezegd een mogelijkheid in te bouwen om ontwikkelruimte te verdienen door bedrijfsspecifieke maatregelen. Bovendien worden de fosfaatrechten verhandelbaar gemaakt (maar niet uitwisselbaar met productierechten voor varkens en kippen).

    Melkveebedrijven opnieuw op slot

    Het afschaffen van de melkquotering heeft niet lang een perspectief op groei geboden. Snel groeiende bedrijven hebben de Staatssecretaris gedwongen een nieuw slot op de deur te hangen. De ene quoteringsregeling is in feite vervangen door een andere. Hoe dit precies gaat uitpakken zal dit najaar duidelijk worden. Natuurlijk volg ik voor je hoe dit afloopt.