blog

    Spuitzones: 50 meter, tenzij

    Paul Bodden
    Paul BoddenPublicatiedatum: 7 september 2016
    Spuitzones: 50 meter, tenzij

    De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State acht het niet onredelijk dat als vuistregel wordt gehanteerd dat tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid in de fruitsector, de boomteelt en de glastuinbouw in het algemeen een afstand van 50 meter dient te worden aangehouden in verband met het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Een keuze voor een kortere afstand kan echter in een concreet geval redelijk zijn. Daaraan dient een deugdelijke belangenafweging en motivering ten grondslag te liggen. 

    Voor een kwestie waarin volgens de Afdeling ten onrechte van de vuistregel was afgeweken verwijs ik naar de blog van Renske van Dreumel. Maar het kan ook goed gaan. Daarvan vormt de uitspraak van de Afdeling van 31 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2342) een voorbeeld. Aan de orde waren akkers die in gebruik waren voor vollegrondsteelt van gewassen. Volgens de gemeenteraad was, anders dan wanneer gewasbeschermingsmiddelen in de bomen- of fruitteelt worden toegepast, nauwelijks sprake van een spuitnevel. Verder wees de gemeenteraad erop dat het woonerf van de woning ten opzichte van de akkers was afgeschermd met een heg, die eventuele resten van de gewasbeschermingsmiddelen kon tegenhouden. Tot slot voerde de raad aan dat een ander gebruik van de akkers onwaarschijnlijk was, nu sprake was van een beschermingswaardige oude akker en op grond van de planregels voor een gebruik als bomen- of fruitteelt een omgevingsvergunning nodig was. De raad heeft zich onder de genoemde omstandigheden in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat ter plaatse van de woning sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, aldus de Afdeling. 

    De uitspraak illustreert nogmaals dat de afstandseis van 50 meter een vuistregel is, waarvan gemotiveerd kan worden afgeweken. Het valt verder op dat de Afdeling anders dan in andere kwesties in dit geval niet heeft verlangd dat de instandhouding van de heg is geborgd in het bestemmingsplan door middel van een voorwaardelijke verplichting. Zo’n verplichting ligt volgens mij in dit geval juist wel voor de hand (vgl. r.o. 7.7 van AbRS 30 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1530).

    Intussen wacht de praktijk met smart op de strengere eisen voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen (een verplichtte driftreductie van 75% op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer, ook indien het perceel niet grenst aan een watergang). Ook daarin kan namelijk onder omstandigheden een argument worden gevonden voor een gemotiveerde afwijking van de vuistregel.