blog

    Relevant voor de geurnorm: bebouwde kom of niet?

    Renske van DreumelPublicatiedatum: 27 november 2015
    Relevant voor de geurnorm: bebouwde kom of niet?

    De Raad van State oordeelde in zijn uitspraak van 18 november 2015 (zaaknummer 201504980/1/R2) dat de bouw van elf vrijstaande woningen, in een buurtschap met op dit moment 20 tot 25 woningen en een basisschool, er niet voor zorgt dat het gebied kwalificeert als bebouwde kom. Of sprake is van bebouwde kom of niet  is doorslaggevend voor de op grond van de Wet geurhinder en veehouderij toepasselijke geurnorm. Voor woningen binnen de bebouwde kom gelden voor veehouderijen (op grond van de Wet geurhinder en veehouderij) strengere geurnormen dan voor woningen daarbuiten. Het bestemmingsplan dat de bouw van de extra woningen mogelijk maakte, bracht een veehouder aan het twijfelen. Hij wilde niet in de situatie terecht komen dat voor zijn bedrijf door de bouw van extra woningen een zwaardere geurnorm zou gaan gelden. Hij stelt daarom beroep in bij de Raad van State. De veehouder trekt aan het kortste eind. Maar eigenlijk is dat winst. Vaststaat nu immers dat hij voor de woningen in het buurtschap niet aan de geurnorm voor de bebouwde kom hoeft te voldoen.

    Buurtschap

    De Raad van State overweegt dat het buurtschap op dit moment niet als bebouwde kom kan worden aangemerkt. Er liggen voornamelijk vrijstaande huizen op ruime kavels, waarbij de bebouwing wordt onderbroken door stroken groen en doorzicht bestaat naar achterliggende agrarische gronden. Aan een aantal percelen in het buurtschap is een bedrijfsbestemming en een maatschappelijke bestemming toegekend, zodat niet enkel woonfuncties aanwezig zijn. Het buurtschap is gelegen in een agrarische omgeving.

    Uitbreiding met woningen

    Leidt de bouw van elf nieuwe vrijstaande woningen er toe dat het buurtschap als bebouwde kom moet worden gezien? Door de bouw van extra woningen ontstaat volgens de Raad van State geen samenhangende structuur die is aan te merken als aaneengesloten bebouwing die het gebied een overwegende woon- en verblijfsfunctie geeft. De Raad van State komt tot deze conclusie omdat:

    • in de omgeving van het buurtschap voornamelijk agrarische cultuurgronden liggen (zie bijvoorbeeld ook AbRS 20 maart 2013, zaaknummer 201113207/1/A4 en AbRS 12 januari 2011, zaaknummer 201000804/1/R2);
    • de afstand tot de meest nabijgelegen dorpskern meer dan 2 kilometer bedraagt (zie bijvoorbeeld ook AbRS 20 juni 2012, zaaknummer 201103878/1/A4 en AbRS 30 juni 2010, zaaknummer 200901350/1/R3);
    • een deel van de geplande woningen is voorzien op locaties waar bestaande bebouwing wordt gesloopt.

    Toetsingscriterium is duidelijk: beoordeling van geval tot geval

    Bij toepassing van de Wet geurhinder en veehouderij wordt de grens van de bebouwde kom niet bepaald door de Wegenverkeerswetgeving, maar door het karakter en de aard van de omgeving. Doorslaggevend is of er al dan niet sprake is van een aaneengesloten gebied van geconcentreerde bebouwing met weinig doorzichten (bij woningen die dicht op elkaar staan). Als dat niet zo is dan is geen sprake van bebouwde kom.

    Gelet hierop is de uitspraak van de Raad van State in lijn met eerdere jurisprudentie. De Raad van State lijkt in een duidelijk agrarische omgeving niet snel van oordeel te zijn dat sprake is van bebouwde kom. De jurisprudentie over de vraag of al dan niet sprake is van bebouwde kom blijft echter casuïstisch. Als een geplande ontwikkeling vrijwel direct aan de rand van een dorp ligt, concludeert de Raad van State dat sprake is van bebouwde kom (zie bijvoorbeeld AbRS 8 december 2010, zaaknummer 200909639/1/R3 en AbRS 13 januari 2011, zaaknummer 200901407/1/R2).

    Belang veehouder: duidelijkheid

    Voor de veehouder was het van belang helder te hebben dat de bouw van woningen niet tot de kwalificatie bebouwde kom zou leiden. Voor de woningen in het buurtschap zou daardoor immers voor zijn bedrijf een strengere geurnorm gaan gelden. Volkomen begrijpelijk is dat hij elke mogelijke discussie daarover wilde uitsluiten. Dat is gelukt. De Raad van State heeft gesproken. De veehouder heeft een verantwoorde strategie gevolgd. Daar valt lering uit te trekken.