blog

    Natura 2000 en bestemmingsplan: gewijzigde referentiesituatie?

    Teun VerstappenPublicatiedatum: 10 februari 2017
    Natura 2000 en bestemmingsplan: gewijzigde referentiesituatie?

    In mijn blog van 20 juni 2016 (Artikel 19j Nbw 1998 en bestemmingsplan) wees ik reeds op het belang van de uitspraak van de Raad van State van 1 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1515.

    De Raad van State oordeelde in deze uitspraak dat de gevolgen voor de Natura 2000-gebieden van het gebruik dat het bestemmingsplan maximaal mogelijk maakt in het kader van de toetsing aan artikel 19j Nbw (oud) (thans artikel 2.7 en 2.8 Wet natuurbescherming) afgezet dienen te worden tegen “de feitelijke en planologisch legale situatie ten tijde van de vaststelling van het plan” (de referentiesituatie). Beoordeeld dient te worden of het nieuwe bestemmingsplan planologisch meer ammoniakdepositie mogelijk maakt dan de ammoniakdepositie in de referentiesituatie.

    Destijds wees ik er reeds op dat het opmerkelijk is dat de Raad van State spreekt van “de feitelijke en planologisch legale situatie ten tijde van de vaststelling van het plan”. Leest men deze formulering letterlijk, dan lijkt niet vereist te zijn dat het feitelijk, planologische legale gebruik ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan milieurechtelijk ook legaal diende te zijn. In de eerdere jurisprudentie ging de Raad van State hiervan wel uit (bijvoorbeeld in de uitspraak van 5 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3930). Ik heb toen reeds de vraag gesteld of met deze formulering een wijziging in de jurisprudentie ten aanzien van de definitie van de referentiesituatie zou zijn beoogd en heb ik gezegd dat het wachten was op nieuwe jurisprudentie. 

    Inmiddels is deze nieuwe jurisprudentie voorhanden. In de uitspraak van 8 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:298, bevestigt de Raad van State dat de feitelijke en planologisch legale situatie ten tijde van de vaststelling van het plan heeft te gelden als referentiesituatie bij de toepassing van artikel 19j Nbw (oud). De Raad van State verwijst in deze uitspraak naar de uitspraak van 1 juni 2016. Daarnaast merkt de Raad van State expliciet op dat het bij het bepalen van de referentiesituatie niet van belang is of het feitelijk, planologische legale gebruik ten tijde van de vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan ook milieurechtelijk legaal is. Evenmin is van belang of voor dit gebruik een omgevingsvergunning bouwen is verleend.

    Het is op basis van deze twee uitspraken nog te vroeg om te stellen dat sprake is van een nieuwe vaste lijn in de jurisprudentie. Het lijkt er echter wel op.

    Ik houd je op de hoogte over nieuwe ontwikkelingen op dit vlak. Bij vragen kun je contact met mij opnemen.