blog

    Met de PAS uit de impasse?

    Paul Bodden
    Paul BoddenPublicatiedatum: 28 juli 2015
    Met de PAS uit de impasse?

    Op 1 juli 2015 is de Programmatische Aanpak Stikstof (hierna: ‘de PAS’) in werking getreden. Tot 1 juli 2015 was een veehouder die wilde uitbreiden en voor die uitbreiding een Natuurbeschermingswetvergunning nodig had nagenoeg volledig afhankelijk van externe saldering. Als daarvoor in zijn geval voldoende mogelijkheden waren, kon hij ontwikkelen. Zo niet, dan zat zijn bedrijf op slot. Andere mitigerende maatregelen (gericht op natuurherstel) waren veelal niet te realiseren. Van belang hierbij is dat in Nederland nog steeds sprake is van een veel te hoge achtergrondconcentratie van ammoniak. Voor zover modellen verbeteringen laten zien, wordt vermoed dat sprake is van een discrepantie met de werkelijkheid. Zo blijkt kennelijk uit de korstmosmonitoring (korstmossen zijn in de natuur belangrijke indicatoren voor luchtverontreiniging) dat het beleid geen effect heeft (zie hierna). Het natuurbeleid ten spijt, is Nederland er nog steeds niet in geslaagd de staat van de Natura 2000-gebieden op het gewenste niveau te brengen. Er is nog steeds sprake van een impasse.

    Hiermee is de reden voor de PAS gegeven. Door middel van een programmatische aanpak moet de ontwikkeling van projecten en het behalen van de natuurdoelstellingen samengaan. Extern salderen is (behalve) overgangsrechtelijke uitzonderingen) niet meer toegestaan. De agrarisch ondernemer kan in het nieuwe systeem langs twee sporen zijn bedrijf ontwikkelen. In de eerste plaats is er geen Natuurbeschermingswetvergunning meer nodig voor projecten met een lagere stikstofdepositie dan de drempelwaarde die is bepaald bij algemene maatregel van bestuur. Deze grens is voorlopig gesteld op 1 mol per hectare per jaar. Let wel: deze uitzondering ziet enkel op de significante effecten vanwege stikstof. In dit geval geldt overigens boven de 0,05 mol per hectare per jaar wel een meldingsplicht. In de tweede plaats kunnen Gedeputeerde Staten ontwikkelingsruimte toedelen aan een project via de Natuurbeschermingswetvergunning dan wel via de verklaring van geen bedenkingen in een omgevingsvergunning.

    Hoewel de exacte cijfers mij niet bekend zijn, heb ik sterk het vermoeden dat de vraag naar ontwikkelingsruimte veel groter is dan het aanbod. Bovendien komt de ontwikkelingsruimte in tranches vrij (60% in de eerste drie jaren en 40% in de daaropvolgende periode van drie jaren). Ook de ondernemer die nog slechts een vaag plan heeft, zal, om te voorkomen dat hij achter het net vist, de ‘ammoniakruimte’ voor de toekomst zo spoedig mogelijk willen veiligstellen. Tijdens een informatiebijeenkomst van ons kantoor op 3 juni 2015 in Nuenen gaf Gedeputeerde Johan van den Hout van de provincie Noord-Brabant aan dat indien de vrees voor een stortvloed aan aanvragen om Natuurbeschermingswetvergunning bewaarheid wordt, er eenvoudigweg geen ruimte voor ontwikkeling meer is. “Op is dan echt op. Dit is wat we hebben. Meer is er niet.”, zo stelde de Gedeputeerde. Ik vermoed dat er voor vele veehouders, gezien de (deels papieren) expansiedrang en de gelimiteerde ontwikkelingsruimte, geen ontwikkelingsruimte zal zijn. Zeker indien zij voor de inwerkingtreding van de PAS via externe saldering wel ontwikkelingsmogelijkheden hadden, zal er aanleiding zijn over (onderdelen van) de PAS te procederen. Voor dergelijke procedures is onder andere van belang dat de modellen die ten grondslag liggen aan het Nederlandse mest- en ammoniakbeleid vanuit diverse hoeken (wetenschap, milieubeweging en agrarische sector) in twijfel worden getrokken. Er wordt gesproken van een ‘ammoniakgat’; de feitelijke metingen en waarnemingen komen niet overeen met de aan de hand van modellen berekende concentraties. Indien daadwerkelijk sprake is van een ammoniakgat, moet worden vastgesteld dat ook aan de PAS onjuiste uitgangspunten ten grondslag liggen. Recent heeft de Nationale ombudsman een klacht die hierover door de Vereniging tot Behoud van Boer en Milieu is ingediend in behandeling genomen.

    Kortom: Met de PAS zijn we zeker nog niet uit de impasse geraakt. Procedures over de PAS lijken onvermijdelijk en de uitkomsten daarvan zullen van directe invloed zijn op de ontwikkelingsmogelijkheden van de veehouderij. Wij houden je op de hoogte!