blog

    Mestboete voor houder van shetlandpony’s sneuvelt

    Peter Goumans
    Peter GoumansPublicatiedatum: 27 mei 2016
    Mestboete voor houder van shetlandpony’s sneuvelt

    Artikel 7 van de Meststoffenwet bepaalt dat het verboden is om op een bedrijf meststoffen in of op de bodem te brengen. Op een paar kleine weilandjes van in totaal 70 are hield een particulier 2 shetlandpony’s. Een van de weilandjes werd gehooid, op de andere werden de pony’s geweid. De hobbyboer nam contact op met een loonwerker om mest uit te rijden op de weilandjes. De loonwerker bracht daarop 2 vrachten drijfmest. Dat bleek te veel. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) legde de hobbyboer een boete op van € 2.500,00 voor overschrijding van de gebruiksnorm dierlijke meststoffen, de stikstofgebruiksnorm en de fosfaatgebruiksnorm. Dat pikte de hobbyboer niet. Volgens hem hield hij de pony’s niet in het kader van een bedrijf.

    Bedrijf of niet?

    In de kern ging het geschil tussen RVO en de hobbyboer over de vraag of er sprake was van een bedrijf in de zin van de Meststoffenwet. Het verbod van artikel 7 Meststoffenwet bevat immers het woord “bedrijf”. De rechtbank Overijssel was duidelijk. RVO zit fout. Het houden van 2 pony’s is geen bedrijf. Daar is RVO het niet mee eens. Er wordt hoger beroep aangetekend bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

    Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (uitspraak van 25 april 2016) neemt tot uitgangspunt dat hobbymatige activiteiten buiten de reikwijdte van de Meststoffenwet vallen. Vervolgens wordt precies in kaart gebracht wat de hobbyboer aan activiteiten verricht. Er gebeurt niets anders dan het houden van 2 shetlandpony’s op een beperkt grondareaal. Dat hooi wordt gewonnen maakt het niet anders. Dat hooi was namelijk bestemd om in de winter aan de pony’s te voeren. De conclusie is dus dat geen sprake is van een bedrijf en dus ook artikel 7 van de Meststoffenwet niet is overtreden. RVO trekt aan het kortste eind. De mestboete sneuvelt.

    Uit de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven blijkt dat vaker over dit onderwerp wordt geprocedeerd. RVO haalt namelijk een aantal uitspraken aan, waarin de uitkomst anders was. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven legt daarom precies uit waarin deze gevallen van elkaar verschillen. Dat maakt duidelijk dat het van de omstandigheden van het geval afhangt of al dan niet sprake is van een bedrijf.

    Waarschuwing!

    Opvallend is dat RVO in de procedure aanvoerde dat als geen sprake zou zijn van een bedrijf het aanvoeren van mest onder geen enkel wettelijk regime zou vallen. Dat zet het College van Beroep voor het bedrijfsleven recht. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven wijst op het Besluit gebruik meststoffen. In artikel 2 van dit Besluit is een verbod opgenomen om dierlijke meststoffen te gebruiken op overige grond. Voor grasland geldt een uitzondering voor 80 kg fosfaat en 170 kg stikstof per ha per jaar. De vrees dat particulieren dus zonder enige beperking mest in of op hun grond mogen brengen is volgens het College van Beroep voor het bedrijfsleven dan ook onterecht. Dat is meteen een waarschuwing voor de hobbyboer.