blog

    Randvoorwaardenkorting: straf of niet?

    Peter Goumans
    Peter GoumansPublicatiedatum: 4 december 2015
    Randvoorwaardenkorting: straf of niet?

    In de media trekt een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 november 2015 flink de aandacht. Een veehouder werd strafrechtelijk vervolgd, omdat hij de regels voor de identificatie en registratie van zijn runderen niet had nageleefd. Anders gezegd: er was gerommeld met oormerken. Op grond van de Regeling GLB-inkomstensteun legde de Staatssecretaris van EZ de veehouder een randvoorwaardenkorting op. De veehouder werd met een bedrag van € 17.000,00 gekort op aangevraagde landbouwsubsidies. Daar bleef het niet bij. Er volgde ook nog een strafrechtelijk traject. De rechtbank veroordeelde de veehouder tot een forse geldboete. In hoger beroep oordeelt het Gerechtshof volledig anders. Het Gerechtshof overweegt dat iemand niet twee maal kan worden vervolgd en bestraft voor hetzelfde feit. Het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de strafvervolging. Wat zit hier achter?

    Niet nieuw

    Over de vraag of een randvoorwaardenkorting als veroordeling voor een strafbaar feit (punitieve sanctie) moet worden gezien, woedt al lange tijd een heftige discussie. Bij uitspraak van 19 december 2013 oordeelde de rechtbank Oost-Brabant in een vergelijkbare zaak (overtreding van het Varkensbesluit) dat dubbele bestraffing niet is toegestaan. Dat leidt de rechtbank af uit artikel 50 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. De rechtbank Zeeland-West-Brabant vond in haar uitspraak van 28 mei 2014 echter uitdrukkelijk dat de subsidiekorting niet strafrechtelijk van aard is. De korting is volgens de rechtbank inherent aan het niet voldoen aan de subsidievoorwaarden. De uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant gaf prof. mr. Willem Bruil in 2014 aanleiding tot het schrijven van een pre-advies voor de Vereniging van Agrarisch Recht. Prof. Bruil is de mening toegedaan dat wel sprake is van strafsanctie. De uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ligt in de lijn van de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant. Het debat over dit onderwerp is daarmee ongetwijfeld niet definitief afgedaan.

    Bestuursrechtelijk traject

    De rechtmatigheid van de randvoorwaardenkorting kan ter discussie worden gesteld bij de bestuursrechter. Ook in dergelijke procedures is de vraag van belang of de korting een strafrechtelijk karakter heeft. Dat zou namelijk betekenen dat ook in het bestuursrechtelijk traject moet worden voldaan aan de eisen die voor een strafrechtelijke procedure gelden: de onschuldpresumptie, de cautie, de bewijslast, de rol van het boeterapport, het horen van getuigen, etc. Zowel het College van Beroep voor het bedrijfsleven alsook de Raad van State zijn van oordeel dat de subsidiekorting geen strafrechtelijk karakter heeft. Kwam het College van Beroep voor het bedrijfsleven al bij uitspraak van 5 maart 2014 tot die conclusie, de Raad van State oordeelde zeer recent (uitspraak van 29 juli 2015) nog in gelijke zin. Dat zet de agrariër in beroepsprocedures tegen subsidiekortingen op achterstand.

    Rechters oordelen niet gelijk

    In strafprocedures vindt het verweer dat een subsidiekorting een punitieve sanctie is dus eerder gehoor dan in bestuursrechtelijke procedures. Het verweer dat een veroordeling zou leiden tot dubbele bestraffing komt natuurlijk ook pas in een strafrechtelijke procedure aan de orde. Een ook pas dan als een subsidiekorting is opgelegd. Dat is echter vaak de praktijk. Eerst volgt de subsidiekorting en daarna mogelijk nog strafvervolging. En juist dan blijkt dat in de bestuursrechtelijke procedure de rechtsbeschermingsmogelijkheden niet op maat zijn. Hoogste tijd dus voor een uniform rechtsoordeel.