blog

    Rechters oordelen volledig verschillend over randvoorwaardenkorting

    Peter Goumans
    Peter GoumansPublicatiedatum: 19 februari 2016
    Rechters oordelen volledig verschillend over randvoorwaardenkorting

    Als voorwaarden verbonden aan toegekende landbouwsubsidies worden overtreden, kan de subsidie worden gekort (verlaagd). Die korting ziet dan op alle subsidies van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Een dergelijke korting wordt randvoorwaardenkorting genoemd. In zowel bestuursrechtelijke als strafprocedures is de vraag opgeworpen of een dergelijke korting een strafsanctie is. Als de korting een strafrechtelijk karakter heeft dan moet worden voldaan aan de eisen die in een strafprocedure gelden: de onschuldpresumptie, de cautie, de bewijslast, de rol van het boeterapport, het horen van getuigen etc. En bovendien geldt dan dat dubbele bestraffing wettelijk niet mogelijk is. In mijn blog “Randvoorwaardenkorting: straf of niet” van 4 december 2015 schreef ik dat zowel de Raad van State als het College van Beroep voor het bedrijfsleven van oordeel zijn dat de subsidiekorting geen strafrechtelijk karakter heeft. In strafprocedures waren de rechtbank Oost-Brabant (uitspraak van 19 december 2013) en het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (uitspraak van 25 november 2015) een andere mening toegedaan. In die zaken werd het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de strafvervolging. Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch komt op 10 februari 2016 tot een volledig tegengestelde conclusie.

    Rechtbank: Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk

    Een varkenshouder werd vanwege overtreding van het Varkensbesluit (inmiddels Besluit houders van dieren) vervolgd. De varkenshouder had nagelaten zijn varkens permanent beschikking te geven over vers drinkwater. De varkenshouder had landbouwsubsidie aangevraagd en toegekend gekregen. Daarop werd vanwege de overtreding een korting toegepast van € 138,55. Tegen die korting had de varkenshouder zich niet verzet. Toen de varkenshouder vervolgens (naast de subsidiekorting) strafrechtelijk werd vervolgd stelde hij dat hij dubbel werd bestraft. De rechtbank in ’s-Hertogenbosch volgde de verdediging in het verweer dat sprake was van dubbele strafvervolging en verklaarde het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk. Die uitspraak ligt geheel in de lijn van de uitspraak van diezelfde rechtbank van 19 december 2013.

    Gerechtshof: Openbaar Ministerie mag wel vervolgen

    Het Openbaar Ministerie liet het daarbij niet zitten en tekende hoger beroep aan. Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch volgt echter niet de lijn die de rechtbank en het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden hebben uitgezet. Naar het oordeel van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch staat niets aan strafvervolging in de weg. De vraag of de randvoorwaardenkorting een strafrechtelijke sanctie is, beantwoordt het Gerechtshof ontkennend. Voor haar oordeel geeft het Gerechtshof een zeer uitgebreide motivering. De juridische duiding van de GLB-subsidie en interpretatie van uitspraken van het Europese Hof van Justitie spelen daarbij een belangrijke rol. Het Gerechtshof neemt tot uitgangspunt dat het subsidiestelsel (en het daarin opgenomen kortingensysteem) een bestuursrechtelijke aangelegenheid is met een eigen vorm van rechtsbescherming. Het kortingensysteem heeft volgens het Gerechtshof tot doel om te bewerkstelligen dat het Europees landbouwbeleid (waarborgen van diervriendelijke productiemethoden, behoud van de natuurlijke levensomstandigheden en zorg voor het platteland) wordt gerealiseerd en tegelijkertijd het beheer van de middelen van de Unie wordt beschermd. Het Gerechtshof vindt het daarbij relevant dat de vermogenspositie van de betrokken landbouwer niet verslechtert: hij loopt hooguit een deel van een mogelijke verbetering mis. Een korting kan ook slechts worden toegepast als de landbouwer subsidie heeft aangevraagd. En tot slot: de korting beoogt volgens het Gerechtshof geen leedtoevoeging.

    Gevraagd: uniform rechtsoordeel

    In de kern komt de redenering van het Gerechtshof er op neer dat iemand die subsidie aanvraagt niet mag klagen als hij wordt gekort omdat de subsidievoorwaarden worden overtreden. Recht op subsidie is er alleen als je daar volgens de regels voor in aanmerking komt. Een korting bij overtreding is dan geen straf. Voor die redenering valt veel te zeggen vanuit het perspectief dat het Gerechtshof aanhoudt. De varkenshouder zal dat anders zien. Hij had gerekend op inkomenssteun en die wordt hem nu ontnomen. Bovendien krijgt hij geen steun voor het houden van varkens, maar voor landbouwactiviteiten die niets van doen hebben met de varkenshouderij. Volstrekt onwenselijk is echter dat rechters deze problematiek wezenlijk verschillend beoordelen. In mijn blog van 4 december 2015 concludeerde ik: hoogste tijd voor een uniform rechtsoordeel. Daar blijf ik bij.