blog

    Regeling fosfaatreductieplan 2017 aangepast

    Peter Goumans
    Peter GoumansPublicatiedatum: 31 maart 2017
    Regeling fosfaatreductieplan 2017 aangepast

    Bij brief van 17 maart 2017 kondigde Staatssecretaris Van Dam aan de Regeling fosfaatreductieplan 2017 (verder de Regeling) te wijzigen. In de praktijk bleek de Regeling een aantal onbedoelde knelpunten te veroorzaken. Dat gold voor de begripsbepaling ” grondgebonden bedrijf”, de peildatum voor niet-melkleverende bedrijven en het houden van dieren in quarantainestallen. Bovendien behoefde de Regeling ook op enkele onderdelen simpelweg verbetering. Het doorvoeren van de aangekondigde wijzigingen heeft nog bijna 14 dagen gevergd. De gewijzigde Regeling treedt op 31 maart met terugwerkende kracht tot en met 1 maart 2017 in werking. Om welke wijzigingen gaat het?

    Grondgebonden bedrijf

    Vanwege het gebruik van standaardexcretieforfaits pakte de definitie van grondgebonden bedrijven zodanig uit dat een aantal bedrijven die onder het stelsel van fosfaatrechten wel grondgebonden zijn, dat niet zijn onder de werking van de Regeling. Dat wordt opgelost door de definitie “grondgebonden bedrijf” aan te vullen met de mogelijkheid te kiezen voor aansluiting bij de excretieplafonds van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet voor de diercategorieën 100, 101 en 102. Dit maakt een aantal bedrijven alsnog grondgebonden, met als gevolg dat voor deze bedrijven het referentieaantal niet wordt verminderd met een korting van 4%. Dit is van invloed op de effectiviteit van de Regeling. Bij de vaststelling van de verminderingspercentages (artikel 3 van de Regeling) kan dit gevolgen hebben. Wat hier wordt “weggegeven”, zal later worden teruggehaald. 

    Maandreferenties

    Voor vleesveebedrijven had de peildatum 15 december 2016 stevige gevolgen. Juist tegen het einde van het jaar geeft de dierbezetting op die datum voor vetweiderijen, mesterijen, zoogkoeienbedrijven en opfokbedrijven vaak geen representatief beeld voor de gemiddelde jaarbezetting. De Regeling biedt nu een alternatief peilmoment in de maanden april, juni, augustus, oktober en december 2017 ten opzichte van diezelfde maanden in 2016: de maandreferenties. De Regeling past automatisch de meest gunstige uitkomst (15 december of de maandreferentie) toe. De vleesveebedrijven die in de Regeling zijn betrokken om ontwijkingsconstructies de pas af te snijden, wordt hiermee een verzachtende oplossing geboden. Groeimogelijkheden in vleesvee worden deze bedrijven nog steeds niet geboden. Met een eenvoudige oplossing had dit kunnen worden geregeld. Om te voorkomen dat melkleverende bedrijven hun dieren tijdelijk op vleesveebedrijven onderbrengen, had de verplichting om dieren enkel naar de slacht of voor de export af te voeren de weg terug kunnen afsnijden. 

    Uitzonderingen

    Artikel 13 van de Regeling bepaalt dat die niet geldt voor vleeskalverenhouders. Voor niet-melkleverende bedrijven wordt die uitzondering verruimd met vrouwelijk jongvee tot 1 jaar bestemd voor de slacht. Dit moet wel aan RVO worden gemeld. Van de Regeling worden ook erkende verzamelcentra uitgezonderd vanwaaruit hoogwaardig fokvee naar het buitenland wordt geëxporteerd. Daaronder zijn de quarantainestallen in ieder geval begrepen. Daarmee komt er weer ruimte voor export en dat draagt bij aan de gewenste fosfaatreductie. 

    In- en uitscharen

    Artikel 11 biedt voorzieningen voor uitschaarders en inschaarders van rundvee dit in het referentie- of doelstellingsaantal te laten verwerken. Die regeling was niet volledig vooral waar het betreft uitscharen vanuit melkleverende naar niet-melkleverende bedrijven. Daarin is nu wel voorzien. Er is ook een voorziening voor bedrijven die in 2015 en 2016 hebben uitgeschaard en dat in 2017 niet meer doen. Uiterlijk 15 april moet een aanpassingsverzoek zijn ingediend. De regeling is zeer technisch en uiterst complex. Bovendien dienen de inschaarder en de uitschaarder het met elkaar eens te zijn over de aanpassing. 

    Tot slot:

    Eerder is al gebleken dat de praktijk diverser is dan de wetgever had voorzien. De oorspronkelijke Regeling fosfaatreductieplan 2017 leidde dan ook tot onbedoelde effecten en was niet volledig. Te bezien valt of nieuwe aanpassingen nodig blijken. Dat is wellicht al het geval waar het betreft het houden van zeldzame koeienrassen. Ook vrouwelijke runderen van bedreigde rassen vallen immers onder de reductiedoelstellingen. De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag zal in het kort geding over de verbindendheid van de Regeling natuurlijk de hiervoor beschreven wijzigingen in de beoordeling meenemen. Dat wordt de echte lakmoesproef.