blog

    PAS: ontwerp partiële herziening nu ter inzage

    Renske van DreumelPublicatiedatum: 10 september 2015
    PAS: ontwerp partiële herziening nu ter inzage

    Op 1 juli 2015 is de Natuurbeschermingswet 1998 gewijzigd en de PAS in werking getreden. Nu al staat een partiële herziening van de PAS op het programma. Van 7 september tot en met 18 oktober 2015 ligt het ontwerp voor deze partiële herziening ter inzage. Tot en met 18 oktober kan iedereen zienswijzen indienen bij het ministerie van Economische Zaken.  Voor individuele agrariërs lijkt dit niet nodig en ook niet zinvol.

    Wat ligt er precies ter inzage?

    Het ontwerp van de partiële herziening PAS omvat de wijziging van een aantal documenten. Zo ligt niet alleen het gewijzigde Programma Aanpak Stikstof ter inzage, maar ook een aanvulling op de passende beoordeling PAS en geactualiseerde gebiedsanalyses van de Nederlandse Natura 2000-gebieden.

    Waarom nu al een herziening?

    Het reken- en registratie-instrument om de stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden en de omvang van de ontwikkelingsruimte in de Natura 2000-gebieden te berekenen (AERIUS), is geactualiseerd. AERIUS is aangepast aan de best beschikbare wetenschappelijke kennis en informatie. Zo is rekening gehouden met lagere stalemissies en een hogere depositie ten gevolge van binnen- en zeescheepvaart. Dit heeft geleid tot een nieuwe versie van AERIUS: AERIUS Monitor 15. Met behulp van AERIUS Monitor 15 is een nieuwe berekening gemaakt van de verwachtte stikstofdepositie en vervolgens de omvang van de ontwikkelingsruimte in Natura 2000-gebieden. De berekening op het moment van vaststelling van  de PAS was nog gebaseerd op AERIUS Monitor 14.2.1.

    Wat betekent dit?

    De nieuwe berekeningen laten de uitkomst van de PAS (bij de vaststelling op 1 juli 2015) ongewijzigd: de PAS leidt op alle locaties met stikstofgevoelige habitats in Natura 2000-gebieden tot een lagere depositie. Dit geldt zowel voor de situatie in 2020 als voor die in 2030.  Op sommige locaties is de berekende daling kleiner dan waar men voorheen vanuit ging, maar op de meeste locaties is de berekende daling groter. Hierdoor valt de daling van de stikstofdepositie in Nederland gemiddeld groter uit dan eerder berekend. De lagere stikstofdepositie is inzichtelijk gemaakt in de passende beoordeling PAS en tevens per Natura 2000-gebied in de gebiedsanalyses daarvan. Een tweetal voorbeelden:

    Voorbeelden: Veluwe en Deurnsche Peel & Mariaheide

    Bij de vaststelling van de PAS (1 juli 2015) werd voor de Veluwe uitgegaan van 70 mol N/ha/jr depositieruimte, waarvan 30 mol N/ha/jr vrij beschikbaar voor ontwikkelingen. Uit de geactualiseerde gebiedsanalyse voor de Veluwe volgt nu dat in totaal 102 mol N/ha/jr depositieruimte beschikbaar is, waarvan 38 mol N/ha/jr vrij beschikbaar voor ontwikkelingen. De toegenomen depositie- en ontwikkelingsruimte is te danken aan de gemiddelde (grotere) daling van de stikstofdepositie op de Veluwe. Dat is de uitkomst van de geactualiseerde AERIUS berekeningen. Relevant is overigens wel dat (op een enkel habitattype na) de kritische depositiewaarden onverkort overschreden worden, al is het areaal waarop en/of de mate van de overschrijding afgenomen. De in de gebiedsanalyse opgenomen maatregelen blijven dus nodig.

    Voor de Deurnsche Peel & Mariapeel werd uitgegaan van 69 mol N/ha/jr depositieruimte, waarvan 37 mol N/ha/jr vrij beschikbaar voor ontwikkelingen. Uit de geactualiseerde gebiedsanalyse van de Deurnsche Peel & Mariapeel volgt nu dat in totaal 92 mol N/ha/jr depositieruimte beschikbaar is, waarvan 46 mol N/ha/jr vrij beschikbaar is voor ontwikkelingen. In de gebiedsanalyse wordt – vanwege de nu berekende daling van de stikstofdepositie – de conclusie getrokken, dat er geen aanleiding is om het maatregelenpakket aan te passen (aan te vullen).

    Zienswijzen indienen?

    Voor individuele agrariërs is het naar mijn mening niet nodig om in de pen te klimmen. Het Programma Aanpak Stikstof leidt op alle locaties met stikstofgevoelige habitats in Natura 2000-gebieden (nog steeds) tot een lagere depositie. Een uitzondering zou kunnen bestaan voor de locaties met een kleinere depositiedaling dan waarvan eerder werd uitgegaan. In zo’n situatie kan er een reden zijn om zienswijzen in te dienen. Dit moet per bedrijf worden bekeken.