blog

    Natuurbeschermingswetvergunning voor gedoogbedrijf blijft in stand

    Peter Goumans
    Peter GoumansPublicatiedatum: 5 juni 2015

    uurbeAbRS 3 juni 2015, zaaknummer 201309542/1

    De belangrijkste feiten

    In september vorig jaar verleenden gedeputeerde staten van Gelderland een Natuurbeschermingswetvergunning voor een bedrijf dat onder de zogenoemde Stoppersregeling viel. “Stoppersregeling” staat voor het gedoogbeleid van het Actieplan Ammoniak en Veehouderij. Milieuverenigingen vochten de verleende vergunning aan bij de Raad van State. Het bedrijf had niet eerder een Natuurbeschermingswetvergunning gekregen.

    De regels

    Bij een dergelijke vergunning geldt dat de stikstofdepositie ten opzichte van de vergunde situatie op de referentiedatum niet mag toenemen. De Raad van State heeft eerder bepaald dat op dit uitgangspunt soms een correctie nodig is. Dit speelt in gevallen waarin de ten tijde van de referentiedatum geldende vergunning niet meer of niet meer helemaal van kracht is (AbRS 13 november 2013, (zaaknummer 201211640/1).

    De argumenten

    De milieuverenigingen voerden aan dat er een correctie nodig was omdat het bedrijf na de primaire vergunning nog meldingen (artikel 8.19 Wet milieubeheer) had gedaan en een Bedrijfsontwikkelingsplan (BOP) had ingediend.

    De uitkomst en betekenis voor de praktijk

    De Raad van State vindt die correctie niet nodig. Gedeputeerde staten hoeven bij het bepalen van de referentiesituatie bij de Stoppersregeling geen rekening te houden met de meldingen en het Bedrijfsontwikkelingsplan.