blog

    Natuurbeschermingswet: uitrijden van mest

    Renske van DreumelPublicatiedatum: 8 mei 2015

    Vanwege de start van het bemestingsseizoen hebben 2 milieuorganisaties de Voorzieningenrechter van de Raad van State gevraagd een spoedvoorziening te treffen met betrekking tot de weigering van gedeputeerde staten van Utrecht om op grond van de Natuurbeschermingswet handhavend op te treden tegen 7 veehouderijen. De organisaties voelden zich gesterkt door de uitspraak van de Raad van State van 4 februari 2015 (zaaknummer: 201305073/1) waarin niet werd uitgesloten dat beweiden en uitrijden van mest op grond van de Natuurbeschermingswet vergunningplichtig zijn. De Voorzieningenrechter zag desondanks geen aanleiding voor ingrijpen (uitspraak 1 mei 2015 met zaaknummer: 201501163/2). De Voorzieningenrechter is namelijk van oordeel dat een spoedprocedure zich niet leent voor beantwoording van de vraag of handhavend optreden geboden is. Hij beslist daarom op basis van een afweging van belangen. De Voorzieningenrechter schat in dat de toename van de stikstofdepositie als gevolg van het uitrijden van mest hooguit beperkt nadelige gevolgen heeft voor Natura-2000 gebieden. Een verbod op het uitrijden van mest zou zeer ingrijpende gevolgen hebben voor de bedrijfsvoering van de 7 veehouderijbedrijven. Dat laatste belang laat de Voorzieningenrechter het zwaarst wegen.