blog

    Spelregels externe saldering: het bestemmingsplan

    Spelregels externe saldering: het bestemmingsplan

    In mijn blog van 3 september 2019 behandelde ik de spelregels voor externe saldering bij natuurvergunningen. In het kader van de ´Natura 2000-toets´ van een bestemmingsplan kan ook extern worden gesaldeerd, maar daarbij gelden weer andere eisen.

    Deze eisen worden in deze blog behandeld.

    Directe samenhang

    Externe saldering kan als mitigerende maatregel worden aangemerkt en worden betrokken in de passende beoordeling indien er een directe samenhang bestaat tussen het voorgenomen plan en de salderingsmaatregel. Deze directe samenhang wordt aangenomen als:

    • De vergunning voor het saldogevende bedrijf daadwerkelijk is of zal worden ingetrokken ten behoeve van de uitbreiding van het saldo-ontvangende bedrijf. Dit kan blijken uit een intrekkingsbesluit of uit een overeenkomst tussen het saldogevende en saldo-ontvangende bedrijf over de overname van het stikstofdepositiesaldo van de in te trekken milieuvergunning;
    • En als vaststaat dat de bedrijfsvoering van het saldogevende bedrijf daadwerkelijk is of wordt beëindigd.

    Voorbeeld Hilvarenbeek

    Een voorbeeld in de jurisprudentie vormt de kwestie Hilvarenbeek (AbRS 1 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:254). In dat geval was sprake van  een anterieure overeenkomst waarin twee scenario’s waren uitgewerkt om de uitbreiding van het bouwvlak in het bestemmingsplan te kunnen mitigeren, waarbij ofwel alleen de intensieve veehouderij van de belanghebbende op locatie A ofwel daarnaast ook de intensieve veehouderij op locatie B werd beëindigd. Omdat ten tijde van de vaststelling van het plan onduidelijk was of de gewenste ontwikkeling haalbaar was, was ervoor gekozen alleen de intensieve veehouderij op locatie A ten behoeve van het bestemmingsplan te saneren.

    Het nieuwe bestemmingsplan was op 16 juli 2015 vastgesteld. Bij besluit van 2 juli 2015 waren door het college van burgemeester en wethouders de Hinderwetvergunning van 7 juli 1992 en de uitbreidingsvergunning op grond van de Wet milieubeheer van 20 juni 1995 voor de inrichting op locatie A ingetrokken. Daarbij was bepaald dat de vrijgekomen ammoniakrechten zouden worden aangewend ten behoeve van de aanvraag om vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 (Nbw 1998) voor de uitbreiding. Op 16 februari 2016 was door het college van gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant een vergunning op grond van artikel 16 en artikel 19d van de Nbw 1998 verleend voor de uitbreiding.

    De Afdeling stelde vast dat voorafgaand aan de vaststelling van het plan, de milieuvergunningen voor het saldogevende bedrijf waren ingetrokken ten behoeve van de uitbreiding. Volgens de Afdeling was de beëindiging van de intensieve veehouderij op locatie A ten behoeve van de uitbreiding in voldoende mate verzekerd. Het plan was volgens de Afdeling niet in strijd met artikel 19j, derde lid, van de Nbw 1998 (nu: artikel 2.8, derde lid, van de Wet natuurbescherming).

    Een ander voorbeeld vormt de uitspraak van de Afdeling van 3 april 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:BZ7578, Etten-Leur).

    Heb je nog vragen over extern salderen? Neem dan gerust contact met mij op.