blog

    Rechtmatige Verordening ruimte, toch schadevergoeding voor de veehouder

    Paul Bodden
    Paul BoddenPublicatiedatum: 28 september 2016
    Rechtmatige Verordening ruimte, toch schadevergoeding voor de veehouder

    Geweigerde ontheffing

    Op 21 september 2016 heeft de Rechtbank Oost-Brabant een opvallende uitspraak gedaan. Het gaat om een nertsenhouder die zijn uitbreidingsplannen (een bouwblokvergroting tot 2,5 hectare) gedwarsboomd zag door de Verordening ruimte (fase 1) van de provincie Noord-Brabant. In de verordening was bepaald dat in een verwevingsgebied uitbreiding van bouwblokken voor intensieve veehouderij was toegestaan tot een maximum van 1,5 ha op een duurzame locatie. Verder was bepaald dat Gedeputeerde Staten ontheffing konden verlenen voor uitbreiding van een bouwblok tot een maximum van 2,5 ha, waaraan de voorwaarde was verbonden dat sprake moest zijn van een aantoonbaar initiatief tot verplaatsing. Zo’n ontheffing hadden Gedeputeerde Staten in dit geval geweigerd. De weigering bleef bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in stand.

    Artikel 6:162 BW

    De nertsenhouder vorderde vervolgens bij de rechtbank een verklaring voor recht dat de provincie door het vaststellen, uitvaardigen en/of toepassen van de Verordening ruimte, zonder hem enige schadevergoeding te bieden, onrechtmatig heeft gehandeld en derhalve aansprakelijk is voor de door hem geleden en te lijden schade. De rechtbank wijst deze vordering toe. Het voert in het kader van dit blog te ver om de volledige uitspraak onder de loep te nemen. Ik volsta met een bespreking van het succesvolle beroep van de nertsenhouder op artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek. 

    Vertrouwen

    De rechtbank overweegt dat ook indien een overheidshandeling op zichzelf niet als onrechtmatig kan worden aangemerkt, de overheid op grond van onrechtmatige overheidsdaad aansprakelijk kan zijn voor onevenredig nadelige gevolgen van zo’n handeling, namelijk de gevolgen die buiten het normale maatschappelijk risico of het normale bedrijfsrisico vallen en die op een beperkte groep burgers of instellingen drukken. 

    De rechtbank acht relevant dat de nertsenhouder was verplaatst met als doel (mede) om op de nieuwe locatie uit te kunnen breiden tot 2,5 ha en verder dat de nertsenhouder tegen deze achtergrond een zogeheten ‘VIV-overeenkomst’ met de provincie had gesloten. Verder neemt de rechtbank als vaststaand aan dat de gemeente haar medewerking aan de verplaatsing had toegezegd. De nertsenhouder mocht er daarom op vertrouwen dat de provincie de uitbreiding van het bouwblok tot 2,5 ha nadien niet zou tegenwerken, aldus de rechtbank. De nertsenhouder mocht er volgens de rechtbank verder op vertrouwen dat hij wel onder de ontheffingscriteria zou vallen. 

    Normaal maatschappelijk risico

    Vervolgens komt de rechtbank tot de slotsom dat hoewel de ontheffingscriteria op zichzelf niet onrechtmatig zijn, de nadelige gevolgen van de Verordening ruimte voor hem onevenredig zijn. In vergelijking met anderen is de nertsenhouder onevenredig zwaar getroffen, zo oordeelt de rechtbank. De schade die de nertsenhouder als gevolg hiervan heeft geleden, valt volgens de rechtbank buiten het normaal maatschappelijk risico en deze schade moet in beginsel door de provincie worden vergoed.

    Relevantie voor de praktijk

    De uitspraak is een opsteker voor andere veehouders die hun uitbreidingsplannen als gevolg van de Verordening ruimte in rook zagen opgaan. De uitspraak is ook relevant voor veehouders die (vertragings)schade hebben geclaimd of nog willen claimen, omdat Gedeputeerde Staten pas na een langslepende procedure de ontheffing van de Verordening ruimte (voor de uitbreiding of nieuwvestiging van hun veehouderij) aan hen verleenden.